Chanoeka Concertgebouw – aanvechting besluit weren chazzan

Voor Joden verboden

Chanoeka concertgebouw – De organisatie van het Chanoekaconcert vecht het besluit van het Concertgebouw aan om chazzan Shai Abramson te weren. Een brief van Oscar Hammerstein, een Sjoa-overlevende – aan de koning en van Christenen voor Israël. 

Brief Oscar Hammerstein – Chanoeka Concertgebouw

De organisatie van het Chanoeka-concert in het Koninklijk Concertgebouw stapt naar de rechter om het concert tóch te laten doorgaan — mét de Israëlische voorzanger Shai Abramson. Hem is verboden het Concertgebouw te betreden. De beslissing van het Concertgebouw werd genomen onder druk van extremistische actiegroepen zoals New Neighbors Utrecht, de Internationale Socialisten en de Hamas-verheerlijkers van onder meer Plant een Olijfboom.

Er was een tijd in Europa waarin de kunsten — dat edelste product van de menselijke geest — werden gekneveld door de ijzeren hand van tirannie. In het Duitsland van Adolf Hitler werd in 1933 de Reichskulturkammer opgericht: niet om schoonheid te bevorderen, maar om gehoorzaamheid af te dwingen.

Onder leiding van Joseph Goebbels, een man die zijn giftige verbeelding tot staatsbeleid verhief, werd cultuur tot oorlogsmateriaal verklaard. De dichter, de schilder, de componist en de journalist — allen moesten zich onderwerpen aan de nieuwe orde, waarin slechts één maatstaf gold: trouw aan het regime. Wie weigerde, verloor zijn stem; wie te vrij dacht, verloor zijn brood; wie Joods was, verloor zijn recht te bestaan. Het was geen kamer, het was een kerker. Achter elk loket stond de schaduw van de censuur, achter elk formulier het zwijgen van de geest.

Goebbels wist dat wapens oorlogen konden winnen, maar alleen woorden en beelden konden een volk doen geloven dat het moordde uit idealisme. Daarom moest elke noot, elke zin, elke penseelstreek “zuiver” zijn — niet in schoonheid, maar in gehoorzaamheid. Het was de dood van de vrijheid, vermomd als culturele zuivering.

Grote, wereldberoemde Joodse musici zoals Arnold Schönberg, Kurt Weill (Die Dreigroschenoper), de dirigenten Bruno Walter en Otto Klemperer, en de componist Erich Wolfgang Korngold werden uit Duitsland verdreven, net als andere grote geesten als Thomas Mann, Bertolt Brecht, Marc Chagall, Paul Klee en tallozen anderen.

Hun muziek en literatuur klonken voortaan in ballingschap — vrijer onder de hemel van New York en Zürich dan ooit in Berlijn. En terwijl zij schreven en componeerden in vrijheid, werd in hun geboorteland de stilte luider dan welk applaus ook.

Toen het Derde Rijk viel, bleven slechts ruïnes over — van steden, van bibliotheken, van het geweten. De Kulturkammer werd ontbonden, maar haar echo waart nog rond in iedere tijd waarin machthebbers de waarheid willen temmen en de kunsten willen onderwerpen aan hun dogma’s.

Laat men zich dit goed herinneren: wie de kunsten knevelt, bereidt de slavernij van de geest voor. En zolang er mensen zijn die denken, dromen en schrijven, zal er altijd één antwoord blijven op zo’n poging — het trotse, onverzettelijke “Nooit meer.”

Er zijn ogenblikken waarop beschaving moed vraagt. Dit is zo’n ogenblik. Er rest ons slechts één vorm van protest die het kwaad werkelijk kan raken: een boycot van het Concertgebouw, totdat de huidige directeur Simon Reinink, kleinzoon van de beruchte collaborateur Hendrik Jan Reinink- secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie in 1940 -, het podium heeft verlaten.

Sinds de donkere dagen van de bezetting, toen Joodse musici werden ontslagen en vernederd, heeft ons land geen daad van zulk schaamteloos antisemitisme meer aanschouwd. Dat dit kan gebeuren in het hart van onze cultuur — in het huis waar Mahler, Bernstein en Chailly klonken — is een smet op het geweten van Nederland. Wie nu zwijgt, stemt toe. Wie blijft zitten, applaudisseert de lafheid.

