Sjabbats­lezingen: Profetische woorden van een heidense profeet

Torahrol Driemaal heeft de heidense profeet Bileam getracht het volk Israël te vervloeken, en heeft de HEERE dit verhinderd en in plaats daarvan hem een zegen laten uitspreken over dit volk. Hij besluit met profetische woorden over Israël.

Driemaal heeft de heidense profeet Bileam getracht het volk Israël te vervloeken, en heeft de HEERE dit verhinderd en in plaats daarvan hem een zegen laten uitspreken over dit volk. Hij besluit met profetische woorden over Israël.

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Balak, (Balak, vernietiger) zijn:
✡ Torahlezingen: 22:2 – 25:9,
✡ Profetenlezing: Micha 5:6 – 6:8,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 11:25-32.

Een gedeelte uit de Torahlezing:
Driemaal heeft de heidense profeet Bileam getracht het volk Israël te vervloeken, en driemaal heeft de HEERE hem dit verhinderd en hem het volk Israël laten zegenen. Koning Balak is woedend.
Toen zei Bileam tegen Balak: Heb ik zelfs niet tot uw boden, die u naar mij toe stuurde, gesproken: Al zou Balak mij zijn huis vol zilver en goud geven, ik zal het bevel van de HEERE niet kunnen over­treden door uit eigen hart goed of kwaad te doen; wat de HEERE spreken zal, dat zal ik spreken.
Nu dan, zie, ik ga terug naar mijn volk. Kom, ik zal u raad geven, en zeggen wat dit volk in later tijd uw volk zal aandoen. Toen hief hij zijn spreuk aan, en zei: Bileam, de zoon van Beor, spreekt, de man van wie de ogen geopend zijn, spreekt, hij die de woorden van God hoort, spreekt, en die de kennis van de Allerhoogste weet; die het visioen van de Almachtige ziet, terwijl hij neervalt met ontsloten ogen.
Ik zal hem zien, maar niet nu; ik zal hem aanschouwen, maar niet van nabij. Er zal een ster uit Jakob voort­komen, er zal een scepter uit Israël opkomen; hij zal de flanken van Moab verbrijzelen en alle zonen van Seth vernietigen.
Edom zal bezit zijn en Seïr zal bezit van zijn vijanden zijn, maar Israël zal kracht uitoefenen. Uit Jakob zal hij heersen; wie ontkomt uit de stad, zal hij ombrengen.
Toen Bileam Amalek zag, hief hij zijn spreuk aan, en zei: Amalek is de voor­naamste van de heiden­volken, maar zijn einde is dat hij ten onder gaat.
Toen hij de Kenieten zag, hief hij zijn spreuk aan, en zei: Uw woon­gebied staat vast, uw nest is in de rots vast­ge­zet. Toch zal Kaïn wegge­vaagd worden, doordat Assur u als gevan­genen wegvoert. En hij hief zijn spreuk aan, en zei: Och, wie zal leven, als God dit doet!
Van de kust van de Kittiërs komen schepen; zij zullen Assur onder­drukken, ook Heber zullen zij onder­drukken, maar ook zij zullen ten onder gaan.
Toen stond Bileam op, ging op weg en keerde terug naar zijn woonplaats. Ook Balak ging zijns weegs.

Numeri 23:12-25 (HSV)

Gedeelten uit de Profetenlezing:
Het overblijfsel van Jakob zal zijn te midden van vele volken als dauw van de HEERE, als regen­drup­pels op het gewas, dat niet uitziet naar iemand en niet hoopt op mensenkinderen.
Ja, het overblijfsel van Jakob zal onder de heiden­volken zijn, te midden van veel volken, als een leeuw onder de dieren van het woud, als een jonge leeuw onder de schaaps­kud­den, die, wanneer hij erdoor­heen trekt, vertrapt en verscheurt, en er is niemand die redt. Uw hand zal verhoogd zijn boven uw tegen­stan­ders en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden.

Mijn volk, denk toch aan wat Balak, de koning van Moab, beraamde, en wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde, aan wat er gebeurd is van Sittim tot Gilgal, opdat u de gerechtigheid van de HEERE kent.
Micha 5:6-8 en 6:5 (HSV)

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament:
Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlos­ser zal uit Sion komen en zal de godde­loos­he­den afwenden van Jakob.
En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen. Zij zijn weliswaar wat het Evan­gelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkie­zing betreft geliefden vanwege de vaderen. Want de genade­gaven en de roeping van God zijn onbe­rou­we­lijk. Zoals ook u immers voorheen God onge­hoor­zaam was, maar nu ontfer­ming verkregen hebt door hun onge­hoor­zaam­heid, zo zijn ook zij nu onge­hoor­zaam geworden, opdat ook zij door de ontfer­ming die u bewezen is, ontfer­ming zouden verkrijgen. Want God heeft hen allen in hun onge­hoor­zaam­heid opgesloten om Zich over allen te ontfermen.

Romeinen 11:25-32 (HSV)

Profetische woorden van een heidense profeet
‘God kan met een kromme stok rechte slagen maken’ zegt een oud spreekwoord. Dat zien we hier gebeuren: Hij laat een heidense, op geld en eer beluste profeet/­waar­zegger driemaal een zegen uitspreken over de Israëlieten. In de tweede zegen zei hij onder meer ‘Zie, een volk het staat op als een leeuwin, als een leeuw richt het zichzelf op; het gaat niet liggen, voordat het zijn prooi opgegeten heeft’ (Numeri 23:24). Met deze leeuw heeft de Islamitische Republiek Iran vorige maand kennis gemaakt.

Tenslotte sprak Bileam een profetie uit over de toe­komst van Israël en de volken in Kanaän. En wat een verba­zing­wek­kende profetie!
‘Er zal een ster uit Jakob voort­komen, er zal een scepter uit Israël opkomen.’ Daarbij mag je in eerste instantie denken aan koning David, die o.a. Moab en Edom tot vazalstaten maakte (2 Samuël 8). Maar de uiteindelijke vervulling van deze profetie is toch de komst van de Messias, als nakomeling van koning David, zoals God hem beloofde: ‘Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn. (…) Toen ging koning David de heilige tent binnen en nam plaats voor het aangezicht van de HEERE. Hij zei: Wie ben ik, Heere HEERE, en wat is mijn huis dat U mij tot hiertoe gebracht hebt? En dit was in Uw ogen nog gering, Heere HEERE, en U hebt ook nog over het huis van Uw dienaar gesproken tot in verre tijden; en dit overeenkomstig de wet van de mensen, Heere HEERE!’ (2 Samuël 7:16, 18-19)

De profeet Micha sluit in hoofdstuk 5 aan bij de profetie van Bileam: ‘Ja, het overblijfsel van Jakob zal onder de heidenvolken zijn, te midden van veel volken, als een leeuw onder de dieren van het woud, als een jonge leeuw onder de schaapskudden, die, wanneer hij er door­heen trekt, vertrapt en verscheurt, en er is niemand die redt. Uw hand zal verhoogd zijn boven uw tegen­standers en al uw vijanden zullen uitge­roeid worden’ (Micha 5:7-8).

Opmerkelijk is het woord uitge­roeid יִכָּרֵתוּ yikartoe, een vorm van het werkwoord כָּרַת karat. Dat betekent snijden, afhakken, vellen, maar ook: een verbond sluiten. In Genesis 15:18 lezen we כָּרַת יְהוָה אֶת-אַבְרָם–בְּרִית karat Adonai èt-avram berit, ‘sloot de HEERE met Abram een verbond’, dat Hij aan zijn nageslacht dit land zal geven. Een verbond dat nog altijd geldig is, en dat we voor onze ogen gerealiseerd zien.
De tekst van Micha kun je ook zo lezen, dat God met Israëls vijanden een verbond zal sluiten. Daarover schreef Paulus aan de gelovige heidenen in Rome, die door God in ontferming waren aangenomen.

De profeet Micha vertelt ons ook de geboorteplaats van de ster die uit Jakob zal voortkomen: ‘En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël.’ (Micha 5:1)

Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. (Genesis 12:3)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Spreek alleen de woorden van God, Numeri 22,
Een ster zal uit Jakob voortkomen, Numeri 24,
Leid ons niet in verzoeking, Numeri 25,
De Eeuwige kiest wie Hij wil .

Wees de eerste die reageert op "Sjabbats­lezingen: Profetische woorden van een heidense profeet"

Geef een reactie