Delegeren moet je leren. Dat onderwees Jitro, Moses’ schoonvader, toen die op bezoek kwam en Moses de hele dag bezig zag geschillen tussen zijn volksgenoten op te lossen. Vertrouw dat toch toe aan bekwame mannen!
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Yitro (Jetro) zijn:
✡ Torahlezingen: Exodus 18 – 20,
✡ Profetenlezing: Jesaja 6:1 – 7:6 en 9:5-6,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 5:8-20.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Een gedeelte uit de Torahlezing
Het gebeurde dan de volgende dag dat Mozes zitting hield om recht te spreken over het volk. Het volk stond voor Mozes, van de morgen tot de avond.
Toen de schoonvader van Mozes zag wat hij allemaal voor het volk deed, zei hij: Wat betekent dit wat je voor het volk doet? Waarom houd je alléén zitting, terwijl heel het volk van de morgen tot de avond tegenover je staat?
Toen zei Mozes tegen zijn schoonvader: Omdat het volk naar mij toe komt om God te raadplegen. Wanneer zij een zaak hebben, komt men daarmee naar mij en oordeel ik tussen de een en de ander. Ik maak hun de verordeningen van God en Zijn wetten bekend.
Maar de schoonvader van Mozes zei tegen hem: Wat je doet, is niet goed. Je zult er zeker aan bezwijken, zowel jij als dit volk dat bij je is, want dit is te zwaar voor je. Je kunt dit niet alleen doen. Luister nu naar mijn stem. Ik zal je raad geven en God zal met je zijn. Jíj moet het volk bij God vertegenwoordigen en jíj moet de zaken voor God brengen. Je moet hun de verordeningen en de wetten voorhouden en hun de weg bekend maken waarop zij moeten gaan en het werk dat zij moeten doen.
Jij echter, jij moet daarnaast onder heel het volk omkijken naar bekwame mannen, godvrezende, betrouwbare mannen, die een afkeer hebben van winstbejag. Je moet leiders over duizend, leiders over honderd, leiders over vijftig en leiders over tien over hen aanstellen. Zij moeten altijd over dit volk oordelen. Maar laat het zo zijn dat zij elke grote zaak bij jou brengen, en zelf over elke kleine zaak oordelen. Maak het zo voor jezelf lichter en laat hen die last samen met je dragen. Als je dit doet en God het je gebiedt, dan zul je staande kunnen blijven en zal dit hele volk ook in vrede naar zijn woonplaats gaan.
Mozes luisterde naar de stem van zijn schoonvader en deed alles wat hij gezegd had. Mozes koos daarom uit heel Israël bekwame mannen en stelde hen aan als hoofd over het volk: leiders over duizend, leiders over honderd, leiders over vijftig en leiders over tien. Zij oordeelden altijd over het volk. De moeilijke zaken brachten zij bij Mozes, maar over elke kleine zaak oordeelden zij zelf.
Toen liet Mozes zijn schoonvader gaan, en deze ging terug naar zijn land.
Exodus 18:13-27 (HSV)
Een gedeelte uit de Profetenlezing
In 1 Kronieken hoofdstuk 24 t/m 27 wordt uitgebreid de ordening beschreven, die koning David instelde bij de dienst van de priesters en levieten, zijn leger, en de leiding over de stammen en de hofhouding. Ook hij wist hoe belangrijk delegeren is.
Over de stammen van Israël gingen: bij de Rubenieten Eliëzer, de zoon van Zichri, leider; bij de Simeonieten: Sefatja, de zoon van Maächa; bij de Levieten: Hasabja, de zoon van Kemuel; bij (de afstammelingen) van Aäron: Zadok; bij Juda: Elihu, een van de broers van David; bij Issaschar: Omri, de zoon van Michaël; bij Zebulon: Jismaja, de zoon van Obadja; bij Naftali: Jerimoth, de zoon van Azriël; bij de nakomelingen van Efraïm: Hosea, de zoon van Azazja; bij de halve stam van Manasse: Joël, de zoon van Pedaja; bij half Manasse in Gilead: Jiddo, de zoon van Zecharja; bij Benjamin: Jaäsiël, de zoon van Abner; bij Dan: Azarel, de zoon van Jeroham. Dit waren de leiders van de stammen van Israël.