Dit is geen kwestie van bestuur, maar van beschaving zelf. De vrijheid van de kunst en de waardigheid van de mens zijn hier niet te scheiden. Wanneer een instelling die zich de “tempel van de muziek” noemt, zwaar gesubsidieerd door de overheid, ruimte biedt aan haat, dan verstomt niet slechts de kunst — dan verstomt het geweten van het land.

Het Nederlandse geweten is niet te koop voor concertabonnementen of gala’s. Er zijn ogenblikken in de geschiedenis waarop beschaving niet in marmer wordt bewaard, maar in moed.

Dit is zo’n ogenblik.

Brief van een Sjoa-overlevende Borrie Maarsen aan de koning

Majesteit,

Met gevoelens van diep respect wend ik mij tot Zijne Majesteit omtrent het volgende.

Op 11 april 2013 heeft de moeder van Zijne Majesteit, Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix der Nederlanden, aan het Koninklijk Concertgebouw N.V. het Predicaat Koninklijk toegekend. 

Het Concertgebouw is decennialang een symbool geweest van Nederlandse culturele bloei en maatschappelijk engagement. Het Predicaat vormde een bekroning van 125 jaar cultureel ondernemerschap van het Concertgebouw. 

In deze brief zal ik Zijne Majesteit de Koning verzoeken de toekenning van het Predicaat aan Het Koninklijk Concertgebouw N.V., te heroverwegen en in te trekken. Dit omdat het Concertgebouw niet langer voldoet aan de voorwaarden van onberispelijkheid, onbesproken gedrag en maatschappelijke verantwoordelijkheid die onlosmakelijk verbonden zijn aan het voeren van de bijzondere onderscheiding die de Koninklijke familie haar heeft toegekend. Ik zal dat uitleggen.

Weigering Joods concert in het Concertgebouw

Zoals Zijne Majesteit de Koning ongetwijfeld bekend is geworden, heeft het Concertgebouw enkele dagen geleden een concert van Stichting Chanukah Concert geannuleerd, dat zou plaatsvinden ter gelegenheid van het Joodse feest Chanukah op 14 december a.s. De chiefcantor/ voorzanger, de heer Shai Abramson, zou volgens het Concertgebouw banden hebben met het Israëlische defensieleger (IDF). Het Concertgebouw verzocht de organisatie de chiefcantor daarom te vervangen. Toen de stichting dat weigerde, werd het concert door het Concertgebouw afgelast.

Deze beslissing heeft geleid tot diepe verontwaardiging binnen de Joodse gemeenschap en in brede kring daarbuiten. De stichting spreekt terecht van een beperking van religieuze vrijheid en van een daad die bijdraagt aan het gevoel van isolement dat Joden ook in het huidige tijdsgewricht ervaren.

Door een religieuze viering van de Joodse gemeenschap op deze manier te weigeren handelt het Concertgebouw niet alleen in strijd met de waarden van vrijheid van godsdienst, gelijke behandeling en maatschappelijke verdraagzaamheid, maar wordt een volledige geloofsgemeenschap afgestoten en diep gekrenkt. Als Holocaustoverlevende doet dat denken aan een diepdonkere periode uit de geschiedenis, toen Joden evenzeer – ook in het Concertgebouw – werden uitgesloten van het maatschappelijke leven.

Voor een instelling die het predicaat Koninklijk draagt – en daarmee een morele voorbeeldfunctie vervult – is een dergelijke handelwijze onaanvaardbaar en onverenigbaar met het vereiste van onbesproken gedrag om het Predicaat Koninklijk te kunnen voeren.

Een moreel appèl – Uw woorden van 4 mei 2020 

Zijne Majesteit de Koning sprak tijdens de nationale Dodenherdenking op 4 mei 2020 op de Dam de volgende woorden:

“Medemensen voelden zich in de steek gelaten, onvoldoende gehoord, onvoldoende gesteund, al was het maar met woorden. Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder, toch standvastig en fel in haar verzet. Het is iets dat me niet loslaat.”

Deze uitspraak getuigde van diepe reflectie en morele moed. Zij raakte velen, juist omdat zij een oproep inhield tot waakzaamheid tegen onverschilligheid – tot het niet opnieuw de rug toekeren naar wie zich – ook vandaag de dag (weer) – buitengesloten voelt. De Joodse gemeenschap voelde zich na deze toespraak gehoord, geborgen en beschermd.

