God verhoort alle gebeden, maar soms zegt Hij ‘nee’. Dan heeft Hij daar een goede reden voor. Dan wil Hij ons iets leren, of iets beters geven dan hetgeen wij Hem vragen. Aanvaard het met verwondering en tevredenheid.
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Ha’azinoe (Luisteren jullie) zijn:
✡ Torahlezingen: Deuteronomium 32
✡ Profetenlezing: 2 Samuël 22:1-51,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 10:17 – 11:12
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Gedeelten uit de Torahlezing:
Vervolgens sprak de HEERE tot Mozes, op diezelfde dag: Beklim het Abarimgebergte, dat is de berg Nebo, die in het land van Moab ligt en die zich tegenover Jericho bevindt, en zie het land Kanaän, dat Ik aan de Israëlieten in bezit geef. En sterf dan op de berg die u beklimmen zult, en word verenigd met uw voorgeslacht, zoals uw broer Aäron gestorven is op de berg Hor en met zijn voorgeslacht verenigd is.
Daarom, omdat u Mij ontrouw bent geweest te midden van de Israëlieten, bij het water van de twist van Kades, in de woestijn Zin, omdat u Mij niet geheiligd hebt te midden van de Israëlieten. Want van een afstand zult u het land zien, maar er binnengaan, in het land dat Ik de Israëlieten geef, dat mag u niet.
Toen beklom Mozes, vanuit de vlakten van Moab, de berg Nebo, de top van de Pisga, die recht tegenover Jericho ligt. En de HEERE liet hem heel het land zien: van Gilead tot Dan, heel Naftali, het land van Efraïm en Manasse, heel het land van Juda tot aan de zee in het westen, het Zuiderland, de vlakte van de vallei van Jericho, de palmstad, tot aan Zoar. En de HEERE zei tegen hem: Dit is het land waarvan Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb: Aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw eigen ogen laten zien, maar u mag daarheen niet oversteken.
Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEERE, daar in het land van Moab, overeenkomstig het woord van de HEERE. En Hij begroef hem in een dal in het land van Moab, tegenover Beth-Peor. En niemand weet waar zijn graf is, tot op deze dag.
Deuteronomium 32:48-52 en 34:1-6 (HSV)
Een gedeelte uit de Profetenlezing:
In die dagen werd Hizkia ziek, tot stervens toe. Toen kwam de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, bij hem en zei tegen hem: Zo zegt de HEERE: Regel (de zaken) van uw huis, want u zult sterven en niet leven. Daarop keerde hij zijn gezicht naar de muur en bad tot de HEERE: Och HEERE, bedenk toch dat ik in trouw en met een volkomen hart voor Uw aangezicht gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in Uw ogen. En Hizkia huilde erg.
Het gebeurde nu, toen Jesaja (nog) niet uit de middelste voorhof gegaan was, dat het woord van de HEERE tot hem kwam: Keer terug en zeg tegen Hizkia, de vorst van Mijn volk: Dit zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien. Zie, Ik ga u gezond maken; op de derde dag zult u naar het huis van de HEERE gaan. En Ik zal vijftien jaar aan uw (levens)dagen toevoegen, en zal u uit de hand van de koning van Assyrië redden, evenals deze stad; Ik zal deze stad beschermen omwille van Mij en omwille van Mijn dienaar David.
2 Koningen 20:1-6 (HSV)
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament:
En opdat ik [Paulus] mij door het alles overtreffende (karakter) van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen.
Hierover heb ik de Heere driemaal gesmeekt dat hij van mij weg zou gaan. Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. Daarom heb ik een behagen in zwakheden, in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus’ wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.
2 Korinthe 12:7-10 (HSV)
En wanneer God niet verhoort?
Hoe hartstochtelijk had Moses tot God gebeden om toch het beloofde land binnen te mogen trekken! Had hij, na al zijn inzet en ijver, na het verdragen van tegenstand van Farao, gemopper en opstandigheid van het volk, jaloersheid van zijn familie, niet een beetje het recht om aan de spits van het volk het land binnen te trekken? Maar God zei nee, omdat Moses God niet geheiligd had toen het volk dorst had. In plaats van tegen de rots te spreken, had Moses er tegen geslagen en gezegd: ‘Zullen wij voor u uit deze rots water voortbrengen? (Numeri 20:10). Met zijn antwoord onderwees God het volk, dat Hij heilig is, en zijn eer aan geen ander geeft.
Heeft God hiermee Moses afgeschreven en weggestuurd? Hield God dus niet meer van Moses? Beslist niet, Moses mocht ingaan in Gods heerlijkheid, en later koos de Heer Moses en Elia uit om met Jezus te spreken over zijn lijden, sterven en opstanding.
Koning Hizkia bad ook hartstochtelijk tot God, toen hij de boodschap kreeg dat hij zou sterven. Hij leefde in een zware tijd: Jeruzalem werd bedreigd door de Assyrische koning Sanherib, die al veel steden had ingenomen en de Judeeërs in ballingschap wilden wegvoeren. Door een wonder (een besmettelijke ziekte?) was het Assyrische leger weggetrokken en bleef Jeruzalem gespaard. God verhoorde Hizkia’s gebed, en gaf hem nog vijftien levensjaren om in diepe afhankelijkheid zijn volk op Gods wegen te leiden.
‘Ik heb de Heere driemaal gesmeekt dat hij van mij weg zou gaan’, schreef de apostel Paulus over de ‘doorn in het vlees’, die hem kwelde. Mogelijk was het een oogkwaal, want hij roemt de Galaten (4:15) dat zij hun ogen aan hem zouden willen geven, en dat hij met grote letters schrijft (6:11).
Maar God zei nee. Na de wonderbare visioenen, die de Heer hem had laten zien, was het goed voor Paulus om nederig te zijn. Een oogkwaal zette hem weer met beide voeten op de aarde. God wist wat goed en nuttig is voor Paulus en voor zijn vruchtbare bediening.
Waarom hoorde God niet naar alle gebeden, om zijn volk te beschermen tegen de woede van de volken en de Verenigde Naties, die een ‘Staat Palestina’ erkennen en daarmee Israël in de onmogelijke positie willen dwingen om in vrede leven naast een staat, die geen vrede wil en er op uit is een Arabische moslimstaat te vestigen ‘van de rivier tot de zee’?
Heeft God er een bedoeling mee, het antisemitisme wereldwijd zo te laten toenemen, dat in steeds meer landen Joodse inwoners overwegen, hun koffers te pakken, en vaak de daad bij het woord voegen?
Hans Bloemendal z”l, hoogleraar in Nijmegen en chazan (voorzanger) in Amsterdam, zingt het Jiddische lied ‘Ich Fuhr Aheim’, ‘Ik ga op reis’.
‘Ik houd van vele steden, en Mokum is mij lief. Maar ik voel me pas tevreden in een stad als Tel Aviv’.
(Zo waar) de HEERE leeft, Die de Israëlieten uit het land in het noorden en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had, geleid heeft. Ik zal hen terugbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb. Zie, Ik ga (boden) tot vele vissers zenden, spreekt de HEERE, dat zij hen moeten opvissen. En daarna zend Ik (boden) tot vele jagers, dat die hen moeten opjagen van elke berg en van elke heuvel, en uit de kloven van de rotsen. (Jeremia 16:15-16).
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
God ontfermt zich na de ballingschap,
Dit zijn de grenzen van uw land,
Israël, keer terug naar uw God,
God heeft zijn volk niet verstoten,
Gods beschermende hand over Israël


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: En wanneer God niet verhoort?"