Sjabbatslezingen: Wat moeten we met al die offers?

Torahrol Een lange lijst met offers, die werden gebracht. Gaat het God om die offers? Nee, daar­mee onder­hield God de relatie met zijn volk . Die relatie wil Hij ook met ons onder­hou­den: door Bijbel-lezen, gebed en prediking.

Een lange lijst met offers, die werden gebracht. Gaat het God om die offers? Nee, daar­mee onder­hield God de relatie met zijn volk . Die relatie wil Hij ook met ons onder­hou­den: door Bijbel-lezen, gebed en prediking.

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Pinchas (Pinehas) zijn:
✡ Torahlezingen: Numeri 25:10 – 29:40,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 18:46 – 19:21,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Openbaring 19:11-21.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing
De HEERE sprak tot Mozes: Gebied de Israëlie­ten en zeg tegen hen: U moet zorg dragen voor Mijn offer­gave – Mijn voedsel voor Mijn vuur­offers, voor Mij een aan­ge­name geur – door Mij die op de ervoor vast­ge­stelde tijd aan te bieden. U moet tegen hen zeggen: ‘Dit is het vuuroffer dat u de HEERE moet aanbieden: elke dag twee lamme­ren van een jaar oud, zonder enig gebrek, als een voort­du­rend brandoffer. Het ene lam moet u ’s morgens berei­den, het andere lam moet u tegen het vallen van de avond berei­den, met een tiende efa meel­bloem als graan­offer, gemengd met een kwart hin gesto­ten olie. Het is het voort­du­rende brand­offer, dat op de berg Sinaï werd inge­steld als een aan­ge­name geur, een vuuroffer voor de HEERE.
Het bijbehorende plengoffer moet een kwart hin zijn per lam; in het heilig­dom moet u het pleng­offer van sterke­drank voor de HEERE uitgie­ten. En het andere lam moet u tegen het vallen van de avond berei­den. U moet het bereiden zoals het ochtend­graan­of­fer en als het bijbe­ho­ren­de pleng­offer, een vuur­offer van aange­name geur voor de HEERE.
Maar op de sabbatdag twee lammeren van een jaar oud, zonder enig gebrek, met twee tiende efa meel­bloem als graan­offer, met olie gemengd, en het bijbe­horen­de plengoffer. Het is het sabbats­brand­offer voor elke sabbat, naast het voort­du­rende brand­offer en het bijbe­horende pleng­offer.
Ook aan het begin van elke maand moet u de HEERE een brand­offer aanbie­den: twee jonge stieren – de jongen van een rund – één ram en zeven lamme­ren van een jaar oud, zonder enig gebrek. Verder drie tiende efa meel­bloem per jonge stier als graan­offer, met olie gemengd, en twee tiende efa meel­bloem als graan­offer, met olie gemengd, per ram, en een tiende efa meel­bloem per lam als graan­offer, met olie gemengd. Het is een brand­offer, een aange­name geur, een vuur­offer voor de HEERE. En de bijbe­ho­rende pleng­offers moeten zijn: een halve hin wijn bij de jonge stier, een derde hin bij de ram, en een kwart hin bij het lam. Dit is het maan­de­lijkse brand­offer, voor elke maand van het jaar. En één geiten­bok moet als zond­offer voor de HEERE worden bereid, naast het voortdu­rende brand­offer met het bijbe­ho­rende plengoffer.

Numeri 28:1-15 (HSV).

Gedeelten uit de Profetenlezing
Luister, Mijn volk, en Ik zal spreken, Israël, Ik zal onder u getuigen: Ik, God, ben uw God.
Niet om uw offers zal Ik u straffen, want uw brand­offers houd Ik voort­du­rend voor ogen.
Toch hoef Ik uit uw huis geen jonge stier te nemen of bokken uit uw kooien, want al de wilde dieren in het woud zijn van Mij, de dieren op duizend bergen. Ik ken alle vogels van de bergen, het wild van het veld is bij Mij. Als Ik honger had, Ik zou het u niet zeggen; want van Mij is de wereld en al wat zij bevat. Zou Ik stieren­vlees eten of bokken­bloed drinken?
Offer dank aan God en kom aan de Aller­hoogste uw geloften na. Roep Mij aan in de dag van benauwd­heid; Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren.

Psalm 51 schreef koning David, toen de profeet Nathan hem had bestraft wegens zijn misstap met Bathseba, de vrouw van Uria:
Red mij van bloedschulden, o God, God van mijn heil, dan zal mijn tong vrolijk zingen van Uw gerech­tig­heid. Heere, open mijn lippen; dan zal mijn mond Uw lof verkondigen.
Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen.
De offers voor God zijn een gebroken geest; een ver­brij­zeld en versla­gen hart zult U, o God, niet verach­ten.
Doe goed aan Sion, naar Uw wel­be­hagen; bouw de muren van Jeruzalem op. Dan zult U vreugde vinden in offers van gerech­tig­heid, in een brand­offer en een offer dat geheel verteerd wordt; dan zal men jonge stieren offeren op Uw altaar.

