Het verdrietige lot van de priesters Nadab en Abihu mag ons er aan herinneren, dat God heilig is, en we met eerbied en gehoorzaamheid tot Hem moeten naderen. Zijn we op onszelf gericht, of willen we God eren met ons leven?
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Achare mot (Na de dood) en Kedoshim (Heiligen) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 16-20,
✡ Profetenlezing: Ezechiël 20:2-20 en Amos 9:7-15,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteus 5:43-48 en 1 Korinthe 6:9-20
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Gedeelten uit de Torahlezing
De zonen van Aäron, Nadab en Abihu, namen beiden hun wierookschaal, deden vuur daarin, legden reukwerk daarop en brachten vreemd vuur voor het aangezicht van de HEERE, wat Hij hun niet geboden had. Toen ging een vuur uit van het aangezicht van de HEERE, en verteerde hen, zodat zij stierven voor het aangezicht van de HEERE. En Mozes zei tegen Aäron: Dit is wat de HEERE gesproken heeft: In hen die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor de ogen van heel het volk zal Ik geëerd worden.
De HEERE sprak tot Mozes na de dood van de twee zonen van Aäron, toen zij voor het aangezicht van de HEERE waren genaderd en gestorven waren. De HEERE zei toen tegen Mozes: Spreek tot uw broer Aäron en zeg dat hij niet te allen tijde in het heiligdom binnen het voorhangsel mag komen, vóór het verzoendeksel dat op de ark ligt, opdat hij niet sterft, want Ik verschijn in de wolk op het verzoendeksel. Alleen hiermee mag Aäron het heiligdom binnengaan: met een jonge stier – het jong van een rund – als zondoffer en een ram als brandoffer. Hij moet het heilige linnen onderkleed aantrekken en een linnen broek moet over zijn onderlichaam zijn. Hij moet een linnen gordel ombinden en een linnen tulband om wikkelen. Dit is heilige kleding. Hij mag die pas aantrekken, nadat hij zijn lichaam met het water gewassen heeft.
Leviticus 10:1-3 en 16:1-6 (HSV).
Een gedeelte uit de Profetenlezing
Koning Salomo liet de Ark van het Verbond en alle geheiligde voorwerpen overbrengen van de tent in de Stad van David naar de nieuw gebouwde Tempel.
Alle oudsten van Israël kwamen, en de priesters namen de ark op en zij brachten de ark van de HEERE en de tent van ontmoeting over met alle heilige voorwerpen die in de tent waren. De priesters en de Levieten brachten ze over.
Koning Salomo nu en de hele gemeenschap van Israël, die zich bij hem had verzameld, stonden gezamenlijk vóór de ark. Zij offerden schapen en runderen, die vanwege (hun) grote hoeveelheid niet geschat of geteld konden worden.
Zo brachten de priesters de ark van het verbond van de HEERE op zijn plaats, tot in het binnenste heiligdom van het huis, tot in het heilige der heiligen, tot onder de vleugels van de cherubs. Want de cherubs spreidden beide vleugels uit over de plaats van de ark: de cherubs bedekten de ark en zijn draagbomen vanboven. Daarna schoven zij de draagbomen verder uit, zodat de uiteinden van de draagbomen (wel) zichtbaar waren vanuit het heiligdom vóór het binnenste heiligdom, maar buiten niet zichtbaar waren. Zij zijn daar tot op deze dag. Er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij de Horeb daarin gelegd had, toen de HEERE (een verbond) gesloten had met de Israëlieten, toen zij uit het land Egypte waren vertrokken.
En het gebeurde, toen de priesters uit het heiligdom gingen, dat de wolk het huis van de HEERE vervulde. Vanwege de wolk konden de priesters niet blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid van de HEERE had het huis van de HEERE vervuld. Toen zei Salomo: De HEERE heeft gezegd in een donkere (wolk) te zullen wonen.
1 Koningen 8:3-12 (HSV).
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is (dat) niet het eten van het Avondmaal van de Heere. Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren (al) zijn eigen avondmaal en (dan) heeft de één honger, terwijl de ander dronken is. Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? Wat moet ik (nu) tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.
Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.
Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere. Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen. Want als wij onszelf zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden.
1 Korinthe 11:20-31 (HSV)
Naderen tot een heilig God
Na de dood van Aarons zonen Nadab en Abihu gebood de Heer, dat alleen Aaron zelf in het allerheiligste van de tabernakel mocht komen, en dat slechts eenmaal per jaar. Je kunt niet naar eigen goeddunken God willen eren, zoals Nadab en Abihu hadden gedaan. Zij waren met hun vader, Moses en zeventig van de oudsten van het volk op de berg geweest, waar Moses de Torah, de Wet, ontving, en hadden Gods heerlijkheid gezien (Exodus 24).
Maar toen Aaron en zijn zonen tot priesters werden gewijd met veel offers, hadden Nadab en Abihu gedacht dat zijn het zich wel konden permitteren om ook reukwerk te branden. Zij deden reukwerk in hun wierookschaal, en ontstaken het met eigen vuur, vreemd vuur, dat niet afkomstig was van het altaar. Dit werd hun dood. Want God is heilig, en je kunt niet zomaar even bij Hem binnenlopen. (Leviticus 10)
Bij de inwijding van de tempel van Salomo werd Gods heilige aanwezigheid zichtbaar en tastbaar, doordat een donkere wolk het gebouw vervulde. Zo liet de HEER zien, dat Hij werkelijk in dit huis wilde wonen. Maar geen mens kan het aan, de heerlijkheid, de sjechina, van de HEER te zien. Daarom verborg Hij zich.
Ook bij het oprichten van de tabernakel lezen we: ’Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel, zodat Mozes de tent van ontmoeting niet kon binnengaan, omdat de wolk daarop bleef en de heerlijkheid van de HEERE de tabernakel vervulde.’ (Exodus 40:34-35).
De apostel Paulus spoorde de gemeente in Korinthe aan, zichzelf te onderzoeken voordat zij deelnemen aan het Avondmaal van de Heere. Dat werd in die tijd gevierd als een gezamenlijke maaltijd, niet als een symbolische maaltijd met een stukje brood en een slokje wijn, zoals we nu gewoon zijn.
Blijkbaar waren er bij de Korinthiërs rijken, die zich te goed deden aan het door hen meegebrachte voedsel, terwijl de armen honger leden. Een dergelijk egoïsme weerspiegelt niet de offerdood van Jezus.
‘Laat ieder mens zichzelf beproeven’, schreef Paulus: wat is mijn gezindheid, waarom neem ik deel, om het eten of om in de tegenwoordigheid van de HEERE te zijn? Is mijn hart onverdeeld op God gericht? Is er een nog niet beleden zonde? Heb ik iets tegen een ander in de gemeente, dat eerst in orde moet worden gemaakt? Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel.
Onze Vader, die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd. (Matteus 6:9)
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Hoe wil god dat wij Hem dienen?, Leviticus 17,
Verheerlijk dan God met uw lichaam, Leviticus 18,
Gods regels voor een gezond gezin, Leviticus 18,
Wetten voor een goede samenleving, Leviticus 19,
Zorg voor vreemdelingen en armen, Leviticus 19,
God en je naaste liefhebben, Leviticus 19,
God verdraagt niemand naast zich, Leviticus 19 en 20.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Naderen tot een heilig God"