‘Ik ben de Opstanding en het Leven’

De Graftuin vlak buiten de Oude Stad van Jeruzalem.
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone
Print Friendly, PDF & Email

‘Ik ben de Opstanding en het Leven’ (Johannes 11:25). Woorden van de Heere Jezus, in het verhaal over de opwekking van Lazarus uit de dood. Zijn opwekking schetst al een plaatje van de opstanding van de Heere Jezus, korte tijd daarna, een opstanding die echter veel heerlijker en krachtiger is.

Lazarus en zijn zussen Maria en Martha woonden in Bethanië. Het was deze Maria die kostbare nardusolie uitgoot over de Heere Jezus en Zijn voeten afdroogde met haar haren. Lazarus werd ernstig ziek. Zijn zussen stuurden snel een boodschapper naar de Heere Jezus, met de noodkreet: ‘Heere, zie, hij die U liefhebt, is ziek’ (Johannes 11:3).

Jezus was op dat moment op de oostelijke Jordaanoever, het tegenwoordige Jordanië, in Perea, waar Johannes eerst doopte (Johannes 10:40). Hij was daar wellicht vanwege het zachte klimaat in de winter. Perea bevindt zich namelijk zo’n driehonderd meter onder zeeniveau, terwijl het in de winter in Jeruzalem kan sneeuwen.

Bijna manipulatie…

Maria, Martha en Lazarus woonden in Bethanië, aan de andere kant van de Olijfberg, een paar kilometer van Jeruzalem vandaan. Daarvandaan tot de omgeving waar de Heere Jezus het Evangelie verkondigde, was het twee volle dagen lopen. Terwijl de boodschapper onderweg was, ging de toestand van Lazarus snel achteruit. Toen hij bij Jezus kwam, was zijn boodschap bijna manipulatie: ‘…die U liefhebt, is ziek…’ Zoiets als: …U moet wel komen… Alsof Jezus niet wist wat er met Lazarus aan de hand was.

De reactie van de Heere Jezus is opmerkelijk: ‘Deze ziekte is niet tot de dood, maar is er met het oog op de heerlijkheid van God, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt wordt’ (vers 4).
Hij bemoedigt de boodschapper, door hem een belofte te geven: ‘…deze ziekte is niet tot de dood…’ Zijn ziekte is bedoeld voor Gods glorie, om de Zoon van God te verheerlijken.

Vers 5 zegt over Jezus dat Hij Martha, haar zuster en Lazarus liefhad. De lezer van het Evangelie moest hiervan overtuigd worden, omdat ze er anders aan zouden gaan twijfelen. Hij blijft namelijk eerst nog twee dagen in de plaats waar Hij was. Waarom was dat?
Stel dat u een telefoontje krijgt dat één van uw beste vrienden doodziek is, met het verzoek snel te komen en u gaat dan eerst nog twee dagen door met uw werk… Dat zou u toch niet doen… Waarom doet Jezus dat dan wel?
En dan te weten dat alles wat de Heere Jezus doet een reden heeft. Dit uitstel heeft een doel.

De Heere Jezus had al twee doden opgewekt, het twaalfjarige dochtertje van Jaïrus en de enige zoon van de weduwe uit Naïn (Lukas 7).
Martha en Maria moeten dit geweten hebben. Jezus kan iemand opwekken uit de dood. Maar dit moest dan wel op de dag gebeuren waarop diegene gestorven was en alleen als Jezus bij de dode was.

Drie dagen, vier dagen…

Verder was het zo dat de Joden geloofden dat de ziel van een dode nog drie dagen in of bij het lichaam aanwezig was. Vanaf de vierde dag was een dode echt een dode, zonder ziel, en was de ontbinding begonnen.
Waarom is dit belangrijk? Omdat de rabbi’s leerden dat wanneer de Messias zou komen, Hij in staat zou zijn iets zo wonderbaarlijks te doen dat je direct zou weten dat het de Messias was. Alleen de Messias of zijn profeten zouden doden kunnen opwekken.

De religieuze leiders in Jeruzalem zouden een probleem hebben als Jezus, die de dochter van Jaïrus en de zoon van de weduwe uit Naïn had opgewekt echt de Messias was en in de tempel Zijn troon zou bestijgen. Dan zou het uit zijn met hun tempelwinsten. Ze verdienden namelijk heel veel geld met de handel die in de tempel plaatsvond.

Als Hij echt de Messias zou zijn, zouden deze religieuze leiders, in een uiterste poging om hun weelde, macht en positie te beschermen, Hem moeten doden. Eerst probeerden ze het wonder van de opwekkingen van de dochter van Jaïrus en de zoon van de weduwe te bagatelliseren. Hun ziel was immers nog in of bij hun lichamen. Misschien suggereerden ze wel dat beiden in coma waren, maar niet werkelijk dood.
De Joodse leiders zullen de drie dagen berekening hebben gebruikt om het wonder van de Heere Jezus in diskrediet te brengen. Om te bewijzen dat Hij echt de Messias was, moest Hij dit ‘probleem’ overwinnen.

In vers 11 van Johannes 11 zegt de Heere Jezus tegen Zijn discipelen: ‘Lazarus, onze vriend, slaapt, maar Ik ga naar hem toe om hem uit de slaap op te wekken.’
Hij zou echter niet meer voor de vierde dag na zijn sterven bij hem aankomen. Dat was kennelijk ook de bedoeling. Als Hij direct uit Perea zou zijn vertrokken, was Hij al op de tweede dag na zijn sterven bij hem geweest.

Martha en Maria zullen wanhopig op Jezus hebben gewacht en niet hebben begrepen waarom Hij er nog niet was. Toen kwam de boodschapper terug, met de boodschap van Jezus: ‘Deze ziekte is niet tot de dood.’ Kunt u zich voorstellen hoe Maria en Martha hebben gereageerd. ‘Hij is al dood, heb je het wel goed gehoord?’
Ze zullen zich misschien hebben vastgeklampt aan de gedachte dat Lazarus’ ziel nog tot aan het einde van de derde dag bij hem zou zijn. Maar aan het einde van de derde dag was Jezus er nog steeds niet. Alle hoop verdwijnt. Ze zijn wanhopig.

Bijna verwijtend…

De vierde dag breekt aan. Lazarus is inmiddels in het graf gelegd. Wat zijn ze verdrietig. Dan opeens klinkt het bericht dat Jezus onderweg is.
Martha gaat Hem direct tegemoet en zegt bijna verwijtend: ‘Heere, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn.’ Ze voegt er wel iets aan toe: ‘…maar ook nu weet ik dat God U alles wat U van God vraagt, geven zal.’
‘Uw broer zal weer opstaan,’ bemoedigt de Heere Jezus haar. Martha kan het niet geloven. ‘Ik weet dat hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.’

Dan klinkt de overwinningsroep van de Heere Jezus: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid’ (vers 25 en 26).
Door Martha gewaarschuwd gaat ook Maria snel naar de Heere Jezus en ook zij zegt: ‘Heere, als U hier geweest zou zijn, zou mijn broer niet gestorven zijn’.

Wanneer ze bij het graf van Lazarus komen, geeft Jezus opdracht de steen weg te halen. Geschokt reageert Martha: ‘Heere, hij ruikt al, want hij ligt hier al voor de vierde dag.’
Als de steen weg is, nadat Jezus tegen hen heeft gezegd: ‘Heb Ik u niet gezegd dat u, als u gelooft, de heerlijkheid van God zult zien?’, heft Hij Zijn ogen omhoog en zegt: ‘Vader, Ik dank U dat U mij altijd verhoord hebt.’

