Sjabbatslezingen: Wiens merkteken wil je dragen?

Gebedsriemen Het dragen van een uiterlijk teken – een uniform, gebeds­rie­men, een gebeds­man­tel – geeft aan dat je bij een bepaalde groep wil beho­ren. Dat geeft je een verplich­ting, en dat geeft je bescher­ming.

Het dragen van een uiterlijk teken – een uniform, gebeds­rie­men, een gebeds­man­tel – geeft aan dat je bij een bepaalde groep wil beho­ren. Dat geeft je een verplich­ting, en dat geeft je bescher­ming.

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat WaEtchanan (En ik smeekte) zijn:
✡ Torahlezingen: Deuteronomium 3:23 – 7:11,
✡ Profetenlezing: Jesaja 40:1-26,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 23:31-39.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.
U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.
U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.

Deuteronomium 6:6-9 (en 11:18-20) (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
En de HEERE zei tegen Hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden. Maar tegen die andere mannen zei Hij ten aanhoren van mij: Trek achter Hem aan door de stad, en dood! Ontzie niemand en heb geen mede­lij­den. Dood ouderen, jonge mannen en meisjes, kleine kinderen en vrouwen, om hen te gronde te richten. Raak echter niemand aan op wie het merk­teken is. Begin vanuit Mijn heilig­dom. Toen begon­nen zij bij de oudere mannen die zich vóór het huis bevon­den. Hij zei tegen hen: Verontreinig het huis, vul de voor­hoven met gesneu­vel­den, ga naar buiten. Toen gingen zij naar buiten en zij sloegen toe in de stad.
En het gebeurde terwijl zij toesloegen, dat ik alleen achterbleef. Toen wierp ik mij met mijn gezicht ter aarde en riep: Ach, Heere HEERE, gaat U heel het over­blijf­sel van Israël te gronde richten door Uw grimmigheid over Jeruzalem uit te storten?
Toen zei Hij tegen mij: De ongerechtigheid van het huis van Israël en van Juda is buiten­ge­woon groot. Het land is vol bloed, en de stad vol buiging van het recht, want zij zeggen: De HEERE heeft het land verlaten, en: De HEERE ziet het niet. Daarom zal Ik ook niemand ontzien, en Ik zal geen mede­lij­den hebben. Ik zal hun weg op hun eigen hoofd doen neerkomen.
En zie, de Man Die in linnen gekleed was, aan Wiens middel de schrijvers­koker hing, kwam verslag uit­bren­gen en zei: Ik heb gedaan, zoals U Mij geboden had.

Ezechiël 9:4-11 (HSV).

Gedeelten uit het Nieuwe Testament
7:1 Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde. Zij hielden de vier winden van de aarde tegen, opdat er geen wind zou waaien op de aarde, of op de zee of tegen enige boom. En ik zag een andere engel opkomen vanwaar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen, en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.
En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten. Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld, (…).

13:11 En ik zag een ander beest opkomen,uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak. (…) En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merk­teken geeft op hun rechter­hand of op hun voor­hoofd, en (het maakt) dat niemand kan kopen of verko­pen, behalve hij die dat merk­teken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam. Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest bere­ke­nen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zes­honderd­zes­en­zestig.

14:1 En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. En ik hoorde een geluid uit de hemel, als een geluid van vele wateren en als het geluid van een zware donder­slag. En ik hoorde het geluid van citer­spelers die op hun citers spelen. En zij zongen als een nieuw lied vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouder­lin­gen. En niemand kon dat lied leren behalve de honderd­vier­en­veertig­duizend, die van de aarde gekocht waren.