De situatie waarin Joodse Nederlanders zich door het handelen van het Concertgebouw thans geplaatst zien, herinnert evenwel pijnlijk aan die woorden. Als het Zijne Majesteit de Koning ernst is met die morele boodschap, dan is dit het moment gekomen om die woorden gestalte te geven en daad bij het woord te voegen: door het Concertgebouw op te roepen het Joodse concert alsnog doorgang te laten vinden of — indien de instelling bij haar besluit blijft — het Predicaat Koninklijk in te trekken.

Want Zijne Majesteit de Koning zal het met mij eens zijn: een instelling die de naam “Koninklijk” draagt, mag nooit bijdragen aan uitsluiting, verdeeldheid of discriminatie, in welke vorm dan ook en wat de beweegredenen ook zijn.

Ten overvloede

Geheel overigens wijs ik in het kader van mijn verzoek nog op iets anders dat betrokken kan worden. Recentelijk is bekend geworden dat het Concertgebouw door de Belastingdienst is berispt wegens structurele onregelmatigheden rond fiscale vrijstellingen voor donaties. De Belastingdienst vond de constructie waarbij een steunstichting donaties inzamelde voor de N.V. van het Concertgebouw niet voldeed aan de wettelijke eisen, waardoor mogelijk tientallen miljoenen euro’s aan giften ten onrechte belastingvrij zijn gebleven. De bepalingen van het Predicaat Koninklijk schrijven in dit verband voor dat partijen die het Predicaat dragen “onberispelijk dienen te zijn in bedrijfsvoering en te goeder naam en faam bekend staan.” Dat is kennelijk niet langer het geval, omdat de financiële reputatie en betrouwbaarheid van het Concertgebouw in het geding zijn. Ook die omstandigheid vormt aanleiding te onderzoeken of het Concertgebouw het Predicaat Koninklijk nog toebehoort. Hoewel dit aspect in schril contrast staat met het hoofdzakelijke doel van mijn schrijven, vond ik het passend dit toch te benoemen.

Een reactie van Zijne Majesteit de Koning zie ik met belangstelling tegemoet.

Met de meeste hoogachting,

Mevrouw D. (Deborah) Maarsen-Laufer

lid in de Orde van Oranje-Nassau

 

Brief Christenen voor Israël

Het is diep beschamend dat Amsterdam en haar culturele instellingen opnieuw, 85 jaar na de bezetting, toestaan dat Joodse artiesten worden buitengesloten.

Na de inval van Hitler-Duitsland in 1940 waren het de culturele instellingen, waaronder het Concertgebouw, die als eersten hun Joodse medewerkers ontsloegen. In 1941 werd het Concertgebouw verboden terrein voor Joden, en in 1942 vierde de NSB er haar elfjarig bestaan in aanwezigheid van de Jeugdstorm, WA, SS en rijkscommissaris Seyss-Inquart.

Nu, in november 2025, weigert het Concertgebouw de Joods-Israëlische zanger Shai Abramson op te laten treden bij het Chanoeka Concert. Wéér wordt de Joodse gemeenschap buitengesloten, ditmaal onder maatschappelijke en politieke druk. Daarmee wordt een pijnlijk en gevaarlijk precedent geschapen. Eerder spraken overheid en bestuurders uit dat het conflict tussen Hamas en Israël geen invloed mocht hebben op de positie van Joden in Nederland. Met dit besluit wordt dat vertrouwen ernstig geschaad.

Door de weigering van Shai Abramson wordt een gevaarlijk precedent gezet voor verdere uitsluiting van Joodse Nederlanders. U weet dat vele theaters, schouwburgen en andere openbare gebouwen de afgelopen twee jaar al de deuren hebben gesloten voor Joodse cultuur en Joodse artiesten, allemaal onder intimidatie van actiegroepen.

Wij roepen u dringend op dit besluit te herzien en excuses aan te bieden aan de Joodse gemeenschap in Nederland. Alleen zo kan het Concertgebouw laten zien dat het werkelijk geleerd heeft van het verleden.

2 Reactiesop"Chanoeka Concertgebouw – aanvechting besluit weren chazzan"

  1. dazzlingd3c79403e3 | 14/11/2025 om 15:52 | Beantwoorden

    Als verzetsman heb ik de oorlog intens meegemaakt maar dit begint er ook weer aardig op te lijken, alleen het Heil Hitler ontbreekt nog. Dezelfde haat is er al.
    Chris Rahm.

  2. Wat een uitstekende brief!
    De directie van het Concertgebouw moet zich diep schamen!
    J.E.Christ-Wurzburger

Geef een reactie