Sjabbats­lezingen: Onttrek je niet aan de strijd

Torahrol Laat ons maar hier, aan de overkant van de Jordaan zeiden twee stammen. Dat mag alleen, wanneer jullie gewapende mannen voorop gaan bij de verovering van het land, was Moses' antwoord. En hoe zit het met de ultra-orthodoxen?

Laat ons maar hier, aan de overkant van de Jordaan zeiden twee stammen. Dat mag alleen, wanneer jullie gewapende mannen voorop gaan bij de verovering van het land, was Moses’ antwoord. En hoe zit het met de ultra-orthodoxen?

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Devarim (Woorden) zijn:
✡ Torahlezingen: Deuteronomium 1:1 – 3:22
✡ Profetenlezing: Jesaja 1:1-27,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Handelingen 7:51 – 8:4.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing:
Dit land namen wij in die tijd in bezit. Vanaf Aroër, dat aan de beek Arnon ligt, gaf ik het, met de helft van het bergland van Gilead en zijn steden, aan de Rubenieten en de Gadieten. De rest van Gilead, en heel Basan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan de halve stam Manasse, heel het gebied Argob. Dat gehele Basan wordt het land van de Refaïeten genoemd. Jaïr, de zoon van Manasse, nam heel het gebied Argob in, tot aan het gebied van de Gesurieten en Maächatieten, en hij noemde het, namelijk Basan, naar zijn eigen naam: dorpen van Jaïr. Zo heten ze tot op deze dag. Aan Machir gaf ik Gilead.
Aan de Rubenieten en Gadieten gaf ik het gebied vanaf Gilead tot aan de beek Arnon (tot het midden van de beek en het bijbehorend gebied) en tot aan de beek Jabbok, het gebied van de Ammonieten; verder de Vlakte, de Jordaan en het gebied vanaf Kinnereth tot aan de zee van de Vlakte, de Zoutzee, onder aan de hellingen van de Pisga, waar de zon opkomt.
Verder gebood ik u in die tijd: De HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven om het in bezit te nemen. Alle dappere mannen moeten echter gewapend verder trekken, voor uw broeders, de Israëlieten, uit. Alleen uw vrouwen, uw kleine kinderen en uw vee (ik weet dat u veel vee hebt) mogen in uw steden blijven, die ik u gegeven heb. Pas wanneer de HEERE ook aan uw broeders rust gegeven heeft, net als aan u, en ook zij het land in bezit hebben genomen dat de HEERE, uw God, hun geven zal aan de overzijde van de Jordaan, pas dan mag u terug­keren, eenieder naar zijn bezit, dat ik u gegeven heb.
Aan Jozua gebood ik in die tijd: Uw ogen hebben alles gezien wat de HEERE, uw God, met deze twee koningen gedaan heeft; zo zal de HEERE doen met alle koninkrijken waar u naartoe trekt. Wees niet bevreesd voor hen, want de HEERE, uw God, Hij is het die voor u strijdt.

De nakomelingen van Ruben en Gad zagen hoe groen het gras was voor hun vele vee in het Overjordaanse land, en wilden daar blijven.
Maar Mozes zei tegen de nakomelingen van Gad en de nakomelingen van Ruben: Uw broeders zullen ten strijde trekken, en u wilt zelf hier blijven? Waarom zou u dan het hart van de Israëlieten onwillig maken om over te steken naar het land dat de HEERE hun gegeven heeft? (…)
Toen naderden zij tot hem en zeiden: Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen. Maar wijzelf zullen ons toerusten (voor de strijd, ons) voor de Israëlieten uit haasten, totdat wij hen op hun plaats gebracht hebben. Onze kleine kinderen echter zullen in de versterkte steden blijven vanwege de inwoners van het land. Wij zullen niet terugkeren naar onze huizen, voordat iedere Israëliet zijn erfelijk bezit ontvangen heeft. Wij zullen immers niet met hen aan de overzijde van de Jordaan, en verderop, erfelijk bezit ontvangen, want ons erfelijk bezit valt ons ten deel aan deze zijde van de Jordaan, waar (de zon) opkomt.

Deuteronomium 3:12-22, Numeri 32:6-7 en 16-19 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing:
Toen riep Jozua de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse (bijeen), en hij zei tegen hen: Wat u betreft, u hebt alles in acht genomen wat Mozes, de dienaar van de HEERE, u geboden heeft, en u hebt in alles wat ik u geboden heb naar mijn stem geluisterd. U hebt deze lange tijd uw broeders niet verlaten, tot op deze dag, en u hebt de voorschriften met betrekking tot het gebod van de HEERE, uw God, in acht genomen.
Nu heeft de HEERE, uw God, uw broeders echter rust gegeven, zoals Hij hun toegezegd had. Keer daarom nu terug, en ga naar uw tenten, naar het land (dat) uw bezit (is), dat Mozes, de dienaar van de HEERE, u gegeven heeft aan de overzijde van de Jordaan.
Alleen, neem zeer nauwlettend de geboden en de wet in acht die Mozes, de dienaar van de HEERE, u geboden heeft, (namelijk) dat u de HEERE, uw God, liefhebt, in al Zijn wegen gaat, Zijn geboden in acht neemt, zich aan Hem vasthoudt, en dat u Hem dient met heel uw hart en met heel uw ziel. Zo zegende Jozua hen en liet hen gaan, en zij gingen naar hun tenten.

