Sjabbatslezingen: Jezus onze Losser

Ruth leest aren Wanneer we in deze weken voor het Kerstfeest het geslachtsregister van Jezus doorlezen, dan komen we namen tegen die er eigenlijk niet in thuishoren. Zoals de Kanaänitische vrouw Tamar en de Moabi­tische Ruth. Wie waren zij?

Wanneer we in deze weken voor het Kerstfeest het geslachtsregister van Jezus doorlezen, dan komen we namen tegen die er eigenlijk niet in thuishoren. Zoals de Kanaänitische vrouw Tamar en de Moabi­tische Ruth. Wie waren zij?

De Bijbelgedeelten voor de komende sjabbat Wayeshev (En hij verbleef) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 37-40,
✡ Profetenlezing: Amos 2:6 – 3:8,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 1:1-6 en 16-25.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing
Over dit hoofdstuk zal zelden gepreekt worden: Juda loopt weg van zijn familie, trouwt een Kanaäni­tische vrouw, en krijgt drie zonen. De oudste trouwt, sterft kinder­loos en laat zijn weduwe Tamar na aan zijn broer. Die weigert een kind bij haar te verwekken, en sterft ook. Juda wil niet dat zijn derde zoon het zelfde lot treft, en geeft hem Tamar niet tot vrouw. Door een list weet Tamar toch nageslacht te krijgen. Zij gaat langs de weg zitten om haar recht te verkrijgen:

Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een hoer, omdat zij haar gezicht bedekt had. En hij ging naar haar toe langs de weg en zei: Kom toch mee, ik wil bij u komen; hij wist immers niet dat het zijn schoon­dochter was. En zij zei: Wat zult u mij geven, als u bij mij komt? Hij zei: Ik zal u een geiten­bokje van (mijn) kudde sturen. Zij zei: (Goed), als u een onder­pand geeft, totdat u het bokje gestuurd hebt. Toen zei hij: Wat is het onder­pand dat ik u zal geven? Zij zei: Uw zegel­ring, uw snoer en uw staf, die u in uw hand hebt. Hij gaf ze haar, kwam bij haar, en zij werd zwanger van hem. Daarna stond zij op, ging weg, legde haar sluier van zich af en trok haar weduw­kleed weer aan.

Het gebeurde ongeveer drie maanden later dat men Juda vertelde: Tamar, uw schoon­dochter, heeft hoererij bedreven en zie, ze is ook zwanger door die hoererij. Toen zei Juda: Breng haar (de stad) uit en laat haar verbrand worden! Terwijl zij de stad uit gebracht werd, stuurde ze (een bode) naar haar schoon­vader om te zeggen: Van de man van wie deze voor­wer­pen zijn, ben ik zwanger. Ze zei: Kijk toch eens van wie deze zegel­ring, deze snoeren en deze staf zijn. En Juda her­kende ze en zei: Zij staat in haar recht, meer dan ik, omdat ik haar niet aan mijn zoon Sela gegeven heb.
Enkele maanden later baarde zij een tweeling, Paretz en Zerach.

Wanneer broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder dat hij een zoon heeft, dan mag de vrouw van de gestorvene niet (de vrouw) van een vreemde man buiten (de familie) worden. Haar zwager moet bij haar komen en haar voor zichzelf tot vrouw nemen, en zo (zijn) zwager­plicht tegenover haar vervullen. En het moet zó zijn dat het eerste kind dat zij baart, op naam van zijn gestorven broer zal staan, zodat diens naam niet uit Israël wordt uitgewist. Maar als deze man niet gene­gen is zijn schoonzuster (tot vrouw) te nemen, dan moet zijn schoon­zuster naar de poort gaan, naar de oudsten, en zeggen: Mijn zwager weigert een naam voor zijn broer in Israël in stand te houden. Hij wil (zijn) zwager­plicht tegenover mij niet vervullen.
Genesis 38:15-19 en 24-26a, Deuteronomium 25:5-7 (HSV).

Gedeelten uit de Profetenlezing
De Moabitische weduwe Ruth is met Naomi uit de velden van Moab terug­ge­keerd naar Bethlehem, en raapt aren op de akker van de rijke boer Boaz. (afbeelding)
En Naomi, haar schoonmoeder, zei tegen haar: Mijn dochter, zou ik geen plaats van rust voor je zoeken, waar het je goed zal gaan? Welnu, is Boaz, bij wiens meisjes je geweest bent, geen bloed­ver­want van ons? Zie, hij gaat vannacht op de dors­vloer gerst wannen. Was je dan en zalf je en doe je (beste) kleren aan en ga naar de dors­vloer, (maar zorg ervoor) dat je niet door de man wordt opge­merkt, voordat hij klaar is met eten en drinken. (…)
Toen Boaz gegeten en gedronken had en zijn hart vrolijk was, kwam hij en ging liggen aan de rand van de (koren)­hoop. Daarna kwam zij stille­tjes, sloeg de deken aan zijn voeten­eind op en ging liggen. En het gebeurde midden in de nacht dat de man schrok en om zich heen greep. En zie, er lag een vrouw aan zijn voeten­eind. En hij zei: Wie bent u? En zij zei: Ik ben Ruth, uw diena­res. Spreid uw vleugel over uw diena­res uit, want u bent de losser. En hij zei: Geze­gend bent u door de HEERE, mijn dochter! U hebt (met) deze laatste (blijk van) goeder­tie­ren­heid van u de eerste nog over­trof­fen, door­dat u geen jonge­man­nen nage­lo­pen bent, geen arme en geen rijke. En nu, mijn dochter, wees niet bevreesd. Alles wat u gezegd hebt, zal ik voor u doen, want ieder in de poort van mijn volk weet dat u een deug­de­lijke vrouw bent. Nu dan, het is waar dat ik een losser ben, maar er is nog een losser, nauwer verwant dan ik. (…)

Intussen ging Boaz naar de poort en ging daar zitten. En zie, de losser over wie Boaz gespro­ken had, kwam voorbij. Toen zei hij: Kom (eens) hier en ga hier zitten, u (daar), hoe u ook heet. En hij kwam daar­heen en ging zitten. En hij haalde tien mannen uit de oudsten van de stad, en zei: Gaat u hier zitten. En zij gingen zitten. Toen zei hij tegen de losser: Het stuk land dat van onze broeder Elime­lech was, heeft Naomi, die uit het land Moab terugge­ko­men is, verkocht. En ík heb gezegd: Ik zal het u ter ore doen komen door te zeggen: Koop het, in aanwe­zig­heid van de inwo­ners en in aan­we­zig­heid van de oud­sten van mijn volk. Als u het wilt lossen, los het. En als u het niet wilt lossen, vertel het mij dan, zodat ik het weet. Want er is niemand om het te lossen, behalve u, en ik na u. Toen zei hij: Ik zal het lossen. Maar Boaz zei: Op de dag dat u het land van de hand van Naomi koopt, koopt u het ook van Ruth, de Moabi­ti­sche, de vrouw van de gestor­vene, om de naam van de gestor­vene over zijn erfelijk bezit in stand te houden. Toen zei de losser: Ik kan het voor mij niet lossen, anders zou ik mijn erfe­lijk bezit te gronde richten. Neemt ú voor uw reke­ning wat ik zou moeten lossen, want ik kan (het) niet lossen. (…)
Zo nam Boaz Ruth en zij werd hem tot vrouw, en hij kwam bij haar. En de HEERE gaf haar dat zij zwanger werd en een zoon baarde. Toen zeiden de vrouwen tegen Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten om u vandaag een losser te geven. Moge zijn naam beroemd worden in Israël!

