De geboorte van een kind is een geschenk, elk kind is een klein wonder. Maar het bloed en de kwetsbaarheid eromheen onthullen dat het leven in deze wereld fragiel is en nog niet volledig compleet. Dit vraagt om dankbaarheid.
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Tazria (Zij draagt zaad) en Metsora (Melaats) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 12 – 15,
✡ Profetenlezing: 2 Koningen 4:42 – 5:19 en 7:3-20,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Lukas 7:18-35 en Mattheus 23:16 – 24:2 en 30-31.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Een gedeelte uit de Torahlezing
Na de geboorte van een kind heeft een vrouw een reinigingsperiode van een aantal weken, waarin zij niets dat heilig is mag aanraken en niet naar het heiligdom mag gaan.
Wanneer de dagen van haar reiniging voor een zoon of een dochter voorbij zijn, moet zij een lam van een jaar oud als brandoffer en een jonge duif of tortelduif als zondoffer bij de priester brengen, bij de ingang van de tent van ontmoeting. Die moet het voor het aangezicht van de HEERE aanbieden, en verzoening voor haar doen. Dan is zij rein van haar bloedvloeiing. Dit is de wet voor haar die een jongetje of meisje baart. Maar als haar vermogen niet toereikend is voor een lam, dan mag zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen, één als brandoffer en één als zondoffer. Zo zal de priester verzoening voor haar doen en is zij rein.
Leviticus 12:6-8 (HSV).
Gedeelten uit de Profetenlezing
Er was een man uit Ramathaïm-Zofim, uit het bergland van Efraïm, en zijn naam was Elkana, een zoon van Jeroham, de zoon van Elihu, de zoon van Tochu, de zoon van Zuf, een Efrathiet. En hij had twee vrouwen. De naam van de ene was Hanna en de naam van de andere Peninna. Nu had Peninna kinderen, maar Hanna had geen kinderen.
Deze man ging van jaar tot jaar zijn stad uit om zich in Silo voor de HEERE van de legermachten neer te buigen en offers te brengen. Daar waren de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, priesters van de HEERE. Wanneer de dag kwam dat Elkana een offer bracht, gaf hij delen (van het vlees) aan Peninna, zijn vrouw, en aan al haar zonen en haar dochters. Maar aan Hanna gaf hij een speciaal deel, want hij had Hanna lief; maar de HEERE had haar baarmoeder toegesloten.
Toen stond Hanna op, nadat men in Silo gegeten en gedronken had. Nu zat Eli, de priester, op een stoel bij een deurpost van de tempel van de HEERE. Bitter van gemoed bad zij tot de HEERE en zij huilde erg. Zij legde een gelofte af; zij zei: HEERE van de legermachten, wanneer U werkelijk de ellende van Uw dienares aanziet, aan mij denkt en Uw dienares niet vergeet, maar aan Uw dienares een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor al de dagen van zijn leven aan de HEERE geven, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.
En het gebeurde, toen zij lang bleef bidden voor het aangezicht van de HEERE, dat Eli op haar mond lette. Want Hanna sprak in haar hart; alleen haar lippen bewogen, maar haar stem werd niet gehoord. Daarom hield Eli haar voor dronken. En Eli zei tegen haar: Hoelang zult u zich nog dronken gedragen? Ontdoe u van uw wijn.
Maar Hanna antwoordde en zei: Nee, mijn heer, ik ben een diepbedroefde vrouw; ik heb geen wijn of sterkedrank gedronken, maar ik heb mijn ziel uitgestort voor het aangezicht van de HEERE. Houd uw dienares toch niet voor een verdorven vrouw, want vanwege de veelheid van mijn gedachten en mijn verdriet heb ik tot nu toe gesproken. Toen antwoordde Eli en zei: Ga in vrede, en de God van Israël zal u geven wat u van Hem gebeden hebt.
Het gebeurde na verloop van dagen dat Hanna zwanger werd. Zij baarde een zoon en gaf hem de naam Samuel, want, zei ze, ik heb hem van de HEERE gebeden. Die man Elkana ging met zijn hele gezin op weg om de HEERE het jaarlijkse offer en ook zijn gelofte(offer) te brengen. Hanna ging echter niet mee maar zei tegen haar man: Als de jongen van de borst af is, zal ik hem brengen, zodat hij voor het aangezicht van de HEERE verschijnt en daar voor eeuwig blijft.
Toen bad Hanna en zei: Mijn hart springt op van vreugde in de HEERE, mijn hoorn is opgeheven in de HEERE; mijn mond is wijd open tegen mijn vijanden, want ik verheug mij in Uw heil.
Er is niemand zo heilig als de HEERE, want er is niemand buiten U, en er is geen rotssteen als onze God. Spreek toch niet steeds zo bijzonder hoogmoedig, en laat niets hooghartigs uit uw mond gaan; want de HEERE is een alwetend God, en Zijn daden zijn recht.
1 Samuel 1:1-5, 2:1-3 (HSV)
Gedeelten uit het Nieuwe Testament
En toen de dagen van haar reiniging volgens de wet van Mozes vervuld waren, brachten [Jozef en Maria] (Hem) naar Jeruzalem om Hem de Heere voor te stellen, zoals geschreven staat in de wet van de Heere: al wat mannelijk is dat de moederschoot opent, zal heilig voor de Heere genoemd worden, en om een offer te brengen volgens wat gezegd is in de wet van de Heere, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.
En zie, er was een man in Jeruzalem, van wie de naam Simeon was, en die man was rechtvaardig en godvrezend. Hij verwachtte de vertroosting van Israël en de Heilige Geest was op hem. En hem was een Goddelijke openbaring gegeven door de Heilige Geest dat hij de dood niet zien zou voordat hij de Gezalfde van de Heere zou zien.
En toen zij alles volbracht hadden wat er volgens de wet van de Heere (gedaan moest worden), keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth.
En Maria zei [bij haar bezoek aan Zacharias en Elisabeth]: Mijn ziel maakt de Heere groot, en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker, omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken, want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is Zijn Naam. En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen.
Lukas 2:22-26, 39, 1:46-50 (HSV)
Een dankoffer na de geboorte
In de hoofdstukken van Leviticus voor deze week gaat het over situaties waarin iemand in religieus opzicht onrein of onzuiver wordt. Dat kan het gevolg zijn van een ziekte, een huidkwaal, menstruatie of een geboorte. Toch is het niet de bedoeling om zulke situaties te vermijden. Het gaat erom dat we die onreinheid erkennen en herkennen en ons ervan bewust zijn dat we reiniging nodig hebben. Totdat iemand rein werd, was de Tabernakel verboden terrein. De heiligheid van God verdraagt geen onreinheid.
Bij de bevalling vindt bloedverlies plaats, wat de moeder onrein maakt. Na een rustperiode van een aantal weken mag zij deze periode afsluiten met het brengen van een dankoffer in de tabernakel, later in de tempel. Wanneer dit vanwege de afstand bezwaarlijk was, kon dit ook later worden gebracht, zoals we lezen bij Elkana en Hanna.
Bij dit dankoffer houdt God rekening met iemands vermogen: een lam, en wie zich dat niet kan veroorloven, twee duiven.
En bij een dankoffer behoren dankliederen, zoals we die kennen van Hanna en Maria.
En toen de ouders het Kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen volgens de gewoonte van de wet, nam (Simeon) Het in zijn armen, loofde God en zei: Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor de ogen van alle volken, een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken. (Lukas 2:28-32)
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
De wet van Moses bij geboorten, Leviticus 12,
Besnijdenis: verbondsteken en gezondheidsmaatregel, Leviticus 12,
Quarantiane, een tijd om te genezen, Leviticus 13,
Spreken is zilver, zwijgen is goud, Leviticus 13,
Quarantaine en sociale afstand, Leviticus 13,
Geloofsgehoorzaamheid, Leviticus 14.
Genezing van melaatsheid vieren met een offer, Leviticus 14,
Bemoeit God zich ook met seksualiteit?, Leviticus 15.
Bron: o.a. Jair Bijbelstudies.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Een dankoffer na de geboorte"