Hoofdbedekking volgens Bijbelse Godsdienst – deel 1

photo of man kneeling on grass near tree
Instant Images

Wie is het opgevallen dat bij een hoge ambtsdrager in de christenheid vlak voor het bedienen van de eucharistie diens keppeltje wordt afgenomen? Dit staat in verband met de mitswah uit 1 Corinthiërs. Maar wordt dit bevel uit de Torah wel goed begrepen? Dit is weer een artikel in de serie over de praktijk van Bijbelse Godsdienst in het Nieuwe Verbond.

Paulus snijdt in de eerste brief aan de gelovigen in Corinthe het onderwerp aan van de nieuwe gezagsstructuur tussen God en talmiediem (leerlingen van de Here Jezus). Deze structuur is sinds het aanbreken van het Beriet Chadasjah (B”Ch; Nieuwe Verbond) van kracht geworden. Er staat in 1 Corinthiërs 11:3[1]: “Ik wil nu dat jullie begrijpen, dat:
van iedere[2] man[3] de Gezalfde[4] het Hoofd is[5],
een hoofd van een echtgenote is de echtgenoot[6], en
een Hoofd van de Gezalfde is God.”[7].

Elk van de stellingen waarin de Gezalfde (d.i. de Here Jezus) wordt genoemd is niet eerder van toepassing geweest voor Gods volk. Hierin komt onder meer in uit dat de zalving van de Gezalfde niet slechts een functie heeft in het ambt van messias. Nergens staat immers in de Bijbel dat een messias iets te maken heeft met de functie en status van r‘osj (hoofd) voor Gods volk. Een messias komt vooral tijdelijk dingen doen ten bate van God(s volk), terwijl hij zelf ook deel uit maakt van dat volk.

Een praktijktoepassing
Maar Paulus laat het niet bij feitenkennis van dit B”Ch gezagsordebesluit. Hij laat vervolgens zien welke consequenties dat bijvoorbeeld dan heeft voor het dagelijkse geloofsleven. Hij komt daarom met de mitswah (vers 4): “Iedere oprechte man[8] die bidt of Gods boodschap brengt, terwijl zijn hoofd bekleed[9] is, beschaamd zijn Hoofd[10].”.

Beschamen van de Here Jezus is hetzelfde als ernstig beledigen of bespotten en dat is een zonde. Waar gaat deze bepaling over, die nergens in de Tenach genoemd wordt en ook amper bekend is in de christenheid?

Vergelijk: het man/vrouw verschil
In het volgende vers (1 Cor 11:5) komt naar voren dat hoofdbekleding van een vrouw toont dat ze onder het gezag staat van haar echtgenoot en dat ze, als ze toch zonder hoofdbekleding bidt of Gods boodschap brengt, zichzelf verwerpelijk maakt[11].

Is het dan niet logisch dat een man ook hoofdbekleding zou moeten dragen bij het bidden of het brengen van Gods boodschap om juist daarmee uitdrukking te geven dat hij onder het gezag van de Here Jezus als zijn Hoofd staat? Nee, zegt Paulus, omdat de Here Jezus een spiritueel Hoofd is. Met hoofdbekleding brengt hij immers iets tussen hem en zijn Hoofd in en dat is niet toegestaan.

Bovendien, stelt Paulus, is de man een afbeelding (icoon) en heerlijkheid van God (1 Cor 11:7). De vrouw is dat niet, maar heerlijkheid van een man[12]. Dus er zijn bepalingen die voor een vrouw gelden in Bijbelse/Godsdienstige zin, maar niet voor een man. Zo is voor haar hoofdbekleding bij het bidden of brengen van Gods boodschap wel verplicht (1 Cor 11:10). Het gaat Paulus er zeker om ook in dit geval het verschil tussen een man en een vrouw aan te geven.

Waarom komt Paulus met dit bevel?
Geleerden komen met een aantal belangrijke redenen, zoals:
1. Onderscheiden en verwerpen van heidendom
2. Onderscheiden van Jodendom
3. Gods orde van het B”Ch invoeren

Ad 1. Afstand nemen van heidendom
Volgens sommige (moderne) uitleggers was het bevel bedoeld om zich verder en dieper van de Grieks/Romeinse cultuur te onderscheiden. Zulk onderscheiden is onverwacht, omdat het merkwaardig genoeg binnen de christenheid geen punt is. Vreemd is dat echter niet. De christenheid is namelijk al heel vroeg (eind eerste eeuw/begin tweede eeuw) doorgeschoten in het zich afzetten tegen Jodendom om verschillende redenen, maar heeft juist veel van het heidendom laten voortbestaan[13].