Dit nu zijn de afstammelingen van Paretz: Peretz verwek­te Chetzron, Chetzron verwekte Ram, Ram verwekte Ammi­na­dav, Ammi­na­dav verwekte Nachsjon, Nach­json verwekte Salma, Salmon verwekte Boaz, Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï, en Isaï verwekte David.
Ruth 3:1-3, 7-12, 4:1-6, 9-10, 13-14 en 18-22 (HSV)

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Het geslachtsregister van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham. Abraham verwekte Izak, Izak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers; Juda verwekte Perez en Zerah bij Tamar; Perez verwekte Hezron, Hezron verwekte Aram; Aram verwek­te Aminadab, Aminadab verwekte Nahes­son, Nahes­son verwekte Salmon; Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï; Isaï verwekte David, de koning.
Matteüs 1:1-6a (HSV)

Jezus onze Losser
Deuteronomium 25:5-10 beschrijft een gewoonte in Israël en waarschijnlijk ook andere volken: het overlijden van een echtgenoot verbreekt wel de relatie met de man, maar niet met zijn familie. Die neemt de zorg voor de vrouw op zich, doordat een broer van de man, of verder familielid, met haar trouwt, en eventueel voor een zoon zorgt, die op naam van de overleden man wordt gesteld. Een zoon betekent ook: iemand die je verzorgt wanneer je oud en behoeftig bent. Een vroege vorm van bejaardenzorg dus.
Een huwelijk met een familielid zorgde er ook voor, dat het familiebezit (de akker) in de familie bleef, en niet zou vervreemden wanneer de weduwe met iemand van buiten de familie zou trouwen.

Wanneer God zulke heidense, niet-Joodse, voor­moe­ders laat opnemen in de lange stamboom van zijn Zoon Jezus, dan vertelt Hij ons daarmee duidelijk dat ook wij, heidenen, deel mogen hebben aan het heil dat Hij bracht; zij en wij mogen er ook deel aan hebben.

Zoals in het Oude Testament een losser de zorg voor een weduwe op zich nam, en haar verloste van de zorgen over nage­slacht en de oude dag, zo verlost Jezus ons van een uitzichtloos en doel­loos leven, door ons te verlos­sen van de zonde die ons gevangen hield. Hij geeft ons hoop en uitzicht, zijn dage­lijkse aan­we­zig­heid, zijn spreken wanneer wij in de Bijbel lezen, zijn luisteren naar ons gebed, zijn leiding in het leven door de heilige Geest die Hij in ons wil laten wonen, en uitzicht op een eeuwig leven bij Hem.

En Zacharias, (Johannes’) vader, werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde: Geprezen zij de Heere, de God van Israël, want Hij heeft naar Zijn volk omgezien en er verlossing voor tot stand gebracht. En Hij heeft een hoorn van zaligheid voor ons opgericht in het huis van David, Zijn knecht. (Lukas 1:67-68)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
God keert alles ten goede, Genesis 37,
Het eerste slachtoffer van een oorlog is de waarheid, Genesis 39,
‘#Me Too’ en de vrouw van Potifar, Genesis 39,
Josef als typebeeld van de Messias, Genesis 40.

1 reactieop"Sjabbatslezingen: Jezus onze Losser"

  1. Marco van Putten | 18/12/2025 om 11:30 | Beantwoorden

    Floor stelt aan het einde van dit artikel allerlei mooie dingen over wat de Here Jezus voor de gelovigen (Joods of niet) doet.

    Maar ik zou meer waarde hechten aan het feit dat Hij dat namens Zijn Vader doet en dat het dus feitelijk onze Vader is Die dat allemaal voor ons doet. Immers, de Here Jezus is ook, net als ons, een Dienstknecht van Zijn Vader.

    Het gaat dus ten diepste om onze relatie met de Vader. Daarin heeft het Nieuwe Verbond logischerwijs geen verandering gebracht. Dat Theocentrisme van de Tenach is iets wat de Here Jezus op aarde ook keer op keer maar bleef herhalen. Hij heeft nooit Zichzelf op de voorgrond gezet. Het zijn christenen die dat zo hebben opgevat en doen, waarmee ze eigenlijk en uiteindelijk tegen Gods wil in gaan.

    Groet, M. van Putten

Geef een reactie