Archeologie: ‘Bileam’ aangetroffen in Jordaanse tempel

Num 22 engel bileam In de sjabbatslezingen van deze week is de heidense profeet en waarzegger Bileam aan het woord. Bestond hij echt? Teksten in rode en zwarte inkt op pleisterwerk in de ruïne van een oude tempel in Deir Alla bevestigen zijn bestaan.

In de sjabbatslezingen van deze week is de heidense profeet en waarzegger Bileam aan het woord. Bestond hij echt? Teksten in rode en zwarte inkt op pleisterwerk in de ruïne van een oude tempel in Deir Alla bevestigen zijn bestaan.

De teksten werden in 1970 ontdekt door onderzoekers van de Leidse Universiteit in Deir Allah in Jordanië, dat het Bijbelse Pethor aan de Eufraat kan zijn. De teksten werden gedateerd tussen de twaalfde tot de negende eeuw voor Christus, en ze zijn geschreven in de Phoenitische en oud-Hebreeuwse taal van toen. De naam van Bileam wordt er zelfs viermaal in genoemd.


Een Nederlandse ondertiteling is in te stellen

De inscriptie verwijst rechtstreeks naar ‘Bileam, zoon van Beor’ – een bekend personage uit de Pentateuch – en zijn carrière. Volgens de Pentateuch leefde Bileam eeuwen vóór David, de vroegste Hebreeuwse figuur die door wetenschappers wordt erkend als gedocumenteerd in een archeologische bron.
Numeri 22 en Deuteronomium 23:4 vermelden dat Bileam, zoon van Beor, een ziener en tovenaar was uit Pethor, een stad aan de Eufraat. Pethor is een bekende historische stad: Assyrische inscripties getuigen van ‘Pitru’, een machtige metropool omgeven door twee muren, met een citadel ‘als een berg’. Maar de inscriptie van Deir ‘Alla bevestigt het bijbelse verhaal in veel meer detail.

Zowel de inscriptie van Deir ‘Alla als de Pentateuch zijn het erover eens dat Bileam een gerespecteerde en bekende ziener en religieuze leider was, die ook de macht had om zijn vijanden te vervloeken of een “vervloeking” over hen uit te spreken. Ze zijn het ook eens over de stijl van Bileams profetieën: in beide bronnen gaat Bileam naar bed, ontvangt hij zijn openbaringen terwijl hij slaapt, en staat hij ’s morgens op om ze te vertellen.
Beide bronnen zijn het ook eens over een deel van de specifieke religieuze taal die met Bileam wordt geassocieerd. Numeri 24:4 – in het Masoretisch Hebreeuws – spreekt over ‘de uitspraak van hem die de woorden van El [in het Nederlands ‘God’] hoort, die het visioen van de Shaddai [meestal vertaald als ‘Almachtige’] ziet’.
De inscriptie van Deir ‘Alla vermeldt dat Bileam “een visioen zag in overeenstemming met de uitspraak van El [‘God’]” en vervolgens tegen zijn toehoorders zei: “Ga zitten, en ik zal u vertellen wat de Shaddai-goden hebben gepland.”

Ten slotte lijkt Bileam in beide bronnen zijn vermogen om vloeken uit te spreken te verliezen. In Numeri 24 is Bileam beroemd omdat hij Israël niet kan vervloeken. Aan het einde van de inscriptie van Deir ‘Alla wordt Bileam blijkbaar verteld: “Je bent veroordeeld voor je woorden en je mag geen vervloe­kingen meer uitspreken.”

De meeste geleerden dateren de inscriptie van Deir ‘Alla eeuwen vóór de samenstelling van de Pentateuch. Dat betekent dat het bronmateriaal van de Pentateuch deze informatie gedurende honderden jaren nauwkeurig heeft bewaard.

Sommige critici beweren dat de inscriptie van Deir ‘Alla in tegenspraak is met de Pentateuch omdat Bileam daarin als polytheïst wordt afgeschilderd. Maar deze tegenspraak is denkbeeldig. De Bijbel beschrijft Bileam nooit als monotheïst: hij wordt alleen afgeschilderd als iemand die echte visioenen van God ontvangt. Zoals andere bijbelverhalen laten zien, is God perfect in staat om goddelijke openbaringen aan polytheïsten door te geven. In 2 Kronieken 35 wordt bijvoorbeeld onthuld dat God tot de Egyptische farao Necho sprak en hem opdroeg de opkomst van Babylon te stoppen.

Wees de eerste die reageert op "Archeologie: ‘Bileam’ aangetroffen in Jordaanse tempel"

Geef een reactie