Roof en teruggave van Joods bezit

538x840 e1784441104637 Hoewel de Nazi’s een grote afkeer hadden van de Joden, wilde ze wel hun bezittingen. In het boek ‘Voor Joden verplicht’ beschrijft André Vermeulen hoe de Nazi’s en anderen bezittingen van Joodse Nederlanders roofden. Hoe doet hij dat?

Hoewel de Nazi’s een grote afkeer hadden van de Joden, wilde ze wel hun bezittingen. In het boek ‘Voor Joden verplicht’ beschrijft André Vermeulen hoe de Nazi’s en anderen bezittingen van Joodse Nederlanders roofden. Hoe doet hij dat?

Boekanalyse
Vermeulen was werkzaam bij nieuwsbedrijven en hoofdredacteur van een opinietijdschrift voor ondernemers. Hij schreef diverse andere boeken.

Na een voorwoord beschrijft hij het onderwerp in 22 hoofdstukken op enigszins chronologische wijze. De langste hoofdstukken gaan over hoe het bezit van Joodse Nederlanders werd afgenomen (H5), kunstverzamelaars met hebzucht (H9) en het lange traject tot op vandaag van teruggave van bezittingen (H20). Er is een foto-gedeelte (zwart-wit). Het boek wordt afgesloten met een overzicht van anti-Joodse maatregelen, een Dankwoord, een overzicht van geraadpleegde bronnen per hoofdstuk en een literatuurlijst.

Voorafgaande aan de deportaties maakten de Nazi’s van alle 140.000 Joodse Nederlanders hun bezittingen afhandig. De oorspronkelijk Joodse bank LiRo (Lippmann Rosenthal) in Amsterdam kreeg daarin een cruciale rol; het werd omgezet in wat later een ‘roofbank’ werd genoemd. Van alle Joodse ondernemingen werd immers het bestuur door de Duitse overheid overgenomen. Joodse Nederlanders moesten er hun bezittingen ‘tijdelijk’ in bewaring geven, aangemoedigd door de Joodse Raad.

Vermeulen is heel kritisch over de Nederlandse overheid (vooral de PvdA) na de oorlog. Strafvervolging bleef uit en een voorkeursbehandeling voor teruggave van Joods bezit, waarvan de Amerikanen circa 75% terugvonden, werd geweigerd. Ze wilde het houden voor musea of verkopen. Pas 11 jaar na de oorlog wordt 90% van het geld wat in 1941 op de LiRo-rekeningen stond vergoed. Maar individuele bezittingen, zoals schilderijen, juwelen, etc., zijn een ander verhaal. Daarover lopen nog steeds zaken.

In Amsterdam werd een archiefkast gevonden (1997), waarin gegevens zaten over een deel van de bezittingen ‘afgestaan’ aan de LiRo. Toen werden er voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog diverse artikelen geschreven over de beroving van Joodse Nederlanders. Daarna zakte de aandacht weer weg. Vermeulen poogt met dit boek aandacht te geven aan de LiRobank-affaire.

Hij is ook kritisch over de rol van de Joodse Raad, Nederlandse ambtenaren en de Nederlandse politie door hun, volgens hem, bijna slaafse navolging van de bevelen van de Duitse overheid, hun kwaadaardige aanbevelingen en collaboreren.

Evaluatie
Dit boek beschrijft hoe Joodse Nederlanders tijdens de Duitse bezetting werden berooft. Over de betrokken Nederlanders citeert Vermeulen: “Ze wisten er allemaal van en hebben toch hun medewerking verleend.” Veel Nederlanders dachten aanvankelijk dat de Duitsers niet meer weg zouden gaan.

Vermeulen geeft korte beschrijvingen van allerlei belangrijke personen die daarbij betrokken waren en dat de meeste er na de oorlog (redelijk) goed vanaf kwamen. Vooral zij met een hoge maatschappelijke positie. In de beschrijvingen springt Vermeulen echter vaak terug en vooruit in de tijd, wat soms wat rommelig en verwarrend is.

Helaas ontbreekt een zoekregister en een afkortingenlijst. Dit boek wordt aangeraden.


Vermeulen, A., Voor Joden verplicht. De verduistering van Joods bezit via bank Lippmann Rosenthal. 2026, Walburg Pers, Zutphen, 263 pagina’s, € 24,99, ISBN: 9789464565348.

Wees de eerste die reageert op "Roof en teruggave van Joods bezit"

Geef een reactie

Ontdek meer van MessiaNieuws

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder