Gelovigen kennen meestal de hoofdlijnen van de Bijbel wel, maar zijn niet altijd bekend met bijzonderheden die naar voren komen in opmerkelijke teksten. Kennis van de grondtekst en de context kan dan nieuw licht werpen op de bedoeling van de opsteller van een Bijbelgeschrift. Maar cruciaal is ook om daarbij begrip te hebben van de centraliteit van de Torah. Dat kan helpen deze teksten beter te doorgronden, waardoor soms een betere of andere kijk op geloofszaken kan worden verkregen.
Deze brief richt zich tot de gelovigen in geloofsgemeenschappen in de regio Galatië (huidige oost-Turkije). Paulos, de belangrijkste schrijver van deze brief, wil hen beschermen en waarschuwen voor binnendringers in hun geloofsgemeenschappen. Dit zijn Joden, die zich voordoen als vrome talmiediem (Isra‘Elitische leerlingen van de Here Jezus), die willen dat talmiediem worden opgenomen in het Joodse religieuze kader[1]. Zulke mensen worden daarom Judaïsten[2] genoemd.
Het volledig toetreden tot Jodendom (het Mozaïsche Verbond) zou voordelen hebben, waarschijnlijk veel problemen tussen Joodse en niet-Joodse talmiediem wegnemen en rust geven onder de gelovigen. Maar deze potentiële voordelen wegen niet op tegen het belangrijkste negatieve gevolg: loslaten van het Nieuwe Verbond (Beriet Chadasjah (afgekort B”Ch)).
Het beschermen en waarschuwen doet Paulos door heel verduidelijkend te zijn over waarin het B”Ch verschilt met het Mozaïsche Verbond, zoals dat in de eerste eeuw door Joden werd geïnterpreteerd. Paulos doet vergaande uitspraken over wat God vindt wat van de Joodse erfenis in de zin van Bijbelse Godsdienst relevant blijft voor talmiediem. Maar vooral over hoe niet-Joden ontzien moeten en mogen worden.
Helaas zijn deze uitspraken later koren op de molen gebleken van de niet-Joodse christenheid (lees: kerkelijke autoriteiten) die zeker al vanaf de tweede eeuw scherp afstand begonnen te nemen van het eerste eeuwse Jodendom[3]. Overtuigd als ze waren, niet geheel onterecht, van de superioriteit van het B”Ch. Met andere woorden, zij gebruikten en mis-interpreteerde de woorden van Paulos die overduidelijk van deze ‘hogere orde’ van het B”Ch spreekt.
De Romeinse keizer Constantijn heeft een begin gemaakt om deze afwijzing van dat Jodendom ook juridisch-organisatorisch in de samenleving te verankeren daarbij aangespoord door de kerkelijke autoriteiten. Opvolgende leiders zijn daarmee doorgegaan. Wat vervolgens in de bijna 2000 jaar lang ontwikkelende kerkleer vrijwel verloren of krom werd doorgezet is het Isra’Elitische karakter van Bijbelse Godsdienst.
In deze studie van de Galatenbrief is een poging gedaan tot terugkeer tot dat oorspronkelijke Isra’Elitische karakter met inbegrip van de speciale insteek van Paulos voor wat betreft de niet-Joodse toetreders tot het B”Ch.
Samengevat komt het erop neer dat recht is gedaan aan de volgende punten die Paulos in de Griekse grondtekst schrijft als gevolg van het B”Ch, namelijk dat:
• Jood-zijn betekenisloos is als het niet tot uitdrukking komt in het leven volgens Bijbelse Godsdienst (etniciteit is ondergeschikt aan Godsdienst) (Gal 6:13; Rom 2:29)
• Gods volk niet langer Joodse-etniciteit als karakteristiek heeft, maar multi-etniciteit. Alle talmiediem (Joods of niet) uit diverse volken vormen tezamen het ene volk van God (Gal 3:28)[4]
• Niet-Joden dus volledig moeten toetreden tot het B”Ch, wat betekent dat ze het juk (lees: Torah) ervan volledig moeten leren aannemen (Gal 5:3[5]; 1 Kor 7:19). Zij hebben echter het voorrecht dit stap-voor-stap te mogen doen[6], in tegenstelling tot de geboren en besneden Isra‘Eliet die verplicht is de gehele Torah na te volgen
• Niet-Joods-zijn (lees: heidense cultuur) betekenisloos/losgelaten moet worden, want ze hebben de Isra’Elitische identiteit van Gods volk aanvaard
• Het vlees (de wereldse gezindheid) ondergeschikt moet worden gemaakt aan de geest (de Bijbelse/hemelse gezindheid). Torahnavolging betekent afsterven van vleselijkheid, wat indirect een verband is met de kruisiging (medegekruisigd worden met de Here Jezus) (Gal 2:19)
• Het Isra‘El[7] van God (Gal 6:16) als volksverband (etniciteit) diens bijzondere status en diens privileges behoudt binnen het B”Ch en binnen het geheel van Gods volk
• De Here Jezus alleen ontheffing van de vloek van de zondemacht kon hebben verkregen door Torahnavolging (Gal 3:13), wat vernieuwing (uitgebreid/aangepast) van de Mozaïsche Torah tot gevolg had en Torah een nieuwe functie kreeg (Gal 4:5)[8]
• Paulos het heeft over verschillenden soorten van wetmatigheden (Grieks nomos). Soms bedoelt hij daarmee de godsdienstige bepalingen van Bijbelse Torah
• Elk verbond van God eigen Torahbepalingen heeft en het voorafgaande verbond met diens Torah wordt geïntegreerd in het opvolgende verbond
Omdat Paulos in deze brief dus belangwekkende zaken bespreekt benadrukt hij daarbij zijn apostelschap en de voorgeschiedenis ervan. Dit om te tonen dat hij namens God (Gal 1:1,12) recht van spreken heeft en dat de leidende apostelen en broeders hem hebben bevestigd in dat ambt (Gal 2:9). Hij benadrukt zelfs dat hij niet liegt over zijn achtergrond (Gal 1:20).
Dit is voor het eerst dat Paulos dit zo benadrukt[9], want wie kritiek heeft om bestaande tradities en/of ongehoorde zaken verkondigd wordt vrijwel altijd aanvankelijk betwijfeld. Ook wijst hij op zijn innige band met de gelovigen in de regio/provincie Galatië.
Hij laat ook doorschemeren dat hij een speciaal evangelie voor de volken (de onbesnedenheid) had, dat niet hetzelfde was dan dat voor de besnedenheid (Gal 2:7). Maar dat dit rechtstreeks van God aan hem was ingegeven en niet kwam van hen die voor hem apostelen waren en de leidende broeders in Jeroesjalajim (Jeruzalem)[10]. Hij benadrukt dus dat zijn zending niet van hun uitging, maar dat ze, na hem erover gehoord hadden, hebben ingezien dat dit inderdaad begenadigd was door God, waaraan zij dus niets hebben toegevoegd/gecorrigeerd (Gal 2:6). Ze hebben dit met een handdruk van gemeenschap bevestigd (Gal 2:9).
Opvallend is dat de leiders in Jeroesjalajim Paulos wel opdroegen om de niet-Joden bekommernis met de armen onder de Joodse talmiediem moest bijbrengen (Gal 2:10). Hiermee wordt de band tussen niet-Joodse en Joodse talmiediem geborgd en opgebouwd. Iets waarmee Paulos van harte instemde. Ze vormden immers vanuit het optiek van het B”Ch één volk van God.
