Sjabbats­lezingen: Toets de profetische uitleggingen

Torahrol Toets wat profeten tegen u zeggen, al lijken ze nog zo betrouwbaar, al verrichten zij wonderen: zijn hun woorden in overeenstemming met Gods woord? Onderwijzen zij trouw aan God en gehoor­zaam­heid?

Toets wat profeten tegen u zeggen, al lijken ze nog zo betrouwbaar, al verrichten zij wonderen: zijn hun woorden in overeenstemming met Gods woord? Onderwijzen zij trouw aan God en gehoor­zaam­heid?

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Re’eh (Zie!) zijn:
✡ Torahlezingen: Deuteronomium 11:26 – 16:17
✡ Profetenlezing: Jesaja 54:11 – 55:5,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Johannes 7:37-52.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing:
Als in uw midden een profeet opstaat of iemand die dromen heeft, en u een teken of wonder geeft, en dat teken of dat wonder waarvan hij tot u gesproken had, komt en hij zegt: Laten we achter andere goden aan gaan, die u niet kent, en laten we die dienen, luister dan niet naar de woorden van die profeet of naar hem die die dromen heeft! Want de HEERE, uw God, stelt u dan op de proef om te weten of u de HEERE, uw God, lief­hebt met heel uw hart en met heel uw ziel. Achter de HEERE, uw God, moet u aan gaan, Hem moet u vrezen, Zijn geboden moet u in acht nemen en Zijn stem gehoor­zamen; Hem moet u dienen en u aan Hem vast­houden.
En die profeet of hij die die dromen heeft, moet gedood worden, omdat hij heeft opgeroepen afvallig te worden aan de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte heeft geleid en u uit het slavenhuis verlost heeft; en omdat hij u wilde afbrengen van de weg die de HEERE, uw God, u geboden heeft daarop te gaan. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen.

Deuteronomium 13:1-5 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing:
Dit zijn de woorden van de brief die de profeet Jeremia uit Jeruzalem gestuurd heeft aan de rest van de oudsten van de ballingen, aan de priesters, aan de profeten en aan heel het volk dat Nebukadnezar van Jeruzalem in ballingschap had gevoerd naar Babel – nadat koning Jechonia, de koningin-moeder, de hovelingen, de vorsten van Juda en Jeruzalem, de ambachts­lieden en de smeden uit Jeruza­lem vertrokken waren – door de hand van Elasa, de zoon van Safan, en Gemarja, de zoon van Hilkia, die Zedekia, de koning van Juda, naar Babel gestuurd heeft, naar Nebukadnezar, de koning van Babel:
Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, tegen alle ballingen die Ik uit Jeruzalem naar Babel in balling­schap heb gevoerd: Bouw huizen en woon erin, leg tuinen aan en eet de vrucht ervan, neem vrouwen en verwek zonen en dochters, neem vrouwen voor uw zonen en geef uw dochters aan mannen, zodat zij zonen en dochters baren. Word daar talrijk en ver­min­der niet in aantal. Zoek de vrede voor de stad waarheen Ik u in balling­schap heb gevoerd. Bid ervoor tot de HEERE, want in haar vrede zult u vrede hebben.
Want zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Laten uw profeten die in uw midden zijn, en uw waarzeggers u niet bedriegen. Luister niet naar uw dromers die u laat dromen, want met leugen profeteren zij tegen u in Mijn Naam. Ik heb hen niet gezonden, spreekt de HEERE.
Want zo zegt de HEERE: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats.

Jeremia 29:1-10 (HSV)

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament:
En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was. En het doet grote teke­nen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest.
En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd. En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam.

Openbaring 13:11-17 (HSV)

Toets de profetische uitleggingen
Toets wat profeten of predikers tegen u zeggen, al lijken ze nog zo betrouwbaar, al verrichten zij wonderen en tekenen: zijn hun woorden in overeenstemming met Gods woord? Onderwijzen zij trouw aan God en gehoor­zaam­heid?
Zo moest de profeet Jeremia in zijn brief aan de ballin­gen in Babel de profeten in Babel terecht­wijzen, die zeiden dat de ballingschap maar enkele jaren zou duren.
In Openbaring 13 lezen we over een ‘beest uit de aarde’, een valse profeet, die grote tekenen doet en de mensen verleidt om een eerste beest te aanbidden. We zijn gewaarschuwd, toets alles aan de Bijbel, bid om het onderscheidingsvermogen van geesten, dat is een van de gaven van de heilige Geest (1 Kor. 12:10).

Een uitleg van de Bijbelse eindtijd-profetieën, die de laatste jaren veel klinkt in de evangelische wereld, zegt dat de gemeente van de gelovigen van deze wereld wordt weg­ge­nomen, voordat de grote ellende van een zware verdrukking begint. Dat is geen aansporing om te vol­harden, om je erop voor te bereiden – waarom zouden we? we worden toch voor die tijd opge­nomen?

Maar wat zegt de Bijbel hierover? De apostel Matteüs beschrijft een tijd van oorlogen en verdrukkingen, die hierop zal uitlopen:
En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heer­lijk­heid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuin­geschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan. (Matteüs 24:29-31)
Jezus voegde er aan toe: ‘Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal. Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij waakzaam geweest zou zijn, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. Weest ook u daarom bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen komen.’ (Matteüs 24:42-44)
Dat betekent: wees waakzaam, leef zo dat je de Heer op elk moment verwacht en Hij dan welkom is. Neem Gods Woord, de Bijbel in je op door er dagelijks in te lezen. Streef naar een gebedsleven, waarin je niet alleen jouw dank en je noden bij God brengt, maar ook stil bent om naar zijn antwoorden te luisteren.

Voor de leer van de opname van de gemeente voordat een verdrukking begint, wordt door een aantal Bijbel­leraren verwezen naar Paulus’ brief aan de Tessa­lo­ni­cenzen.
In zijn dagen was Tessalonica de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië. Een belangrijke stad dus. En wanneer er hoog bezoek kwam, van een keizer of generaal, ging de bevolking als eerbetoon hem tege­moet om hem te verwel­komen en de stad in te bege­leiden. Ik denk, dat Paulus dit beeld voor ogen had, toen hij de gemeente in Tessa­lonica troostte in hun zorgen over gestorven gelovigen: ‘Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen over­blijven tot de komst van de Heere, de ontsla­pe­nen beslist niet zullen voor­gaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aarts­engel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de leven­den die over­geble­ven zijn, samen met hen opge­nomen worden in de wolken, naar een ontmoe­ting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.’ (1 Tess. 4:15-17)

Jezus heeft immers bij zijn hemelvaart aangekondigd, terug te keren op dezelfde manier als Hij is weggegaan, in een wolk, met zijn voeten terug op de Olijfberg, zoals ook de profeet Zacharia schreef (14:4). Wanneer zal dat gebeuren? Dat weten wij niet, dat wist ook Jezus zelf niet. Daarom is het niet zinvol om daarover uitspraken te doen, om berekeningen uit te voeren en jaartallen te noemen, zoals in de afgelopen eeuw regelmatig gebeurde. Want Hij komt ‘als een dief in de nacht, op een moment dat je het niet verwacht’
Laat je niet verleiden tot zorgeloosheid door artikelen of onderwijs over de opname, of een film waarin mensen plotsklaps verdwijnen.

Bronnen/Lees ook: Opname van de gemeente, Onwankelbare beloften, blog van wachter Bas van Twist, Hoe de wederkomst van Christus eruit zal zien.

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
God kiest het zwakke van de wereld, Deuteronomium 11,
Is het gemakkelijk de zegen te kiezen?, Deuteronomium 11,
Zonder bloedstorting geen vergeving, Deuteronomium 12,
Onthoudt u van bloed, Deuteronomium 12,
Neem hun afgoden niet over, Deuteronomium 12.

Wees de eerste die reageert op "Sjabbats­lezingen: Toets de profetische uitleggingen"

Geef een reactie