Over de schatkamers van de koning ging Azmaveth, de zoon van Adiël; en over de voorraadschuren op het land, in de steden, in de dorpen en in de torens ging Jonathan, de zoon van Uzzia.
1 Kronieken 27:16-22 en 25 (HSV)
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In die dagen, toen (het aantal) discipelen steeds toenam, ontstond er gemor van de Griekssprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij het dagelijkse dienstbetoon over het hoofd gezien werden.
En de twaalf riepen de menigte van de discipelen bij zich en zeiden: Het is niet behoorlijk dat wij nalaten het Woord van God (te verkondigen) om de tafels te dienen.
Zie daarom uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van wie (men) een goed getuigenis (geeft), vol van de Heilige Geest en van wijsheid, die wij voor deze noodzakelijke taak zullen aanstellen. Wij echter zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord.
En dit woord behaagde heel de menigte; en zij kozen Stefanus, een man vol van geloof en van de Heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nicanor, Timon, Parmenas en Nicolaüs, een proseliet uit Antiochië. Zij leidden hen vóór de apostelen, en die legden hun, nadat zij gebeden hadden, de handen op.
Handelingen 6:1-6 (HSV)
Je hoeft niet alles zelf te doen
Schoonvader Jitro kwam Moses opzoeken, toen hij had vernomen dat Moses aan het hoofd van een groot volk door de wildernis was getrokken. Hij had gehoord van de wonderen die de Heer had verricht: tien plagen had Hij over Egypte gebracht, de doortocht door de drooggevallen Schelfzee. Wat een machtige God hebben die Israëlieten!
Hij bracht Moses’ vrouw en hun twee zonen mee, waarvoor hij had gezorgd tijdens Moses’ spannende tijd in Egypte.
‘Jitro verheugde zich over al het goede dat de HEERE aan Israël had gedaan, en dat Hij het gered had uit de hand van de Egyptenaren’
Maar de volgende dag hield Moses zitting om recht te spreken over geschillen. Wat een rij! En wat een gemopper, toen de mensen uren moesten wachten. Dan komt Jitro met een vaderlijk advies: concentreer je op je kerntaken, het onderwijzen en inscherpen van Gods wetten en inzettingen, en de moeilijke zaken bij God brengen, en delegeer de gewone geschillen aan godvrezende betrouwbare mannen. Alleen de moeilijke zaken moeten zij aan u voorleggen. Zo helpt hij Moses een hanteerbare vorm van rechtspraak te vinden, waardoor anderen een deel van zijn last kunnen dragen.
Dat was het advies van Jitro – nota bene een buitenlander, maar waarom zou zijn raad niet goed zijn? Met zijn raad bevestigt hij de belangrijke functie van Moses, en wijst hem een weg om daarin goed te functioneren.
Ook koning David was een man van delegeren en ordenen. Hij maakte een indeling van de priesters en levieten in groepen, die elk een maand dienst moesten doen, hij stelde zangers, rechters, opzichters, beambten, en hoofden over de stammen aan. Zo kon hij zich concentreren op wat in zijn dagen belangrijk was: vechten en de bouw van de tempel voorbereiden.
Ook de apostelen hadden het erg druk in de gemeente van gelovigen, die na de Pinksterdag was ontstaan. Naast het onderwijs aan de nieuwe gelovigen was er de zorg voor de weduwen in de gemeente, die niemand hadden om voor hen te zorgen. Had God hen daarvoor geroepen? Daarom stelden zij diakenen aan, om voor de ‘stoffelijke belangen’ van de gemeente te zorgen en zij ruimte hadden voor de geestelijke zaken.
Gebed: Heer, zoals u Jitro naar Moses deed gaan om hem goede raad te geven, zo bidden wij u in deze gespannen dagen om wijze raad voor de leiders van Israël en de Verenigde Staten, opdat zij weten wat Uw bedoeling is in het conflict met Iran, opdat U Uw ’troon zult vestigen in Elam’, zoals door de profeet Jeremia was geprofeteerd (Jeremia 49:38).
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Parasha Jitro: leren om te delegeren, Exodus 18-20,
Spreek over Gods grote daden, Exodus 18,
God toont zich aan mensen, Exodus 19,
Geroepen tot een heilig priesterschap, Exodus 19 en 20,
U zult niet begeren, Exodus 20.