Jozua 22:1-6 (HSV)

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament:
U dan, mijn zoon, word gesterkt in de genade die in Christus Jezus is. En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook ande­ren te onder­wijzen.
Lijd verdrukkingen als een goed soldaat van Jezus Christus. Niemand die in het leger dient, wordt verwik­keld in de zaken van het levens­onder­houd, opdat hij hem kan behagen die hem voor de krijgs­dienst aan­ge­no­men heeft. En ook als iemand aan een wedstrijd deel­neemt, krijgt hij geen krans als hij de spel­regels niet in acht heeft genomen. De land­bouwer die zware arbeid verricht, moet als eerste in de vruchten delen.

2 Timotheüs 2:1-6 (HSV)

Onttrek je niet aan de strijd
Nog even en de stammen van Israël trekken onder leiding van Jozua de Jordaan over en beginnen met de verovering van het land. Dan vragen de stammen Ruben en Gad om hun erfdeel aan de oostkant van de Jordaan. Daar willen zij kooien bouwen voor hun vee. Willen zij de strijd voor de verovering van het land ontlopen?
Zodra deze kwestie ter sprake komt, wordt Mozes behoor­lijk boos. Misschien omdat Mozes de ware bedoe­lingen van de stammen van Ruben en Gad doorziet. Of misschien spreekt hij vanuit de pijn die wordt veroorzaakt door de zonde van de verken­ners, zo’n 38 jaar eerder. Hoe dan ook, of het nu uit schaamte of uit een gevoel van missie is, de stam­men van Gad en Ruben verbinden zich onmid­del­lijk om hun beste solda­ten als voor­hoede te sturen.

De kwestie van de militaire dienstplicht is in Israël altijd een beladen onderwerp geweest. Vanwege de gevoelige veilig­heids­situ­atie waarmee Israël te maken heeft met zijn buurlanden, heeft Israël een sterk leger nodig om zijn grenzen te verdedigen en zijn burgers te bescher­men. De dreigingen en militaire behoeften sinds 7 oktober 2023 hebben het debat echter nog verder aan­ge­wak­kerd. In Israël wordt sterk aangedrongen op dienst­plicht voor ultra-ortho­doxen, die hiervan nu zijn vrijgesteld. In juli 2025 leidde dit tot het vertrek van ultra-orthodoxe partijen uit het Israëlische kabinet.

Militaire dienstplicht is verplicht in Israël. Tegelijkertijd zijn ultra-orthodoxen hiervan vrijgesteld. Wat is de achter­grond van deze vrijstelling en waarom is het belang­rijk om deze situatie te veranderen?
Toen de Staat Israël in 1948 werd opgericht, stemde premier David Ben-Goerion in met een tijdelijke regeling genaamd ‘Torato Umanuto’ (letterlijk: ‘Torah is zijn werk’). Deze over­een­komst was bedoeld om de wereld van de Torah-studie, die door de holocaust was verwoest, te herstellen en opnieuw op te bouwen.

Deze overeenkomst groeide geleidelijk uit tot een breed vrijstel­lings­mecha­nisme en een van de meest explosieve kwesties in de Israëlische samen­leving. Hierdoor ont­stond een enorme ideologische kloof. Enerzijds wordt algemeen aan­ge­no­men dat militaire dienst een burger­plicht is, die eenheid en educa­tieve waarde brengt, terwijl het ook voorziet in een cruciale exis­ten­tiële behoefte. Aan de andere kant beschou­wen de ultra-ortho­doxen Torah­studie als de hoogste waarde. Zij zien de publieke druk om hen in de militaire dienst te inte­gre­ren als een bedrei­ging voor hun manier van leven.

Om een meer gelijkwaardige, productieve en hoog­waar­dige toekomst voor de Israëlische samen­leving op te bouwen is het nood­zake­lijk om deze realiteit te veran­deren. Bovendien bevor­dert militaire dienst de soli­da­riteit en ver­bon­den­heid tussen verschil­lende delen van de samen­leving.
Het vermeende verband tussen Torah-studie en dienst­weigering is nogal ironisch, omdat de Torah militaire dienst verplicht stelt. Het boek Numeri begint met een militaire volk­stel­ling van de stammen: ‘Ieder in Israël die met het leger uittrekt, van twintig jaar oud en daarboven. Die moet u tellen, (ingedeeld) naar hun legers, u en Aäron.’ (Numeri 1:3)

Toen de stammen Ruben en Gad toestemming vroegen om zich te oosten van de Jordaan te mogen vestigen, werd Mozes eerst boos, omdat hij sporen van de opstand van de verkenners ontdekt. Mozes berispt hen met een retorische vraag: ‘Uw broeders zullen ten strijde trekken, en u wilt zelf hier blijven?‘ (Numeri 32:6)
In dezelfde geest en toon moeten we de Torah-studen­ten van vandaag vragen: ‘Zullen jullie broeders ten strijde trekken, terwijl jullie hier gewoon blijven zitten? Studeren jullie niet en verkondigen jullie niet: “In elke generatie staan zij tegen ons op om ons te vernietigen”? Begrijpen jullie niet dat een nederlaag in de strijd de vernietiging van de staat Israël betekent?’

(Deze tekst is gebaseerd op de uitleg van Yehuda Bachana, Netivyah)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Vel een rechtvaardig oordeel, Deuteronomium 1,
God geeft ruimte om fouten te maken, Deuteronomium 1,
Door hun geloof – Door hun ongeloof, Deuteronomium 1,
God laat zich niet dwingen, Deuteronomium 1,
God geeft een nieuwe kans, Deuteronomium 2.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbats­lezingen: Onttrek je niet aan de strijd"

Geef een reactie