Sjabbats­lezingen: Buigen of barsten

Torahrol Buigen of barsten is een uitdrukking uit de natuur: een tak die niet meebuigt met een sterke wind, loopt de kans te breken. Zo heeft ook een volk, dat niet buigt onder Gods wil, de kans gebroken te worden.

Buigen of barsten is een uitdrukking uit de natuur: een tak die niet meebuigt met een sterke wind, loopt de kans te breken. Zo heeft ook een volk, dat niet buigt onder Gods wil, de kans gebroken te worden.

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Devarim (Woorden) zijn:
✡ Torahlezing: Deuteronomium 1:1 – 3:22,
✡ Profetenlezing: Jesaja 1:1-27,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Handelingen 7:51 – 8:4.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing
Toen zei de HEERE tegen mij: ‘U bent lang genoeg om dit bergland heen getrokken. Keer u om naar het noor­den en gebied het volk: U gaat door het gebied van uw broeders trekken, de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen. Zij zullen wel bevreesd voor u zijn, maar u moet zeer op uw hoede zijn. Ga niet de strijd met hen aan, want Ik zal u van hun land nog geen voetbreed geven. Ik heb het Seïr­ge­bergte immers aan Ezau in bezit gegeven.’

Sta op, breek op en trek de beek Arnon over; zie, Ik heb u Sihon, de koning van Hesbon, de Amoriet, en zijn land in uw hand gege­ven. Begin het in bezit te nemen en ga met hén de strijd aan. Op deze dag zal Ik begin­nen de volken onder heel de hemel angst en vrees voor u te geven. Zij zullen geruch­ten over u horen en voor u sidde­ren en beven.
Toen stuurde ik boden uit de woestijn Kedemoth naar Sihon, de koning van Hesbon, met woorden van vrede; ik zei: Laat mij door uw land trekken. Ik zal uitslui­tend over de weg gaan en daar niet van afwijken, naar rechts of naar links. Verkoop mij voedsel voor geld, zodat ik kan eten, en geef mij water voor geld, zodat ik kan drinken. Laat mij slechts te voet door uw land trekken – zoals de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, en de Moabie­ten, die in Ar wonen, ook voor mij gedaan hebben – totdat ik de Jordaan oversteek, naar het land dat de HEERE, onze God, ons geven zal.
Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons niet door zijn land laten trekken. De HEERE, uw God, verhardde namelijk zijn geest en verstokte zijn hart, om hem in uw hand te geven, zoals het op deze dag is. En de HEERE zei tegen mij: Zie, Ik ben begon­nen Sihon en zijn land aan u te geven. Begin zijn land nu daad­wer­ke­lijk in bezit te nemen.
En Sihon trok uit ten strijde, hij en heel zijn volk, ons tegemoet, naar Jahaz. En de HEERE, onze God, gaf hem aan ons over, en wij versloe­gen hem, zijn zonen en heel zijn volk. Wij namen in die tijd al zijn steden in en sloegen elke stad met de ban: mannen, vrouwen en kleine kinderen. Wij lieten niemand over­blij­ven. Alleen het vee roofden wij voor onszelf, en de buit van de steden die wij innamen.

Dit land namen wij in die tijd in bezit. Vanaf Aroër, dat aan de beek Arnon ligt, gaf ik het, met de helft van het bergland van Gilead en zijn steden, aan de Rubenieten en de Gadieten. De rest van Gilead, en heel Basan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan de halve stam Manasse, heel het gebied Argob.
Deuteronomium 2:2-5, 24-35, 3:12-13a (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Moses stond de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse toe, met hun omvang­rijke kudden in het Over­jor­daan­se land (een deel van het huidige Jordanië) te blijven, want daar was het gras groener voor hun vele vee. Maar hun strijd­bare mannen bleven niet achter, die streden aan de spits van het leger mee bij de verovering van het gehele beloofde land, onder de leiding van Jozua.
Toen riep Jozua de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse bijeen, en hij zei tegen hen: Wat u betreft, u hebt alles in acht geno­men wat Mozes, de dienaar van de HEERE, u geboden heeft, en u hebt in alles wat ik u gebo­den heb naar mijn stem geluisterd. U hebt deze lange tijd uw broeders niet verlaten, tot op deze dag, en u hebt de voor­schrif­ten met betrek­king tot het gebod van de HEERE, uw God, in acht genomen. Nu heeft de HEERE, uw God, uw broeders echter rust gegeven, zoals Hij hun toegezegd had. Keer daarom nu terug, en ga naar uw tenten, naar het land dat uw bezit is, dat Mozes, de dienaar van de HEERE, u gege­ven heeft aan de over­zijde van de Jordaan.
Jozua 22:1-4 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Dit is een bekende liefdevolle uitspraak van Jezus, tenminste het begin. We citeren die graag, als troost en bemoediging. Maar er staat meer in. Lees maar:
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.
Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht. Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet ontmaskerd worden. Maar wie de waarheid doet, komt tot het licht, opdat van zijn werken openbaar wordt dat ze in God gedaan zijn.