In bovenstaande artikel wordt beweerd dat er zoiets als “de gemeente” zou zijn ontstaan na de uitstorting van de Heilige Geest. Anderen beweren dat die was ontstaan in opdracht van de Here Jezus. Weer andere beweren dat het pas later gebeurde, namelijk in opdracht van de apostel Paulos. Weer anderen beweren dat het nog later pas ontstond, namelijk bij de oprichting van de christenheid vanaf de tweede eeuw (na het losbreken van het Jodendom).
Een ding is echter zeker, het ontstaan van “de gemeente” of kerk staat nergens in de Bijbel, want God heeft er immers nooit opdracht voor gegeven. Die gemeente/kerk is echter een reden geworden van veel kwaad onder de gelovigen, zoals scheuringen en verdeeldheid. Juist door arrogantie van de leiders van deze of gene gemeente/kerk die namens God het beter als Hem denken te weten.
Wat er door de Heilige Geest en het werk van de talmiediem (Isra’Eltische leerlingen van de Here Jezus) wel ontstond was een Beweging van gelovigen. Aanvankelijk onder de Joden, maar de aanhangers werden al heel snel in meerderheid niet-Joden. Dat is zo tot op de huidige dag en zal altijd zo blijven.
Door de verstrooiing van Isra’El van Godswege in het jaar 70 is natuurlijk ook de Beweging van volgelingen van de Here Jezus verstrooid. Isra’El is immer leidend voor Gods volk op aarde. Het zou goed zijn als de aanhangers van deze Beweging zich dat steeds meer zouden realiseren en dat ze onderdeel uitmaken van Gods volk in plaats van een (lokale) gemeente/kerk, waarvan overigens Isra’El in collectieve zin tot op heden helaas nog steeds is uitgesloten. Dus de vaak gehoorde bewering het volk Isra’El = Gods volk of dat ze er deel van uit zouden maken is onwaar.
Maar er is hoop. Het aantal individuele Isra’Eliem in Gods volk neemt toe, navenant Gods wil en de openbaring van de Heilige Geest. Zij krijgen ook steeds meer toegang tot leiderschapsfuncties. Maar de Beweging van de Here Jezus zal voortbestaan totdat alles vervuld zal zijn en de nieuwe schepping komt. Dus ook het tussentijdse herstel van volk en natie Isra’El veranderd daar niets aan.
Groet, M. van Putten
Twee weken na mijn bovenstaande reactie had ik allang een reactie verwacht op mijn opmerking “Dus de vaak gehoorde bewering het volk Isra’El = Gods volk of dat ze er deel van uit zouden maken is onwaar.” Dit was overduidelijk prikkelend bedoeld om een reactie uit te lokken. Nu dat is uitgebleven licht ik het zelf toe.
Dit punt – Gods volk – is een complex onderwerp. Wat ik bedoelde te stellen is dat Isra’El door hun vertreding van Gods Verbond en naar de maatstaven van het Nieuwe Verbond niet meer tot Zijn volk behoren. Hun Torahverkrachting heeft namelijk de verbanning van God uitgelokt, wat overigens een voltrekking is van een Torahprincipe. Ze hadden, om het populair te zeggen, de bal terug kunnen verwachten.
Maar de profeten hebben uitdrukkelijk namens God verkondigd dat hun verbanning eindig zou zijn. Dat betekent dus dat er herstel van Isra’El zal komen en sommigen zien dat nu al voltrekken. Ze zullen weer verenigd worden in Gods volk. Maar als dat zo is, dan betekent dat ook dat ze feitelijk nog steeds in het familieverband met Gods volk zijn. Dat betekent dan ook dat ze nu nog steeds onder Gods toezicht staan, want Hij waakt ervoor dat het aangekondigde herstel zich zal voltrekken.
Naar de maatstaven van het zogenoemde Oude Verbond zijn ze dus nog steeds Gods volk totdat hun straftijd is vervuld en zij terugkeren tot God. Zij hebben immers dat Oude Verbond vertreden en zijn onder diens voorwaarden verbannen. Dat moet eerst rechtgezet worden. De vraag is natuurlijk wel hoe dit zal gebeuren en wie uit Isra’El daarin betrokken zal zijn. De uit de Bijbel herhaaldelijk genoemde ‘rest’.
Groet, Marco