Het Griekse woord nomos
Bijbelvertalers vertalen dit Griekse woord consequent als ‘wet’ (d.i. wet van Mozes). Daarover bestaat het dominante christelijke dogma (kerkelijke waarheid) dat deze ‘wet’ door de Here Jezus zou zijn afgeschaft en strijdig zou zijn met geloof. De woorden van Paulus worden dan ook overeenkomstig aangepast, zoals vooral blijkt in gangbare ‘vertalingen’ van de Galatenbrief.
Het moet aan het einde van deze studie van de Galatenbrief inmiddels duidelijk zijn dat deze vertaling niet door Paulos bedoeld kan zijn[11]. Dat blijkt uit de onbegrijpelijke, fundamenteel met de Tenach tegenstrijdige, (in Bijbelse zin) onrealistische en ronduit belachelijke beweringen die in zulke Bijbels staan. Ook valt op dat ‘wet’ consequent op een verdachte en negatieve manier worden uitgelegd.
In deze studie is naar voren gebracht dat de vertaling van nomos niet vast blijkt te liggen en dus steeds eerst neutraal als ‘wetmatigheid/orde’ moet worden opgevat. Soms doelt Paulos er inderdaad Torah[12] mee en slechts in enkele gevallen gaat het inderdaad specifiek om de Mozaïsche Torah. Maar in veel gevallen kan Torah simpelweg niet bedoelt zijn.
In deze studie werden de volgende vertalingen voor bovenstaande verzen voorgesteld:
• ‘Maar ik ben door Torahnavolging ordelijk afstervende, zodat ik leef voor God. De Gezalfde medegekruisigd zijnde.’ (Gal 2:19-20)[13]
• ‘Hebben jullie Geest ontvangen door werken van (Mozaïsche) Torah[14], of door het onderwijs van geloofsvertrouwen?’ (Gal 3:2)[15]. Evenzo, vers 5[16].
• ‘Maar bij Torahnavolging op legalistische wijze gaat het niet om geloofsvertrouwen, maar om wie dat doet, zal daardoor leven.’ (Gal 3:12)[17]
• ‘De Gezalfde heeft voor ons ontheffing verkregen van de vloek van de wetmatigheid (van de zonde) door voor ons een vloek te worden’ (Gal 3:13)[18]
• ‘Daartoe is de (Mozaïsche) Torah een opvoeder voor ons geweest ten behoeve van de Gezalfde, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden mogen worden. Nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een opvoeder.’ (Gal 3:24-25)[19]
• ‘Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de (Mozaïsche) Torah, om hen, die onder de wetmatigheid (van de zonde) waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.’ (Gal 4:4-5)[20]
• ‘Zie, ik, Paulus, zeg u: indien u uzelf laat besnijden, zal de Gezalfde u geen bijstand[21] zijn.’ (Gal 5:2)[22]
• ‘Als jullie u echter door Geest laat leiden, dan zijn jullie niet onder een wetmatigheid (van het vlees).’ (Gal 5:18)[23]
Het mag duidelijk zijn dat bovenstaande alternatieve vertalingen, hoewel slechts een aanzet, meer hout snijdt en vooral ook begrijpelijk en bij de rest van de Bijbel aansluit. Zo vertaald komt de Galatenbrief veel dichter bij het oorspronkelijke onderwijs van Paulos[24].
Maar Paulos richt zich niet zozeer tegen de Judaïsten, maar meer nog tot niet-Joodse talmiediem in de Galaten-regio die zich willen toeleggen op het Mozaïsche Jodendom. Volgens hem begrijpen zulke mensen de Torah van het B”Ch niet (Gal 4:21). Hij wijst erop dat de talmiediem (Joods of niet) kinderen van de belofte van het hemelse Jeroesjalajim zijn en dus met recht Torahnavolgende Isra‘Eliem (Gal 4:28). Judaïsten moeten daarom uit de geloofsgemeenschap worden geweerd, want de kinderen van de illegitieme Torahnavolging mogen niet erven met de kinderen van de legitieme Torahnavolging (Gal 4:30).