Paulus leerde dat niet-Joodse toetreders tot het B”Ch tijd gegund moet worden om te wennen aan Bijbelse Godsdienst. Dit werd echter uitgebuit door heidense cultuur toe te staan om Bijbelse Godsdienst daarnaartoe om te buigen en aan te passen. Maar dan wordt over het hoofd gezien dat Bijbelse Godsdienst juist vereist dat de toetreders tot Gods Verbond hun oude leven dood verklaren en het Isra‘Elitische geloofsleven aanvaarden. Maar dan moet natuurlijk Bijbelse Godsdienst wel doorgrond en persoonlijk aanvaard worden.

In de Griekse en Romeinse religieuze ceremoniën bedekten priesters die voorgingen hun hoofd bij het uitspreken van hun smeekbeden en magische spreuken voor hun afgoden. Gewone Grieken en Romeinen namen die praktijk ook over als ze deelnamen aan ceremoniën of zelf (thuis) smeekbeden of magische spreuken uitspraken. Met de hoofdbekleding drukte ze uit dat ze tijdelijk afstand namen van de wereld en zich richtte op hun afgoden.

Nogal wat nieuwe niet-Joodse toetreders tot de B”Ch geloofsgemeenschap neigde er toe deze praktijk voort te zetten in de geloofsgemeenschap van de Here Jezus. Ze bekleedde hun hoofd wanneer de gebeden aan God werden uitgesproken of over Hem werd gesproken. Paulus zou deze praktijk hebben willen stoppen.

Joodse mannen zeiden hun gebeden en studeerden overigens altijd zonder hoofdbekleding. Doordat niet-Joodse mannen ertoe neigde hun hoofd wel te bekleden trad er verschil op. Vermijden van verschillen tussen Joden en niet-Joden in het dagelijkse functioneren van de geloofsgemeenschap was juist een kernpunt van wat Paulus herhaaldelijk leert. Hij wilde juist dat ze een eenheid zouden worden.

Maar dat Paulus dit bevel in 1 Corinthiërs 11:4 alleen maar geeft zodat de geloofsgemeenschap zich van de Grieks/Romeinse cultuur onderscheidt, zonder uitleg waarom, is niet aannemelijk. Hij staat er juist om bekend altijd duidelijk uitleg te geven.

+++
[1] Dit is mijn eigen Messiaanse vertaling.
[2] Dit kan natuurlijk niet slaan op de ongelovigen en de God-lozen. Het gaat om alleen om de mannen die behoren tot Gods volk (talmiediem, leden van Gods geloofsfamilie, Joods of niet).
[3] Paulus gebruikt hier het Griekse woord Andros (man) en daarna Aner (specifiek: echtgenoot. Meer algemeen: oprecht man). Dit verschil wordt in vrijwel geen enkele ‘vertaling’ doorgegeven.
[4] Dat is de Here Jezus. In de meeste ‘vertalingen’ wordt het Griekse woord Christos heel inconsequent onvertaald gelaten.
[5] Hier staat dus onomwonden dat het in de Bijbelse Godsdienst om de man gaat, maar dat is niets anders dan wat de Tenach ook leert. Omdat het Griekse woord kefali hier bepaald is komt tot uitdrukking dat voor een gelovige man, een talmied, de Gezalfde zijn Hoofd is waar hij bovenal aan moet gehoorzamen. Alle andere hoofden, zelfs God, de Vader, zijn in Godsdienstige zin minder relevant (d.i. hij ressorteert in Godsdienstige zin niet direct onder God, de Vader). Ook hierin wordt duidelijk dat God, de Vader, Zijn gezag heeft gedelegeerd naar Zijn Gezalfde (representatie). Als er nog twijfel zou bestaan in de Messiaanse gemeenschap aan wie wij gehoorzaamheid schuldig zijn en hoe God alleen vereerd moet worden, dan is dit met deze woorden van Paulus onbetwist geworden; de Here Jezus is door God aangesteld als Middelaar (kohen gadol (Isra‘Eltisch hogepriester; 1 Tim 2:5; Hebr 8:6)). Dit is nieuw sinds het B”Ch en wordt in het Jodendom scherp verworpen. Echter, het feit dat de Here Jezus door God is aangesteld als kohen gadol betekent ook dat het B”Ch, dat door Hem (de Here Jezus) door God is geactiveerd, nooit het door God bedoeld eindpunt kan zijn. ‘Adam had immers dagelijks direct contact met God en had geen kohen gadol nodig. Er ligt dus nog een betere wereld in het verschiet. Al beweren veel christenen, tegen de Bijbelboodschap in, dat het volkomene met de Here Jezus wel al zou zijn bereikt.
[6] Ook deze stelling bevestigt de Tenach. Het huwelijk is een gesloten verbintenis (Engels: wedlock) tussen een man en een vrouw. Het Griekse woord kefali – hoofd is hier onbepaald, omdat zij ook onder andere hoofden staat. Bijvoorbeeld het staatshoofd, maar meer dagelijks het hoofd van de lokale geloofsgemeenschap.
[7] Dit staat nergens in de Tenach. Althans niet op deze expliciete, geopenbaarde wijze. Dat heeft ook geen zin, want Gods Zoon had toen die positie en functie als kohen gadol nog niet ontvangen. Maar deze stelling drukt niet alleen subordinatie uit, maar meest pikant is natuurlijk dat het Griekse woord kefali hier ook onbepaald is, waardoor er verband lijkt te zijn gesuggereerd met de voorafgaande stelling over de verhouding tussen man en vrouw in de gehuwde staat. Maar dat het woord ‘hoofd’ onbepaald is laat ook zien dat de Here Jezus in verband staat met de fysieke schepping, net zoals de engelen. In dat deel van de schepping had Hij en zal Hij te maken hebben met meerdere hoofden die ‘boven’ Hem gesteld zijn (B.v. Hebr 2:7). Hij werd immers bij Zijn eerste verblijf op aarde uitgeleverd aan de Tempelautoriteiten en aan de Romeinse autoriteiten die Hem overduidelijk in hun ‘macht’ hadden en (ter dood) veroordeelden. Hij stond toen als Joods staatsburger natuurlijk onder het gezag van de kohen gadol, koning Herodes en de Romeinse keizer. Daarnaast is de fysieke schepping ook het domein van engelen en boze geesten.
[8] Paulus gebruikt hier weer het woord aner en niet andros. Maar als in dit vers de vertaling ‘echtgenoot’ zou worden gebruikt dan beperkt dat de algemene uitspraak van Paulus te veel. Vandaar de keuze voor de vertaling van ‘oprechte man’ (in het Hebreeuws zou dus ‘Adam zijn gebruikt en wellicht had Paulus dat ook in gedachte). Dan is het van toepassing op veel meer mannen en bovendien zou een echtgenoot juist het toonbeeld moeten zijn van betrouwbaarheid en zuiverheid.
[9] Dit kan niet gaan over het lengte van haar, zoals soms gedacht wordt in verband met vers 14. Het gaat in vers 3 namelijk over gezagsorde en niet over haardracht.
[10] In de meeste ‘vertalingen’ staat het woord hoofd met een kleine letter, omdat het geïnterpreteerd wordt als zijn eigen hoofd. Maar dat is onzin en heeft ook niets met het voorgaande vers 3 te maken, waarin het over autoriteit/gezag gaat. Hier is natuurlijk de Here Jezus bedoeld, Die het Hoofd is van de talmied.
[11] Alle vaste leden van de lokale geloofsgemeenschap weten namelijk dat ze gehuwd is en door haar optreden het gezag van haar echtgenoot ontkent. Dat is gedrag van iemand die zich openstelt voor hoererij; een van de meest ernstige zonden. Ze zal daardoor uit de gemeenschap geworden worden.
[12] Dit is ook amper gemeengoed in de christenheid, maar ligt uiterst gevoelig in een cultuur waarin gesteld wordt dat man en vrouw toch vooral gelijk zijn. Toch wordt dit gegeven soms toegepast in het gesloten houden van het ambt van leiderschap (en leraarschap) in de geloofsgemeenschap voor vrouwen.
[13] Dit is enigszins logisch, want door het Jodendom uit Bijbelse Godsdienst te verwijderen ontstaat er een fundamenteel ‘gat’. Christenen dachten dat gekerstende vormen van heidendom daarvoor in de plaats te brengen geen kwaad zou kunnen. Maar dat wijst op een grondig verkeerd begrijpen van Gods wil en dus van Bijbelse Godsdienst. Jodendom is immers hecht verbonden met die Godsdienst, terwijl heidendom juist gebaseerd is op de tegenstand tegen God. Heidendom is immers verbonden met de dienst aan satan.

Wees de eerste die reageert op "Hoofdbedekking volgens Bijbelse Godsdienst – deel 1"

Geef een reactie

Ontdek meer van MessiaNieuws

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder