De Messiaanse Beweging heeft twee hoofdstromingen: een algemeen Messiaanse en een die gericht is op Judaïsme. De eerste stroming neemt zekere afstand van Judaïsme en de tweede omarmt het. Ruben van der Slik beschrijft in ‘Herstel van het Messiaanse Jodendom’ zijn kijk daarop. Hoe doet hij dat?
Boekanalyse
Van der Slik is Torahdocent & Torahleerling en voorganger in een Messiaanse synagoge. Hij studeerde aan een Messiaans-Joodse jesjievah en wil rabbijn worden. Dit boek zou laten zien hoe een traditioneel Joods gelovige toch in de Here Jezus kan geloven. Tevens, hoe Joodse en niet-Joodse gelovigen kunnen samenkomen in één geloofsgemeenschap zonder dat beiden hun eigen, unieke roeping verliezen.
Volgens Slik is zijn boek diepgravend en tegelijk toegankelijk. Het begint met een voorwoord en een inleiding. Daarna beschrijft hij thematisch het onderwerp in zes hoofdstukken afgesloten door een conclusie en een korte Bibliografie.
De langste hoofdstukken gaan over het waarom van Messiaans Judaïsme (H1) en over de geschiedenis van rabbinaal Jodendom (H3). In voetnoten wordt achtergrondinformatie gegeven. Als appendix heeft dit boek twee essays, daarna een bronvermelding met volledig uitgeschreven Bijbelteksten, tijdslijnen (schema’s), een begrippenlijst en een personalia.
Slik neemt waar dat de Messiaanse Beweging groeit, maar dat tegelijkertijd de tegenstellingen toenemen. Volgens hem bemoeilijkt dat groei en eenheidsvorming. In de Verenigde Staten van Amerika zou het beter gaan en daarom richt hij zich daarop. Dit boek is “een nieuw perspectief” en aanzet voor de formulering van een duidelijke visie & missie. Ook is het bedoeld als handreiking aan de christelijke wereld om zich in het Messiaanse Jodendom te verdiepen.
Hij wil de grote vragen waarmee de kerken worstelen adresseren, zoals de plaats van Isra‘El in Gods heilsplan. De terugkeer van Joden naar het beloofde Land, de oprichting van de Staat Israël en het opleven van Messiaans Judaïsme ziet hij als vervulling van Bijbelse profetieën. Maar hij wil ook respect tonen voor beide tradities (Judaïsme en christenheid). Zijn kijk op Messiaans Judaïsme combineert dan ook beiden, want volgens hem mogen gelovigen zich niet van die tradities ontdoen.
Volgens Slik was de Here Jezus een vrome Farizeeër en behoorde zijn beweging tot de Hilleel-tak ervan. De scherpe kritiek van Hem tegen Farizeeërs zou alleen gericht zijn tegen hypocritische Farizeeën.
Niet-Joden moeten volgens Slik niet aan Torahnavolging doen, maar de zogenoemde Zeven Noachidische geboden houden. Hij betreurt dat met de Here Jezus leven op de traditioneel Joodse wijze in de christenheid onmogelijk is en “helaas ook niet in veel Messiaanse gemeenten.”
Evaluatie
Dit boek beschrijft een bepaalde invulling van Messiaans Judaïsme op een zelfovertuigde wijze. Door zich aan het Judaïsme te hechten verplicht dat de zelfgenoegzame Isra‘El-visie ervan te delen, wat de ernst van de galoet (verstrooiing) negeert/camoufleert. Iets wat heel ongunstig is voor de urgentie van verlossing en dus ook Messiasverwachting.
Het is verder onbegrijpelijk dat dit boek geen enkel zoekregister heeft.
Beweren dat de Here Jezus en Zijn eerste volgelingen tot de Fariziem groepering behoorde is onwaar. Dat Zijn felle kritiek tegen de Fariziem slechts gericht zou zijn tot enkele hypocrieten stemt niet overeen met de algemene bewoordingen over de hele groepering die Hij gebruikt. Uit de woorden van de Here Jezus blijkt echter ook dat niet de Fariziem de dominante positie hadden in het eerste eeuwse Jodendom, maar de kohaniem (niet zozeer de Tsadieqqiem (Saduceeën)) en de zaqqaniem (oudsten).