Paulos waarschuwt ook het aanpakken van Judaïsten niet mag betekenen dat elke Bijbelleraar vervolgens onder de loep genomen moet gaan worden. Talmiediem moeten niet over-skeptisch worden, maar in principe Bijbelleraren met eer behandelen. God laat niet met Zijn leraren spotten. Er zit dus zeker ook een groot gevaar om Bijbelleraren te gaan zien als wegwerpartikelen. Wie dat doet zal Gods toorn ondervinden (Gal 6:7).
Alles bij elkaar is in deze studie gebleken dat deze brief nogal belangwekkend is, maar ook heel ingewikkelde onderwerpen uitwerkt. Onderwerpen die helaas door onjuiste en valse ‘vertalingen’ helemaal niet goed meer doorklinken en dat alle vele eeuwen.
Het is een brief geworden die de zaak van de christenheid moet dienen, maar dat alleen al bewijst dat het geen zuivere vertalingen zijn. Immers, de brief is juist bedoelt om niet-Joden te waarschuwen voor Joodse Judaïsten die de ingewikkeldheid van de materie zelf niet eens begrijpen, maar het toch willen misbruiken om niet-Joden proberen te winnen voor iets wat gepasseerd en nabij verdwijning is (d.i. het Mozaïsche Verbond). In die zin is de brief voor de Messiaanse Beweging vandaag van groot belang die geplaagd wordt door moderne Judaïsten die opnieuw talmiediem van de Here Jezus en Zijn dienst aan Gods volk willen aftrekken. God behoede!
+++
[1] Dus dat ze proselieten van het Jodendom zouden worden.
[2] Mensen met een doorgeschoten kijk (tunnelvisie) op het Joodse volk, terwijl God nooit slechts één volk op het Oog had maar alle volken.
[3] Zonder goed te beseffen dat dit Jodendom geënt was op Bijbelse Godsdienst.
[4] Toch houden nogal wat christenen vast aan de Twee-Godsvolkentheorie met elk een eigen Weg (Twee-wegentheorie). Deze theorieën gaan tegen de Bijbel in en zijn eigenlijk Vervangingstheoretische varianten.
[5] Het is een zwaarwegende Torahverplichting (mitswah – bevel van God) voor alle mannelijke talmiediem om zich te laten besnijden.
[6] Torahnavolgende Joodse talmiediem moeten die vrijstelling accepteren, maar helaas werd die vrijstelling door hen vaak opgevat als afvalligheid van Torahgetrouwheid.
[7] In populair woordgebruik ‘het vrome (getrouw aan de Bijbelse Torah) Joodse volk’ genoemd.
[8] Op die manier komt het steeds dichter bij de Torah van God, Die in de hemel is.
[9] Het geschrift ‘Handelingen van de apostelen’ zou pas zo’n 10 jaar na de Galatenbrief verschijnen.
[10] Dat Paulos voordien geen band met die Joodse leiders van de talmiediem heeft gehad benadrukt hij ook herhaaldelijk. Zelfs door te stellen dat hem het niets aangaat wat ze waren (Gal 2:6).
[11] Niet in het minst dat Paulos Torah niet als ‘wet’ heeft opgevat, maar als goddelijk onderricht over Gods wil.
[12] Maar niet altijd beperkt tot de Torah van Mosjéh. Zoals er meerdere verbonden van God zijn gesloten, zijn er ook overeenkomstig meerdere Torot. Vaak doelt hij namelijk op Torah van het B”Ch, wat een andere insteek heeft dan de Mozaïsche Torah.
[13] Stern, in zijn ‘Complete Jewish Bible’, legt weer de nadruk op traditionele legalistische misinterpretatie. Alleen past dat hier niet bij de bedoeling van wat Paulos schrijft.
[14] Stern vat die werken van Torah standaard op als legalisme. Als zo Torah wordt nagevolgd, dan is dat terecht een misinterpretatie van Mosjéh en van Gods bedoeling met Torah. Die misinterpretatie (legalisme) is een kernelement van Jodendom (iets waar de Here Jezus herhaaldelijk op wees) en waartegen Paulos zich fel afzet.