14:8 En een andere engel volgde, die zei: Zij is geval­len, zij is gevallen, Babylon, de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken. En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, (dan) zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is inge­schon­ken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, (evenmin) als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt. Hier (zien we) de volharding van de heiligen. Hier (komen openbaar) die de geboden van God en het geloof in Jezus in acht nemen.
Openbaring 7:1-8, 13:11, 16-18, 14:1-3 en 8-12 (HSV)

Wiens merkteken wil je dragen?
Zichtbare tekens moesten de Israëlieten er dagelijks aan herin­ne­ren, dat zij Gods eigen volk zijn: gebeds­rie­men met een doosje met daarin teksten uit Deute­ro­no­mium 6 en 11, een kokertje (mezoe­zah) met die teksten beves­tigd aan de deur­post, kwastjes aan de vier hoeken van de mantel die aan het houden van de Wet herin­ne­ren. Zolang Israël God trouw bleef, beschermde Hij zijn volk.

Ezechiël hoofdstuk 4 t/m 9, en meer, beschrijft het Gods­oor­deel over Jeru­sa­lem, dat tot afgo­den­dienst was verval­len: bele­ge­ring, hongers­nood, de pest, het zwaard, depor­tatie en balling­schap naar de heiden­vol­ken. Maar voordat Gods oordeel wordt uitge­voerd, plaatst de Engel van de Heer ’een merk­teken op de voor­hoof­den van de mannen die zuchten en kermen over de gruwel­daden die in het midden ervan gedaan worden’. Hen wil de Heer sparen. Hij zendt hen in balling­schap, waar zij – te midden van de heiden­volken – voor­goed worden gene­zen van de afgo­den­dienst.
De Engel gaf hen een merk­teken, de Hebreeuwse letter tav. Die ziet er nu zo uit, ת, maar in de tijd van Ezechiël had deze letter de vorm van een + of x. De oude christe­lijke uitleg zag in dit symbool een verwij­zing naar het Kruis.
Ook Kaïn, die na zijn broedermoord over de aarde zwierf, kreeg van de HEERE ’een teken, zodat niemand die hem tegen­kwam, hem zou doden’.

Het boek Openbaring beschrijf tal van oorlogen en rampen, die God over de aarde laat komen als zijn toorn over de mensen die zijn heer­schap­pij afwij­zen en de gelovi­gen vervol­gen. Maar voordat Gods toorn los­barst, laat Hij 144.000 perso­nen uit de stammen van Israël verze­ge­len. Twaalf­duizend uit elke stam. Een symbo­lisch getal, dat een vol­heid aan­duidt, de gehele schare. Zij dragen het zegel van God, zij zijn Gods eigendom en worden door God beschermd.
In Openbaring 14 komen we hen weer tegen, waar zij een nieuw lied zingen voor Gods troon.

In Openbaring 13 lezen we over een ander merkteken, dat Gods tegen­stan­der aan ieder laat geven op de rechter­hand of het voor­hoofd. Dat zijn de plaatsen die het hande­len en het denken van de mens symbo­li­se­ren. Die twee gebieden wil de boze beheer­sen. En wie niet onder zijn macht wil buigen, die wordt buiten­ge­slo­ten en kan niet deel­ne­men aan het econo­mische ver­keer. Die is net zo onthand als nu iemand is zonder bank­re­ke­ning: je kunt op veel plaatsen niets kopen, en niet reizen met het open­baar vervoer.
De rechter­hand en het voor­hoofd zijn de plaatsen, waar bij het aan­leg­gen van de gebeds­rie­men een doosje met teksten uit Gods Woord wordt geplaatst. Dat stelt je voor de keuze: wie bepaalt mijn denken en mijn han­de­len?

En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voor­bij­gaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf (teweeg brengt), als Ik het land Egypte zal treffen. (Exodus 12:13)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Mozes’ liefdevolle afscheidswoorden, Deuteronomium 3,
Heeft de Wet afgedaan?, Deuteronomium 4,
Eer uw vader en uw moeder, Deuteronomium 5,
Neem de Shabbatdag in acht, Deuteronomium 5,
Sjema Yisrael, Hoor Israel, Deuteronomium 6.

1 reactieop"Sjabbatslezingen: Wiens merkteken wil je dragen?"

  1. Na Jezus komst op aarde hebben alle symbolen afgedaan , Jezus heeft ze alle volmaakt vervuld!

Geef een reactie

Ontdek meer van MessiaNieuws

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder