Driemaal gaat het over opvolging in zijn functie, bij een leider, een profeet, en een apostel. Bij Moses, Elia en Judas. God wees voor hen opvolgers aan, die Hij voor deze taak had gevormd door hen ‘stage te laten lopen’.
De Bijbelgedeelten voor de komende sjabbat Pinchas (Pinehas) zijn:
✡ Torahlezing: Numeri 25:10 – 29:40,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 18:46 – 19:21,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Openbaring 19:11-21.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Gedeelten uit de Torahlezing
Daarna sprak de HEERE tot Mozes: Klim deze berg Abarim op, en bezie het land dat Ik de Israëlieten gegeven heb. Wanneer u het gezien hebt, zult ook u met uw voorgeslacht verenigd worden, net als uw broer Aäron daarmee verenigd is. Dat is omdat u Mijn bevel ongehoorzaam bent geweest in de woestijn Zin, tijdens de twist van de gemeenschap, door Mij voor hun ogen niet te heiligen bij het water. Dat is het water van Meriba, ter hoogte van Kades, in de woestijn Zin.
Toen sprak Mozes tot de HEERE: Laat de HEERE, de God Die aan alle vlees de adem geeft, over deze gemeenschap een man aanstellen die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan, opdat de gemeenschap van de HEERE niet zal zijn als schapen die geen herder hebben.
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Neem Jozua bij u, de zoon van Nun, een man in wie de Geest is, en leg uw hand op hem. Plaats hem voor de priester Eleazar en voor heel de gemeenschap, en draag voor hun ogen het bevel aan hem over. Leg een deel van uw waardigheid op hem. Dan zal heel de gemeenschap van de Israëlieten naar hem luisteren.
En hij moet voor Eleazar, de priester, gaan staan, en die zal voor hem vragen naar het oordeel van de urim, voor het aangezicht van de HEERE. Op zijn bevel zullen zij uitgaan en op zijn bevel zullen zij ingaan, hij, en al de Israëlieten met hem, heel de gemeenschap.
Mozes deed zoals de HEERE hem geboden had: hij liet Jozua halen en plaatste hem voor Eleazar, de priester, en voor heel de gemeenschap. Hij legde hem zijn handen op en droeg hem het bevel over, zoals de HEERE door de dienst van Mozes gesproken had.
Numeri 27:12-23 (HSV).
Een gedeelte uit de Profetenlezing
Na de ‘offerwedstrijd’ met de priesters van Ba’al en Astarte op de berg Karmel had de profeet Elia alle afgoden-priesters laten doden. Koningin Izebel zon op wraak, wilde Elia laten doden, en deze vluchtte naar de Negev-woestijn. Daar ontmoette God hem:
Hij ging daar een grot in en overnachtte er. En zie, het woord van de HEERE kwam tot hem, en Hij zei tegen hem: Wat doet u hier, Elia? Hij zei: Ik heb mij zeer voor de HEERE, de God van de legermachten, ingezet. De Israëlieten hebben immers Uw verbond verlaten, Uw altaren omvergehaald en Uw profeten met het zwaard gedood. Ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven om het mij te benemen.
Maar Hij zei: Ga naar buiten en ga op de berg staan, voor het aangezicht van de HEERE. En zie, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, die bergen spleet en rotsen in stukken brak, voor het aangezicht van de HEERE uit. Maar de HEERE was niet in de wind. Na deze wind kwam er een aardbeving, maar de HEERE was ook niet in de aardbeving. Op de aardbeving volgde een vuur, maar de HEERE was ook niet in het vuur. En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte. En het gebeurde, toen Elia dat hoorde, dat hij zijn gezicht met zijn mantel omwikkelde, naar buiten ging en in de ingang van de grot bleef staan. En zie, een stem kwam tot hem, die zei: Wat doet u hier, Elia? Hij zei: Ik heb mij zeer voor de HEERE, de God van de legermachten, ingezet. De Israëlieten hebben immers Uw verbond verlaten, Uw altaren omvergehaald en Uw profeten met het zwaard gedood. Ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven om het mij te benemen.
De HEERE zei tegen hem: Ga heen, keer terug op uw weg, naar de woestijn van Damascus. Wanneer u daar komt, moet u Hazaël zalven tot koning over Syrië. En u moet Jehu, de zoon van Nimsi, zalven tot koning over Israël. En Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mehola, moet u tot profeet zalven in uw plaats. (…)
Hij ging daarvandaan en trof Elisa, de zoon van Safat, aan. Deze was aan het ploegen met twaalf span runderen voor zich uit, en hij bevond zich bij het twaalfde. Elia ging op hem af en wierp zijn mantel naar hem toe. Hij verliet de runderen, snelde achter Elia aan en zei: Laat mij toch mijn vader en moeder kussen, daarna zal ik u volgen. En hij zei tegen hem: Ga, keer terug, want wat heb ik u gedaan? Zo keerde hij van achter hem terug, nam een span runderen, slachtte ze en kookte hun vlees op het hout van het juk Hij gaf dat aan het volk en zij aten. Daarna stond hij op, volgde Elia en diende hem.
Voordat Elia van de aarde werd weggenomen, vroeg Elisa: ‘Laat er toch twee delen van uw geest op mij mogen zijn’
1 Koningen 19:9-16, 19-21, 2 Koningen 2:9 (HSV)
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
En in die dagen stond Petrus op te midden van de discipelen (…) en sprak: Mannenbroeders, dit Schriftwoord moest vervuld worden dat de Heilige Geest bij monde van David van tevoren gesproken heeft over Judas, die gids geweest is voor hen die Jezus gevangen namen; want hij werd bij ons gerekend en had aan deze bediening deel gekregen. Deze nu heeft met het loon van de ongerechtigheid een stuk grond verkregen, en nadat hij voorover gevallen was, barstte hij in het midden open en kwamen al zijn ingewanden naar buiten. (…)
Het is dus nodig dat een van de mannen die met ons omgegaan zijn gedurende heel de tijd dat de Heere Jezus onder ons in- en uitging, te beginnen met de doop van Johannes tot op de dag waarop Hij van ons opgenomen werd, met ons getuige wordt van Zijn opstanding. En zij stelden er twee voor: Jozef, die Barsabas heette, die ook Justus genoemd werd, en Matthias. En zij baden en zeiden: U Heere, Kenner van het hart van allen, wijs van deze twee er een aan, die U uitgekozen hebt om deel te krijgen aan deze bediening, namelijk aan het apostelschap, waarvan Judas afgeweken is om naar zijn eigen plaats te gaan. En zij wierpen hun loten en het lot viel op Matthias; en hij werd met instemming van allen aan de elf apostelen toegevoegd.
Handelingen 1:15-18, 21-26 (HSV)
Een opvolger in wie de Geest is
Mozes nadert het einde van zijn ‘houdbaarheidsdatum’, al is het pas in Deuteronomium 31 en 34, dat we lezen over de aanstelling van Jozua en Moses’ sterven.
Hij is ongehoorzaam geweest aan een opdracht van God, door op een rots te slaan in plaats van er tegen te spreken opdat er water uit zou komen: ‘Zullen wij voor u uit deze rots water voortbrengen?’ (Numeri 20:10) en mag het beloofde land niet binnengaan. Al is hij is volgens het verslag 120 jaar oud, en ‘zijn oog was niet dof geworden en zijn kracht was niet vervlogen’ (Deuteronomium 34:7), toch kiest God voor het leiden van de intocht en de verovering van het land Kanaän voor een nieuwe leider.
Dan spreekt Moses tot God – in plaats van andersom – en vraagt Hem om een man die het volk zal leiden als een herder. Herder is ook een gewenste eigenschap van de opvolger, vriendelijkheid, zachtmoedigheid en vastberadenheid. Een voorbeeld was koning David, een herder die koning werd en Israël tot een militaire macht maakte.
Moses stelt niet zijn eigen zonen voor als zijn opvolgers, zoals in Arabische stammen gebruikelijk is, maar luistert naar de stem van God: ‘Neem Jozua bij u, de zoon van Nun, een man in wie de Geest is, en leg uw hand op hem.’ Hij heette oorspronkelijk Hosea, (Hosje’a, Hulp, redding), maar Moses noemde hem Jozua (Joshoe’a, God is redder/hulp) toen hij hem aanstelde tot verkenner van het land Kanaän; dat is dezelfde naam als Jezus kreeg.
Hoe is Jozua een geestelijke leider geworden? Dat heeft hij niet zomaar geleerd, dat is een leerproces. Vele jaren, na het gevecht met Amalek waarbij Jozua Moses ondersteunde, ging Moses hem daarin voor. Jozua ‘liep stage’ bij Moses en volgde hem overal waar hij heen ging. Hij ging mee met Moses de heilige berg op om God te ontmoeten. Als Moses met God sprak in de ontmoetingstent (Ex 33:11) was Jozua daar ook bij, en bleef daar om het heiligdom te bewaken en zo in de nabijheid van God te verkeren. Toch werd Jozua niet automatisch door Moses tot zijn opvolger benoemd. Dat was Gods keuze, nadat Moses aan God had gevraagd een nieuwe leider (herder) te benoemen. Jozua werd door God aangewezen op grond van zijn capaciteiten, maar bovenal omdat hij had laten zien dat hij vol was van Gods Geest.’
‘Leg (een deel) van uw waardigheid op (Jozua)’ had God gezegd. Een deel, niet de volle relatie die Moses had met God, met Wie hij sprak zoals met een vriend. Jozua had niet diezelfde rechtstreekse relatie met God zoals Moses die had. In plaats daarvan zal hij naar Gods wil moeten vragen aan de nieuwe hogepriester Eleazar, die daarvoor de Urim en de Tumim zal gebruiken.
We missen nog iets bij Jozua: hij had niet een man die elke dag bij hem was om gevormd te worden tot zijn opvolger, zoals Jozua dat was bij Moses. Toen Jozua en zijn generatie gestorven was, ‘stond er na hem een generatie op die de HEERE niet kende, en evenmin de daden die Hij voor Israël verricht had. Toen deden de Israëlieten wat slecht was in de ogen van de HEERE en zij dienden de Baäls’ (Richters 2:10-11).
Premier Benjamin Netanyahu – een man voor wie ik veel respect heb, en die Israël in veel moeilijke tijden heeft geleid – nadert ook het einde van zijn ‘houdbaarheidsdatum’. Het zou goed zijn (en misschien doet hij dat al) als hij biddend zijn ogen laat gaan over de politici die hem omringen. Wie wil God dat hem straks opvolgt? Wie is geschikt voor deze moeilijke taak, die een visie, vastberadenheid en de huid van een olifant vereist? Bid dat God een man naar zijn keuze aanwijst om straks zijn volk te leiden.
In de Profetenlezing gaat het over de profeet Elia, een man met dezelfde ijver voor de Heer als Pinchas. Hij werd na de offerwedstrijd op de berg Karmel en het doden van heidense priesters bedreigd, en hij vluchtte naar de woestijn. Daar ontmoette God hem, en droeg hem op om Elisa tot profeet te zalven in zijn plaats. Lange tijd was Elisa zijn dienaar en beoogd opvolger. Bij Elia’s sterven had Elisa één grote wens: een dubbel deel van zijn geest, zoals een eerstgeboren zoon een dubbel deel van de erfenis ontvangt.
‘En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook anderen te onderwijzen.’ (2 Timotheüs 2:2)
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
De ijver voor uw huis, Numeri 25,
Het land blijft Gods eigendom, Numeri 26,
Vrouwen zijn niet minderwaardig, Numeri 27,
God houdt zijn werk in stand, Numeri 27.


In dit artikel wordt gesteld dat de Jehosjoe’a (Jozua) zou staan voor de Here Jezus. Maar de naam Jehosjoe’a (en zeker zijn eigenlijke naam Hosje’a) is nogal anders dan Jesjoe’a (Jezus) en dus ook de betekenis. Er is dus niet zo’n direct verband. Ik heb dat al eerder uitgewerkt bij MessiaNieuws.
Dit soort opplakken van typebeelden van wie er allemaal in de Tenach eventueel op de Here Jezus lijkt of klinkt als is een typisch verlegenheidsbezigheid van de christenheid. Het worstelt met het feit dat de Here Jezus gewoonweg in letterlijke zin ontbreekt in Isra’Els oude geschiedenis. Maar dat onderkennen zou juist helpen te begrijpen waarom Isra’El tot op heden maar mondjesmaat Hem accepteert.
Er is in de Tenach alleen een verband tussen Mosjéh (Mozes) en de Here Jezus. Beiden hadden ze een tijdelijke messiaanse bediening. Hoewel de Here Jezus op aarde talmoedie (leerling) was van Mosjéh en eigenlijk alleen spiritueel optrad. In tegenstelling tot Mosjéh die God gebruikte om Mitsrajim (Egypte) te kastijden/op hun knieeën te dwingen en Isra’El uit te leiden tot aan de grens van het beloofde Land. Dat is pas messiaans in de volle betekenis van het concept. Iets wat de Here Jezus nog niet heeft gedaan (Hand 1:6).
Jozua echter was niet zozeer een geestelijk leider en geen leider van messiaanse formaat, maar eerder een soort sjofét (richter); een tijdelijk door God(s Geest) gedreven beslechter/knopendoorhakker. Meer seculier dus dan spiritueel. Van flink ‘lager’ kaliber dus. Hem vergelijken met de Here Jezus, wat de traditionele christenheid doet, is echt ongepast.
De Here Jezus was aanvankelijk op aarde zelfs ‘minder’ dan Mosjéh, hoewel God Hem na Zijn volbrachte werk groter maakte dan Mosjéh (Hebr 3:3). De Here Jezus was echter altijd veel ‘meer’ dan Jehosjoe’a (Jozua), zoals spirituele leiders in Gods optiek altijd groter en meer van nut zijn dan seculiere leiders.
Groet, Marco van Putten (redactielid MessiaNieuws)