Slik beweert dit omdat hij denkt dat de leer van het Nieuwe Verbond overeen zou kunnen stemmen met het rabbinale Jodendom (Judaïsme). Helaas kan dat niet, want Judaïsme aanvaardt de gevallen schepping als gegeven en richt zich op het overleven van de Joodse gelovigen in de galoet. Maar bovenal sluit het per definitie niet-Joden uit.
Er is bijvoorbeeld het punt dat orthodoxe rabbijnen Paulus zien als grondlegger van een godsdienst die per definitie niet-Joods zou zijn. Alleen liberaal-Judaïsme biedt de mogelijkheid om Joden met christenen in zekere zin te verbinden, want dat laatste is wat hij wil. Zijn boek ademt ook die liberale insteek.
Het Nieuwe Verbond sluit echter alle volken in en vervult daarmee Gods oorspronkelijke opdracht aan Isra‘El. Judaïsme bestrijdt dat. Het deelt immers niet in de verlossing die de Here Jezus van God verkregen heeft. Daarmee bevestigt Judaïsme de galoet die God aan Isra‘El als collectief oplegde en blijft het aan het Oude Verbond gebonden.
‘Messiaans Jodendom’ is de Nederlandse vertaling van de Engelse benaming Messianic Judaism. Ook dat sluit, net als de rabbijnen, niet-Joden uit. Of in elk geval van volledige Torahnavolging. Iets wat in het Nieuwe Verbond onacceptabel en zelfs lasterlijk is. Torah mag/kan niet opgedeeld worden. Dit boek wordt dan ook niet aangeraden of kan voor geïnteresseerden nuttig zijn die dan door bovenstaande evaluatie gewaarschuwd zijn.
Slik, R. van der, Herstel van het Messiaanse Jodendom. Terug naar de Joodse Messias. 2025, Brave New Books, Rotterdam, 105 pagina’s, € 16,50, ISBN: 9789465209975.


De recensie van het boek geeft een uitgebreide bespreking, maar schiet tekort in theologische finesse, historische onderbouwing en begrip van het Jodendom.
“Judaisme”
De recensent’s gebruik van de term “Judaïsme” in plaats van “jodendom” is misplaatst en versterkt een stereotiepe en negatieve weergave van de Joodse traditie als exclusivistisch en achterhaald. Deze term, gecombineerd met claims dat het jodendom niet-Joden uitsluit en de verlossing negeert, weerspiegelt een theologische vooringenomenheid die grenst aan vervangingstheologie, waarbij het jodendom als inferieur aan het christendom wordt gepresenteerd. Door Van der Sliks Messiaans Jodendom als “liberaal-Judaïsme” te labelen, legt de recensent een misleidende ondertoon die de unieke synthese van Joodse identiteit en geloof in Jezus als Messias miskent, waardoor de inclusieve visie van het boek ten onrechte wordt ondermijnd.
Weinig begrip van het Jodendom
De recensent beweert dat het Jodendom “niet-Joden uitsluit” en “de gebroken wereld als normaal accepteert”. Dat is een te simpele voorstelling van een eeuwenoude, diverse traditie. Het Jodendom heeft altijd ruimte geboden aan niet-Joden, bijvoorbeeld via de Noachitische geboden uit de Talmoed (Sanhedrin 56a-b, 2e-3e eeuw). Die gaven niet-Joden een ethische leidraad zonder dat ze de hele Torah hoefden te volgen, iets wat ook in de vroege kerk werd erkend (zie Handelingen 15:20). Van der Slik verwijst naar deze traditie, maar de recensent negeert dit en schetst het Jodendom als een gesloten club, zonder historische nuance.
Ook mist de recensie de diversiteit van het Jodendom in de eerste eeuw. De claim dat priesters en oudsten dominanter waren dan de Farizeeën wordt niet onderbouwd. Historicus Flavius Josephus (Joodse Oudheden, ca. 94) benadrukt juist de invloed van de Farizeeën onder het volk. Van der Sliks idee dat Jezus mogelijk verwant was aan de Hilleel-school, die een meer flexibele en ethische kijk op de Torah had, sluit aan bij onderzoek van Geza Vermes (Jesus the Jew, 1973). Vermes wijst op Jezus’ focus op naastenliefde (Matteüs 22:39), dat lijkt op Hilleels uitspraak: “Doe een ander niet wat je zelf niet wilt” (Talmoed, Sjabbat 31a). De recensent wuift dit zonder bewijs weg en mist zo een kans om serieus in te gaan op historische bronnen.