‘Lazarus, kom naar buiten!’ roept Jezus met krachtige stem. ‘De gestorvene komt naar buiten, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn gezicht is omwonden met een zweetdoek.’
Wat een wonder! En dat op de vierde dag! Voor de Joden was het absoluut uitgesloten dat iemand op de vierde dag nog weer levend zou worden. Zijn ziel was immers weg. Het was alsof iemand die al gecremeerd is weer levend wordt. De opstanding van Lazarus op de vierde dag na zijn sterven was wel het ultieme bewijs dat Jezus de Messias is.

Geloof en vijandschap

Velen komen door dit wonder tot geloof in de Heere Jezus, zegt Johannes 11, maar sommigen gaan naar de Farizeeën om hun te vertellen wat er is gebeurd. Reken maar dat dit wonder binnen de kortste tijd bij iedereen bekend was. In deze tijd zouden alle media Lazarus willen interviewen en op zoek gaan naar Jezus.

De Joodse leiders zullen erover gesproken hebben Lazarus zo snel mogelijk van het toneel te laten verdwijnen. En ook Jezus moet weg, omdat Hij hun positie bedreigt. Ze besluiten dat Hij gedood moet worden. De opwekking van Lazarus is daartoe de directe aanleiding.
De Heere Jezus gaat met Zijn discipelen naar Efraïm, de stad waar vluchtelingen veilig zijn. Misschien gaan Maria, Martha en Lazarus wel met hen mee. Enkele weken later keren ze weer terug naar Bethanië, waar Jezus op bezoek gaat bij Martha, Maria en Lazarus.

Lazarus moest sterven opdat Gods Naam zou worden verheerlijkt, opdat onomstotelijk vast zou komen te staan dat Jezus de Messias was en opdat velen tot geloof zouden komen. Gelovigen hebben niet de garantie dat gezondheid, voorspoed en welvaart hun deel zijn als ze in de Heere Jezus geloven. Het gaat niet om dat wij het maar prettig hebben, maar het gaat om Gods eer, om de glorie van de Heere Jezus.

Nog veel heerlijker

De opwekking van Lazarus is een prachtige voorafschaduwing van de opstanding van de Heere Jezus. Het moet aangrijpend voor Hem zijn geweest. Hij wist wat er stond te gebeuren. Even zeker als Lazarus werd opgewekt uit het graf, zal ook Hij dood en graf overwinnen.
Maar de opstanding van de Heere Jezus was nog veel heerlijker dan de opstanding van Lazarus. Toen Lazarus uit het graf kwam, waren zijn handen en voeten gebonden met grafdoeken, en zijn gezicht was omwonden met een zweetdoek. Bij de opstanding van de Heere Jezus bleven de grafdoeken achter in het graf en lag de zweetdoek afzonderlijk opgerold (Johannes 20:6 en 7).

Lazarus werd opgewekt, maar later is hij toch weer gestorven. Dat geldt niet voor de Heere Jezus. Hij stond op en leeft tot in alle eeuwigheid. Daarom klinkt in 1 Korinthe 15:20 de jubelkreet: ‘Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.’

Wat een hoop klinkt er door in deze woorden, hoop als absolute zekerheid. Christus is de Eersteling, alle andere gelovigen die sterven (mooier: ontslapen) voordat Hij terugkomt, zullen zeker opstaan met een verheerlijkt opstandingslichaam, op de dag van Zijn komst. Ook Lazarus, hij voor de tweede keer.
Dan zullen ze Hem tegemoet gaan in de lucht, samen met de op dat moment nog levende gelovigen, zegt 1 Thessalonicenzen 4:17. Om voor altijd bij de Heere te zijn. ‘Zo dan, troost elkaar met deze woorden.’

Ik wens u allen rijk gezegende Paasdagen toe!

Dirk van Genderen publiceert wekelijks een nieuwsbrief over Israel en het Midden-Oosten. 

Facebookreacties
Share on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Be the first to comment on "‘Ik ben de Opstanding en het Leven’"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*