We gaan in deze aflevering even terug naar de Stad van David. Daar troffen archeologen in 2021 een merkwaardige laag van vernietiging aan. In een ingestort gebouw vonden zij een laag aan met gebroken kommen, lampen, potten en andere gebruiksvoorwerpen.
Volgens de onderzoekers van de Israëlische Oudheidkundige Dienst was dit geen opzettelijke gebeurtenis, aangezien er geen sporen van brand zijn gevonden. De reden voor de instorting van het gebouw is de aardbeving die in de achtste eeuw v.Chr. plaatsvond in Israël, in de tijd van het Koninkrijk Juda.
De leiders van de opgraving, Joe Uziel en Ortal Chalaf, zeiden hierover: ‘Toen we het bouwwerk opgroeven en een verwoestingslaag uit de 8e eeuw v.Chr. blootlegden, waren we zeer verrast, omdat we weten dat Jeruzalem tot de Babylonische verwoesting, die ongeveer 200 jaar later plaatsvond, onafgebroken bleef bestaan. We vroegen ons af wat de oorzaak kon zijn van die dramatische verwoestingslaag die we hadden blootgelegd. We onderzochten de opgegraven vondsten en probeerden na te gaan of er in de Bijbelse tekst een verwijzing naar te vinden was.
Interessant genoeg vond de aardbeving, die in de Bijbel in de boeken Amos (1:1) en Zacharia (14:5) wordt genoemd, plaats op het moment dat het gebouw, dat we in de Stad van David hebben opgegraven, instortte. De combinatie van de vondsten in het veld en de Bijbelse beschrijving bracht ons tot de conclusie dat de aardbeving, die het land Israël trof tijdens het bewind van Uzzia, koning van Juda, ook de hoofdstad van het koninkrijk – Jeruzalem – trof.’
Volgens de onderzoekers was de aardbeving, die halverwege de 8e eeuw v.Chr. plaatsvond, waarschijnlijk een van de sterkste en meest verwoestende aardbevingen in de oudheid. Bewijzen van deze aardbeving zijn in het verleden ontdekt bij opgravingen op verschillende locaties in Israël, zoals Hazor, Gezer, Tel Agol en Tell es-Safi/Gath. Deze laatste opgravingen in de Stad van David wijzen erop, dat de aardbeving waarschijnlijk ook Jeruzalem heeft getroffen.
In gesprek met archeoloog dr. Joe Uziel
Israel Today publiceerde kort na de ontdekking een gesprek met de leider van de opgraving, dr. Joe Uziel (foto).
Waarom bent u naar Israël verhuisd en archeoloog geworden?
Die twee dingen staan los van elkaar. Ik ben met zionistisch geloof naar Israël verhuisd. Bij het zoekn naar een studie kwam ik bij een programma van de Bar Ilan Universiteit, dat alle ‘Land van Israël’ studies combineert. Aan het eind van het eerste jaar werkte ik een week bij een archeologische opgravingen, en ik ging er vn houden.
Wat zijn volgens u de belangrijkste bijbelverwijzingen naar aardbevingen?
Ik denk dat de vermelding in Amos 1:1 het belangrijkst is, met name om twee redenen:
Ten eerste wordt de aardbeving terloops genoemd als een referentiepunt dat voor de lezer belangrijk zou zijn geweest. Er wordt niet verder op de gebeurtenis ingegaan. Naar mijn mening versterkt dit de historiciteit van de gebeurtenis zelf.
De andere reden is dat de meeste geleerden die zich met de tekst bezighouden, Amos – en zelfs het openingsvers als een vroege bron – identificeren als waarschijnlijk geschreven in de 8e eeuw v.Chr.
Hoe kijken Israëlische archeologen over het algemeen naar de tekst van de Bijbel in relatie tot de archeologie? Hoe ziet u dat?
Welnu, ik kan zeggen dat elke geleerde zijn eigen benadering heeft. Naar mijn mening is de Bijbeltekst een belangrijke bron, maar moet hij met voorzichtigheid worden behandeld, omdat hij vele lagen en edities heeft en bestaat uit delen die in verschillende periodes zijn geschreven. Voorts heeft de tekst een religieus karakter, wat duidelijk van invloed is op de manier waarop de verhalen worden gepresenteerd.
Naar mijn mening moeten we beginnen met wat de archeologie ons vertelt. Pas als we een specifiek en duidelijk archeologisch beeld hebben, moeten we ons wenden tot de Bijbeltekst. En als we dat doen, moeten we dat met de nodige voorzichtigheid doen, waarbij we vertrouwen op en samenwerken met bijbelwetenschappers, die de complexiteit van deze bron hebben onderzocht.
Is een archeologische ontdekking volgens uw deskundige mening eerder een bevestiging van een meer letterlijke interpretatie van Bijbelse verslagen, of juist minder?
Geen van beide. Archeologie moet proberen om onafhankelijk de reeks gebeurtenissen vast te stellen en pas daarna naar de Bijbel kijken. Over het algemeen: er zijn gebeurtenissen die in de tekst voorkomen en waarvoor archeologisch bewijs bestaat, en gebeurtenissen waarvoor geen bewijs bestaat in de archeologie of in andere bronnen.
(…)
Hoe is het om de oude Israëlitische geschiedenis op te graven onder en naast moslim-dorpelingen in Oost-Jeruzalem, van wie sommigen misschien fel gekant zijn tegen het bewijs van de joodse aanwezigheid en soevereiniteit in Israël?
Als archeoloog is het mijn taak en die van de Israel Antiquities Authority (IAA) om alle overblijfselen in onze opgravingen bloot te leggen en ze op een degelijke wetenschappelijke manier te onderzoeken en te documenteren. We richten ons op wat de wetenschap ons vertelt.
Is er een boodschap die u wilt delen met christen-zionisten?
Blijf geïnteresseerd en volg de ontdekkingen die in het Land worden gedaan. Archeologie gaat over cultureel erfgoed, en de kennis behoort toe aan iedereen die er wereldwijd in geïnteresseerd is – dus hun interesse is erg belangrijk voor ons!


Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Opgraving levert bewijs voor Bijbelse aardbeving"