[15] Paulos richt zich tot talmiediem die in het B”Ch zijn en niet tot hen die in het Mozaïsche Verbond zijn. De meeste gelovigen in Galatië zullen niet-Joden zijn geweest en dus onbekend met Torahnavolging. Hij wijst dus op hun begin in het geloof. Toen ging het dus helemaal niet om Torah. Dat is de eerste betekenis van dit vers. Paulos stelt hier ook een wezenlijke vraag over B”Ch Torahnavolging voor de gevorderden. Die navolging moet geloofsvertrouwen in God, de Vader, als uitgangspunt en basis hebben. Dat is de tweede en belangrijkere betekenis van dit vers. De Judaïsten hebben van deze tweede betekenis geen begrip.
[16] Opnieuw overeenkomstig Sterns ‘Complete Jewish Bible’.
[17] Opnieuw overeenkomstig Sterns ‘Complete Jewish Bible’.
[18] Stern, in zijn ‘Complete Jewish Bible’, stelt onterecht dat de Here Jezus ons van de vloek verlost die vastgesteld is in de Torah over een ieder die (als veroordeelde) aan het (executie-)hout hangt. Dan zou de Here Jezus weer, zoals de christenheid beweert, een Torahbepaling hebben opgeheven. Dat kan niet waar zijn.
[19] Dit vers gaat over een functie van de Mozaïsche Torah tot de komst van de Gezalfde. Dat gaat hoofdzakelijk gelovige Joden aan. Paulos wijst erop dat die functie van Torah door het B”Ch opgeheven is. Door het ontvangen van de Geest zijn gelovigen niet meer onmondigen die een opvoedende functie nodig zouden hebben. Maar de Judaïsten beweren feitelijk dat talmiediem nog wel behoefte zouden hebben aan die oude, vervallen functie van Torah. De christelijke weergave van dit vers suggereert dat Torah door het geloof is vervangen. Dat kan niet waar zijn, want het ‘bewijs’ van geloof is juist Torahnavolging (Jak 2:20). De twee zijn onverbrekelijk verbonden en geen tegengestelden.
[20] Of als alternatief: ‘…geboren onder de Mozaïsche Torah, om hen, die onder de Mozaïsche Torah waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.’ Het vrijkopen heeft met Torah te maken, maar wel dat Gods Zoon vrijkoping van Zijn Vader verkregen heeft van de zondemacht wat de Mozaïsche Torah niet kon. Want de Mozaïsche schikte zich immers in het bestaan van de zondemacht en had er geen oplossing voor.
[21] De Here Jezus zou niet langer hun kohen gadol kunnen zijn. Ze verwachten het immers van legalistische Torahnavolging en niet meer van Torahnavolging op basis van geloof.
[22] Het moet duidelijk zijn dat deze waarschuwing niet gericht is aan Joodse talmiediem, maar aan niet-Joodse.
[23] Zulke gelovigen zijn verlost van de zondemacht. Wetmatigheid van het vlees is synoniem voor de zondemacht. Maar wie toegetreden is tot het B”Ch moet zich logischerwijs wel houden aan de Torah van dat Verbond. Nederlandse Bijbels beweren echter, overeenkomstig het christelijke dogma, dat de Geest hen zou vrijmaken van de Torah, maar Die twee – de Geest en de Torah – zijn niet los verkrijgbaar, maar complementair.
[24] Voor het geval dat iemand onbekend is met het feit dat Paulos als apostel van het B”Ch de daarbij behorende Torah navolgde is het goed om de cruciale bewijsteksten daarover te lezen, zoals Handelingen 21:24.
Beriet Chadasjah geschriften nader bekeken – Galaten – Evaluatie


Wees de eerste die reageert op "Beriet Chadasjah geschriften nader bekeken – Galaten – Evaluatie"