Het Bijbelboek Hebreeën zou moeilijk zijn en volgens traditionele interpretaties alleen bedoeld voor zijn Joodse leerlingen van de Here Jezus. Kees Fieggen geeft zijn commentaar op dit boek. Wat komt erin naar voren?
Boekanalyse
Fieggen heeft al meerdere boeken geschreven. Volgens hem neemt Hebreeën in de Bijbel een bijzondere plaats in, omdat het de grootste link zou hebben met de Tenach (Oude Testament). Daarom zou het voor Joodse christenen geschreven zijn.
Het zou vragen beantwoorden over hun verhouding tot mede-Joden en niet-Joodse christenen en waarschuwen niet terug te vallen in Judaïsme. Het zou waarschuwen vast te houden aan het betere en geheel andere Nieuwe verbond. De kernvraag die de brief zou beantwoorden: Wie is de Here Jezus?
Na een voorwoord en inleiding bespreekt hij Hebreeën in drie delen: 1. Jezus de Zoon (1:1-4:13); 2. Jezus de Hogepriester (4:14-10:39); 3. Jezus de overste Leidsman (11:1-13:25). Steeds bespreekt hij algemeen een bepaald tekstgedeelte en daarna vers-voor-vers. In ‘Boxen’ (katernen) gaat hij dieper in op bepaalde onderwerpen.
Afgesloten wordt met een heel summiere literatuurlijst. Gebruik is gemaakt van de Telos-vertaling (Vergadering van gelovigen) en voor teksten uit de Tenach meestal van de HSV (Herziene Statenvertaling).
Fieggen gaat ervan uit dat Hebreeën door Paulus in Rome is geschreven vlak voor de verwoesting van de Tempel en het begin van de christenvervolging (ook door Joden); tussen 64-67 CE.
Evaluatie
Fieggen richt zijn commentaar tot een breed publiek, maar het is echter dogmatisch bepaald (Adventistisch). Deze dogma’s, zoals de bedelingenleer, worden niet uitgelegd, maar als bekend gegeven verondersteld. Een doelgroep binnen een bepaalde christelijke oriëntatie dus.
Fieggen is heel stellig, maar komt daardoor tegenstrijdig en verwarrend over als hij soms daarop terugkomt. Bijvoorbeeld als hij stelt dat het navolgen van Torah lasterlijk zou zijn (ook door Joodse talmoediem die dan dus als christenen moeten gaan leven!! Daarover zou de Hebreeënbrief gaan), maar elders dat christenen niet zonder geboden kunnen. Namelijk, de 10-geboden. Maar die vatten Torah juist samen!? Toch noemt hij Torahbepalingen ‘vleselijke’ inzettingen. Die navolgen zou tekortdoen aan het volkomen offer van de Here Jezus.
Hij is uitermate beledigend voor Joden. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat zij de Here Jezus naar het kruis zouden hebben verwezen. Een allang ontkrachtte oudchristelijke leugen. Dat nu nog beweren is ronduit kwaadaardig. Ook wordt het Mozaïsche Verbond beschreven als achterhaald, gefaald en vervangen door het veel betere Nieuwe Verbond. Dat is een vervangingstheoretische herinterpretatie, strijdig met de Hebreeënbrief. Verder stelt hij: “mensen die aan het oude bestel [d.i. Jodendom] willen vasthouden… hebben geen plaats in het nieuwe bestel [d.i. christenheid]…”. Messiaans geloven negatief veroordeeld dus.
Fieggen begrijpt kohenschap (Isra‘Elitisch priesterschap, zoals op het moment wordt beoefend door de Here Jezus, het hoofdonderwerp van de Hebreeënbrief en Torah) niet.
Wie Fieggen is wordt niet uitgelegd en dit commentaar heeft geen enkel zoekregister. Zelfs niet op Bijbelverzen.
Fieggen, K., Hebreeën. Een Bijbelcommentaar. Derde, grondig herziene druk. 2024, Het Zoeklicht, Amersfoort in samenwerking met Kepler boeken te Driebergen, 131 pagina’s, € 14,95, ISBN: 9789064514449.
Adventistische visie op Hebreeënbrief geprojecteerd


Wees de eerste die reageert op "Adventistische visie op Hebreeënbrief geprojecteerd"