Daarnaast klopt de bewering niet dat het Jodendom de ballingschap (galoet) accepteert en verlossing negeert. Na de verwoesting van de Tweede Tempel (70 CE) groeide in het rabbijnse Jodendom een sterke hoop op de Messias, die Israël en de volken zou verenigen (zie Jesaja 11:10-12). Moderne stromingen zoals het Chassidische Jodendom houden deze hoop levend. Van der Sliks poging om deze Messiasverwachting aan Jezus te koppelen verdient een serieuze bespreking, geen afwijzing zonder onderbouwing.
Vervangingstheologie
De recensie lijkt te suggereren dat het christendom het Jodendom heeft vervangen als Gods uitverkoren verbond. Door te stellen dat het Jodendom “vastzit aan het Oude Verbond” en de verlossing van Jezus mist, wordt het Jodendom als verouderd neergezet. Dit idee, vervangingstheologie, komt voort uit vroege christelijke geschriften zoals die van Justinus Martelaar (ca. 160 CE) en leidde historisch tot anti-Joodse praktijken, zoals uitsluiting van Joden in middeleeuws Europa en gedwongen bekeringen tijdens de Spaanse Inquisitie (15e eeuw). De Rooms-Katholieke Kerk verwierp deze theologie in 1965 met Nostra Aetate, waarin ze stelt dat Gods verbond met Israël blijvend is. De recensent negeert dit en passages zoals Romeinen 11:29 (“Gods gaven en roeping zijn onherroepelijk”). Door Van der Sliks inclusieve aanpak als “liberaal” af te doen, marginaliseert de recensie de poging om Joodse en niet-Joodse gelovigen te verenigen zonder Israëls unieke rol te ontkennen.
Weinig aandacht voor Handelingen 15
De recensie bekritiseert Van der Sliks interpretatie van de Noachitische geboden in Handelingen 15, met de claim dat deze passage oproept tot volledige Torah-navolging voor niet-Joden. Dit negeert de context van het Concilie van Jeruzalem (ca. 50 CE), waar de apostelen een compromis zochten om niet-Joodse gelovigen te integreren zonder hen de hele Joodse wet op te leggen. F.F. Bruce (The Book of Acts, 1988) legt uit dat de vier geboden in Handelingen 15:20 (geen afgoderij, seksuele immoraliteit, verstikt vlees of bloed) aansluiten bij Noachitische regels voor niet-Joden in Joodse gemeenschappen. Vers 21 suggereert een geleidelijke kennismaking met de Torah, geen verplichte navolging.
Geen antwoord op de kernvraag
De recensie negeert de centrale vraag van Van der Sliks boek: waar kunnen traditionele Joden heen die Jezus als Messias erkennen? Dit is de kern van het Messiaanse Jodendom, dat een plek wil bieden waar Joodse gelovigen hun identiteit en tradities behouden terwijl ze Jezus volgen. Historisch gezien worstelden Joodse Jezus-volgelingen, zoals de Nazarenen (1e-2e eeuw), met hetzelfde probleem. Volgens Eusebius (Kerkgeschiedenis, ca. 324) hielden zij vast aan Joodse praktijken zoals de sjabbat, maar werden ze vaak buitengesloten door zowel Joodse als niet-Joodse gemeenschappen. Van der Slik stelt een Messiaanse synagoge voor waar Joodse en niet-Joodse gelovigen samenkomen, ieder in hun eigen roeping. Door deze vraag te negeren, mist de recensent de kern van het boek en zet hij Van der Sliks bedoelingen in een verkeerd daglicht.
Bovendien roept dit negeren een grotere vraag op: wat is de plek van Joodse Jezus-gelovigen in de christelijke theologie? De recensie lijkt te suggereren dat Joodse gelovigen hun tradities moeten opgeven om volledig deel te nemen aan het Nieuwe Verbond. Dit weerspiegelt een oude christelijke neiging om Joodse gelovigen te assimileren, zoals tijdens vroege kerkconcilies (bijv. Nicea, 325 CE), waar Joodse praktijken zoals het vieren van Pasen op de Joodse kalender werden afgewezen.
Door geen ruimte te bieden voor een Joodse identiteit binnen het geloof in Jezus, lijkt de recensie impliciet te suggereren dat Joden hun Messiaanse roeping niet begrijpen, wat haaks staat op Van der Sliks pleidooi voor inclusieve eenheid.
Conclusie
De recensie van Herstel van het Messiaanse Jodendom maakt een paar goede punten, zoals het ontbreken van een zoekregister, maar mist historische en theologische diepgang. Het gebrek aan kennis over het Jodendom leidt tot foute aannames, zoals de claim dat het Jodendom niet-Joden uitsluit, wat niet klopt volgens bronnen zoals de Talmoed en Josephus.
De impliciete vervangingstheologie, die het Jodendom als achterhaald ziet, negeert moderne inzichten zoals Nostra Aetate en Bijbelteksten zoals Romeinen 11. Door de kernvraag van het boek—een plek voor Joodse Jezus-gelovigen—te negeren, mist de recensie de essentie van Van der Sliks werk. Bovendien versterkt de recensent onbedoeld de afwijzing van Jezus als Messias onder Joden door vast te houden aan een onjuiste theologie die stelt dat Jezus’ vervulling van de wet de Torah en de eeuwenoude interpretatie door hen die de Tora hebben ontvangen, het Joodse volk, ongeldig maakt en Joodse tradities waardeloos zijn. Deze visie belemmert de openbaring van Jezus als Messias voor Joden, in plaats van deze te bevorderen. Een analyse met meer historische context, had een waardevollere bijdrage geleverd aan de discussie over Messiaans Jodendom. Het had ook de deur kunnen openen voor Joden om in hun Messias te geloven zonder Gods belofte, zoals uitgedrukt in het christendom, te ondermijnen.
Beste anonieme “Jan”,
Jij biedt mij een mooie kans om nog eens aan alle lezers te benadrukken dat deze website en dus ook ik als recensent niet zozeer een bijdrage wil leveren aan of een plaats hebben binnen de twee wereldreligies: christenheid en Judaïsme. De focus ligt op de Bijbelse godsdienst.
Eigenlijk een overbodig punt, want wat mijn bijdragen aan deze website betreft had wie enige kennis van mijn artikelen heeft het bovenstaande natuurlijk geweten. Het verwijt dat ik traditioneel christelijke dogma’s of leringen zou verdedigen of leren is dus onzin.
Van mij verwachten dat ik mij aan kerkelijke conciliebesluiten of zulke documenten of aan rabbinale literatuur zou moeten houden is eveneens niet op mij van toepassing.
Een ander punt, mijn gebruik van de term Judaïsme. Dit verwijst naar het rabbinale ‘Jodendom’. Jodendom staat hier opzettelijk tussen aanhalingstekens, omdat het overduidelijk is dat de uitgangspunten, leringen en bepalingen van rabbijnen nogal afwijken van de historische waarheid en van de Bijbel(se Jodendom). Deze zijn grotendeels menselijke verzinsels gedaan door niet-wederomgeborenen. Dit is iets wat ik in mijn artikelen op deze website herhaaldelijk heb uitgelegd en uitgebreid besproken.
Helaas verwacht je veel te veel van een recensie, zoals de uitgebreide onderbouwing en bronvermeldingen waar je om vraagt. Dan zou het immers geen recensie zijn, maar een wetenschappelijke boekbespreking.
Het lijkt er dus sterk op dat u dus nogal wat conclusies trekt die wijzen op een eigen vooroordelende beeldvorming van wie ik ben en wat ik bedoel. Ook u lijkt de diepte van wat ik in het beperkte kader van een recensie heb willen overdragen niet te doorgronden. Ik zal het daarom anders samenvatten: Messiaans Judaïsme streeft dingen na die gewoon niet te combineren zijn met de Bijbelse godsdienst en daar komen ongelukken van.
Ik zou daarentegen iedereen willen aansporen tijd en energie te steken in Torahnavolging van de Nieuwe Verbondsgodsdienst. Bijvoorbeeld de nieuwe mitswah genoemd in Johannes 13:34.
Groet, Marco van Putten
Beste Ruben,
Bedankt voor je reactie op mijn recensie, waarmee je openlijk laat zien dat je die hebt gelezen. Alleen betwijfel ik of je de diepte ervan ook doorgrond hebt, want je blijft maar herhalen dat ‘wij bij elkaar moeten komen”, maar “de waarheid” van het traditionele, rabbinale Jodendom (Judaïsme) is nu eenmaal dat het niet-Joden uitsluit. Mits er gekozen wordt voor de liberaal Joodse insteek, maar zelfs dat Judaïsme houdt vast aan het alleenrecht op het Verbond en dus ook de Torahnavolging.
Handelingen 15, waar jij en rabbijnen Noachidische bepalingen in inlezen, is niets meer en niets minder een aanzet tot Torahnavolging door niet-Joden. Het staat immers ook niet los van de verplichting van het navolgen van de 10-Woorden (de samenvatting van Torah). Nogmaals, Torah is niet op te delen.
In Handelingen 15:21 lees ik duidelijk dat niet-Joden, op basis van de in de verzen 19-20 genoemde basisbepalingen, wekelijks zullen moeten worden onderwezen in Mosjéh. Dat wijst dus op een vervolg en inderdaad dus geen “eindpunt”. Overigens, betwijfel ik of er veel niet-Joodse gelovigen zijn die de 10 Woorden en de bepalingen van Handelingen 15:19-20 navolgen op de door God bedoelde wijze. Ken jij ze?
Wat ik verder mis in je reactie is dat je ingaat op mijn punt van het karakter van het Nieuwe, of Vernieuwde, Verbond van God. Je noemt dat Verbond nergens en reageert ook niet op mijn stellingen over de karakteristieken van het Judaïsme, zoals het willen vasthouden aan een Verbond dat inmiddels al bijna 2000 jaar geleden aanmerkelijk Vernieuwd is. Alsof Adonaj Jesjoe’ah (onze Here Jezus) geen fundamentele verlossing en verzoening van God, de Vader, heeft verkregen. Mijns inziens kan het niet anders dat het Jodendom vanuit Gods optiek (Vernieuwd Verbond godsdienst) geen Judaïsme (traditioneel Jodendom) meer kan wezen, maar vanuit de nieuwe, oorspronkelijke spirituele werkelijkheid Torahnavolging mogelijk maakt om God te eren en te dienen.
Sjalom, Marco van Putten
Reactie op de recensie van “Herstel van het Messiaanse Jodendom”
Dank voor de uitgebreide bespreking van mijn boek Herstel van het Messiaanse Jodendom. Ik waardeer het dat er kritisch wordt meegedacht over de inhoud en dat er ruimte is voor dialoog binnen het Messiaanse veld.
Mijn intentie met dit boek is niet om een dogmatische blauwdruk te geven, maar om een perspectief aan te reiken dat zowel geworteld is in de Joodse traditie als openstaat voor de vernieuwing die de Messias brengt. Juist in een tijd waarin de kloof tussen Judaïsme en christendom nog steeds aanwezig is, geloof ik dat we geroepen zijn om bruggen te bouwen, niet door het ene in het andere op te laten gaan, maar door beide in hun eigenheid te respecteren en in het licht van Gods heilsplan te bezien.
De keuze om de Farizeeën en de Hilleel-traditie te benoemen als context voor Jesjoea’s optreden is gebaseerd op historische en halachische studies binnen het Messiaans-Joodse onderwijs. Uiteraard zijn er verschillende visies hierover, en ik erken dat dit debat gevoerd moet worden met openheid en respect.
Wat betreft de kritiek op het ontbreken van een zoekregister en de vermeende uitsluiting van niet-Joden: ik wil benadrukken dat het boek juist beoogt om een inclusieve gemeenschap te schetsen waarin Joden en niet-Joden samenkomen — ieder in hun eigen roeping, maar wel in eenheid rondom de Messias. De Noachidische geboden zijn daarbij geen beperking, maar een erkenning van de unieke rolverdeling zoals die ook in Handelingen 15 wordt besproken.
Ik nodig lezers uit om het boek te lezen als een handreiking, niet als een eindpunt. Het is een aanzet tot gesprek, tot verdieping, en tot herstel, zoals de titel ook aangeeft. Kritiek is welkom, mits het ons helpt om dichter bij de waarheid en bij elkaar te komen.
Met respect en zegen, Ruben van der Slik