Johannes 3:16-21 (HSV)

Buigen of barsten
Wanneer je Deuteronomium 2 doorleest, vind je daar een aantal stammen die zich al strijdend een terri­torium hadden veroverd in en rondom Kanaän: de Edomieten (nazaten van Esau) hadden de Horieten verdreven uit Seïr, ten zuiden van de Dode Zee, en waren daar gaan wonen. De Moabieten en de Ammo­nieten (nazaten van Lot) hadden de Emieten en de Zam­zu­mie­ten uit hun gebieden ten oosten van de Jordaan verdre­ven, en hadden die in bezit genomen.

Nu is het de beurt aan Israël om zich een eigen gebied te veroveren. God geeft het hen, maar ze moeten er wel voor strijden. Die strijd is tevens de toorn van God over de Amorieten, ruim 400 jaar eerder aange­zegd tot Abram. Meer dan 400 jaar hebben de Amorieten de gelegenheid gehad zich te bekeren van hun zondige leefwijze, maar ze hebben het niet gedaan. En nu is de maat van hun zonden vol.

Ze krijgen nog een kans: hoe is hun houding ten opzichte van Israël, Gods volk? Moses stuurt boden met woorden van vrede; ik zei: Laat mij door uw land trekken. Ik zal uitslui­tend over de weg gaan en daar niet van afwijken’.
Maar de Heer kende het hart van koning Sihon, Hij wist diens gedachten, en verhardde zijn hart, om hem en zijn volk in de hand van de Israë­lieten te geven. Koning Sihon mobili­seerde zijn Amoritische leger, trok op tegen de Israë­lieten, en werd versla­gen en verdre­ven. Het zelfde gebeurde met een tweede Amoritische koning, Og de koning van Basan (Deutero­no­mium 3). Hun land werd in bezit genomen door Israëlitische stammen.

De geschiedenis herhaalt zich
In onze dagen lijkt de geschiedenis zich te herhalen. De Amorieten duldden geen Israëlieten naast zich in het land, zij gunden hen geen plaats en vielen hen aan.
Net zo duldden de inwoners van de Gazastrook geen Joodse staat naast zich. Zij besteed­den hun geld (buitenlandse giften) en energie aan bewa­pe­ning in plaats van aan de opbouw van een wel­va­rende eco­no­mie. Hun kinderen leerden zij het Joodse volk te haten. In vele jaren veranderden zij de Gaza­strook in een tunnelnetwerk groter dan de Londense Metro. Ze schoten raket­ten af op Joodse steden, lieten brandende vliegers neer­komen op Joodse akkers zodat de oogst verbrandde. Toen, na veel aandringen, Gazanen in Israël mochten werken, gebruiken zij die kans om te spioneren. En met de inval van Hamas en PIJ-strijders in Israël op 7 oktober 2023 was de maat van hun zonde vol.

Toen zei God tegen Abram: Weet wel dat uw nako­me­lin­gen vreem­de­lin­gen zullen zijn in een land dat niet van hen is; zij zullen hen dienen en men zal hen vier­hon­derd jaar onder­druk­ken. (…) De vierde genera­tie zal hier terug­keren, want (de maat) van de onge­rech­tig­heid van de Amo­rie­ten is tot nu toe niet vol. (Genesis 15:13, 16)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Vel een rechtvaardig oordeel, Deuteronomium 1,
God geeft ruimte om fouten te maken, Deuteronomium 1,
Door hun geloof – Door hun ongeloof, Deuteronomium 1,
God laat zich niet dwingen, Deuteronomium 1,
God geeft een nieuwe kans, Deuteronomium 2,
Onttrek je niet aan de strijd, Deuteronomium 3.
Zie ook: Christipedia – Amorieten.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbats­lezingen: Buigen of barsten"

Geef een reactie

Ontdek meer van MessiaNieuws

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder