De oorlog overleven dankzij een vals doopbewijs

Haagse scholieren leggen bloemen bij Joods kindermonument. Beeld: Michiel Steenwinkel
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

“We gingen trouw naar de kerk… deze kerk.” Aan het woord is de Joodse Henny Dormits. Ze sprak zondagmiddag 8 mei tijdens een herdenking vanwege Jom Hasjoa, letterlijk ‘de Dag van de Vernietiging’, in de Kloosterkerk in Den Haag.

Het is de kerk waar ze als Joods kind in de oorlog korte tijd op zondag naar toeging. Want als ‘christenjood’ maakte je misschien iets meer kans om te overleven. Niet dat Henny christen was geworden. Nee, een vriend van haar vader zat in het bestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij had het gezin valse dooppapieren gegeven.

Henny was tien jaar oud toen de nazi’s Nederland bezetten. Al vrij snel moest haar vader zijn vijf bloeiende slagerijen afstaan. De ene na de andere beperking werd de Joden opgelegd. In 1942 begonnen de deportaties. Het was het moment dat een hervormde vriend van haar vader met de valse dooppapieren kwam. Maar ook die bleken geen garantie op een veilig leven. Het gezin moest onderduiken, maar werd na vijf maanden verraden.

Het valse doopbewijs zorgde er wel voor dat het gezin in doorgangskamp Westerbork terecht kwam in de speciale ‘gedooptenbarak’. De rit per veewagen naar de vernietigingskampen in Polen bleef Henny en haar gezin bespaard, ze bleven anderhalf jaar in Westerbork. Na D-Day in 1944 volgde transport naar concentratiekamp Theresienstadt in Tsjechië. In het laatste oorlogsjaar werd Henny door de nazi’s ‘geruild’ voor medicijnen en zo belandde ze in Zwitserland. Na de bevrijding kwam Henny terug in Den Haag waar bleek dat 65 familieleden nooit meer zouden terugkomen.

Dat lot gold voor de meeste Joden. Het verhaal van Henny tijdens de herdenking maakte daarom veel indruk op de aanwezige Joden, christenen en andere belangstellenden. Ter nagedachtenis aan al die slachtoffers vertelden zes Haagse schoolkinderen over het leven en de dood van zes leeftijdsgenootjes uit de oorlog. Eén van hen was Sander de Man. Hij zit in de brugklas en vertelde het verhaal over Hijman Manasse Haagman uit Den Haag, die op 4-jarige leeftijd omkwam in vernietigingskamp Sobibor. “Ik vond het heel indrukwekkend om te doen.” De organisatie van de bijeenkomst betrekt elk jaar scholieren bij de herdenking. “We zijn ontzettend blij dat middelbare-scholieren deze verhalen willen vertellen. Je probeert de verhalen over te dragen aan de jeugd van nu,” zegt Hanneke Gelderblom die als Joods kind de oorlog zelf overleefde via twaalf onderduikadressen. De gezamenlijke Jom Hasjoa herdenking wordt al tientallen jaren georganiseerd door de Haagse kerken en de Liberaal Joodse gemeente Den Haag. Het koor Beth Jehoeda omlijstte de herdenking onder meer met het emotionele chassidische lied Ani ma’amin, vertaald:

‘Ik vertrouw met volkomen vertrouwen op de komst van de Masjiach, aan de komst van de Masjiach hecht ik vertrouwen. En hoewel hij draalt, blijf ik op zijn komst vertrouwen.’

Professor Wim Willems, kenner van de Haagse historie, vertelde dat de deportatie van duizenden Haagse Joden een breuk met de geschiedenis heeft veroorzaakt. Het Joodse familieleven hield op in de oorlog. De afgelopen jaren is er weer meer aandacht voor deze geschiedenis gekomen. Onder meer met de Open Joodse Huizen-route, waarin getuigen hun verhaal doen tijdens kleine bijeenkomsten in de huizen waar ze tijdens de oorlog woonden. Volgens professor Willems is het nodig deze scherven van het Joodse familieleven te verzamelen. “Anders blijft de geschiedenis in nevelen gehuld.”

Na de herdenking liepen de tientallen belangstellenden met een bloem in de hand onder politiebegeleiding door de binnenstad. Bij de voormalige synagoge werd even gestopt. Het gebouw is nu in gebruik als Turkse moskee. In de muur zit nog een gedenksteen die wijst op het Joodse verleden. Ook de davidssterren die nog altijd in de ramen van het gebouw zitten, wijzen op de geschiedenis. De stoet beëindigde de wandeling bij het Joods kindermonument op het rabbijn Maarsenplein in Den Haag, waar vroeger een arme Joodse wijk was. De bloemen werden bij het monument neergelegd, opdat we niet vergeten.

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "De oorlog overleven dankzij een vals doopbewijs"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*