Psalm 50:7-15 en 51:16-21 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Want met één offer heeft (Jezus) hen die geheiligd worden, tot in eeuwig­heid volmaakt. En de Heilige Geest getuigt het ons ook. Want na eerst gezegd te hebben: ‘Dit is het verbond, dat Ik met hen na die dagen zal sluiten’, zegt de Heere: ‘Ik zal Mijn wetten in hun hart geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun zonden en hun wette­loze daden zal Ik beslist niet meer denken.’ Waar er nu verge­ving voor is, is er geen offer voor de zonde meer nodig.
Omdat wij nu, broeders, vrijmoedig­heid hebben om in te gaan in het heilig­dom door het bloed van Jezus, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voor­hang­sel, dat is door Zijn vlees, en omdat wij een grote Priester hebben over het huis van God, laten wij tot Hem nade­ren met een waar­ach­tig hart, in volle zeker­heid van het geloof, nu ons hart gerei­nigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewas­sen is met rein water.
Laten wij de belijdenis van de hoop onwrik­baar vast­hou­den, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Laten wij de onder­linge bijeen­komst niet nalaten, zoals het bij sommi­gen de gewoonte is, maar elkaar aanspo­ren, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.

Hebreeën 10:14-25 (HSV)

Wat moeten we met al die offers?
Wat een lijst met offers, die dagelijks, wekelijks en maandelijks moesten worden gebracht in de taber­nakel, en later in de tempel. De lange lijst met offers laat zien hoe belang­rijk het offer­systeem was in Israël. In dit tekst­ge­deelte staan de voor­ge­schre­ven offers vermeld, en daar komen nog de offers bij die iemand van het volk om persoon­lijke reden wil brengen.
De enorme hoeveel­heid dieren en graan die jaarlijks nodig zijn voor de kostbare offer­dienst vormden voor Moses’ opvolger Jozua een verzeke­ring, dat het volk het land Kanaän zal beër­ven en daar zal uitgroe­ien tot een welva­ren­de land­bouw­gemeen­schap, die deze grote offers kan opbrengen.

Maar gaat het God echt om die offers? Ik denk het niet. Er staat immers in de psalm ‘Zou Ik stieren­vlees eten of bokken­bloed drinken? Het gaat bij de HEER om de relatie met zijn volk Israël, en de relatie met ons die ook in Hem geloven.

De tempel bestaat niet meer, en offers worden niet meer gebracht. In plaats daarvan kent Israël nu de synagoge­dienst, met voorlezen uit de Tenach, uitleg en gebeden. Op de tijden van het ochtend- en avond­offer worden vaste gebeden uitge­spro­ken. Maar het doel is het zelfde gebleven: de relatie van God met zijn volk onder­hou­den.

Die relatie wil God ook onder­houden met de gelovi­gen in Christus. We weten, dat het offer van Jezus aan het kruishout het uitein­de­lijke en volmaakte offers is, waar­naar alle eerdere offers verwe­zen. We hoeven geen dieren­offers te brengen. Onszelf toewij­den aan God en Hem dienen is voldoende.
Wij hoeven niet, zoals in de dagen van Paulus, weke­lijks naar de syna­goge te gaan om uit de Torah te horen voor­lezen. We mogen dank­baar gebruik maken van de boek­druk­kunst, waar­door wij zelf een Bijbel in onze eigen taal kunnen lezen. Het is een goede gewoonte om dit dage­lijks te doen en God te vragen wat Hij ons met het gelezene wil leren.
Het is ook een goede gewoonte, elkaar wekelijks te ontmoeten in kerk of samenkomst, om door liederen, gebeden en uitleg verbonden te blijven met de HEER.

Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. (Psalm 119:105)

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
De ijver voor uw huis, Numeri 25,
Het land blijft Gods eigendom, Numeri 26,
Vrouwen zijn niet minderwaardig, Numeri 27,
God houd zijn werk in stand, Numeri 27.

1 reactieop"Sjabbatslezingen: Wat moeten we met al die offers?"

  1. Dit artikel eindigt opnieuw met de conclusie dat de eeuwenoude traditionele christelijke overtuiging herhaalt. Een overtuiging die ook gunstig is voor het rabbinale Jodendom: voor Bijbelgelovigen zou de Tempeldienst irrelevant zijn geworden door het vermeende offer van de Here Jezus.

    Maar helaas kan dit niet juist of waar zijn en er gaan steeds meer stemmen op die dat ook steeds helderder en luider verkondigen. Die verkondiging is ook rechtmatig, want dan kunnen steeds minder gelovigen bij het eindoordeel nog beweren dat ze van niets wisten. Maar het is vooral rechtmatig, omdat de kennis van onjuistheid en onwaarheid ervan kan leiden tot spoedige bekering, wat allemaal gunstig is voor de opbouw van Zijn Koninkrijk en het nuttig zijn voor Gods Aangezicht.

    Inmiddels is de twijfel dan toch toegeslagen en worden voor de zekerheid allerlei alternatieven bedacht om de zorgen over de onvermijdelijke naderende toorn van God te verzachten. Er is gesuggereerd dat christenen zich weer moeten gaan richten op de bepalingen van Handelingen 15:20, anderen stellen de ze de zogenaamde (door de rabbijnen verzonnen) Noachidische bepalingen moeten gaan houden. Weer anderen gaan verder en halen het houden van de Sjabbat erbij en andere Mozaïsche bepalingen. Dan zijn er die weer zeggen dat alleen het houden van de 10 Woorden en/of de juridische bepalingen van de Torah nodig zijn, maar niet de ceremoniële bepalingen. En dan zijn er weer hen die stellen dat liefde de hele Torah vervuld en leggen zich daarop toe. Maar al diegenen die deze pogingen om de Torah gedeeltelijk na te volgen moeten toegeven dat het hen maar niet lukt. Ook niet als ze Gods Geest menen te hebben.

    Het feit blijft dat de Here Jezus door Zijn Vader na Zijn terugkeer in de hemel door God is aangesteld in Zijn Tempel in de Hemel. Die Tempel bestaat al sinds de Vader Zijn scheppingswerk begon. De Tempel staat immers centraal in dat werk. De Here Jezus werd aangesteld in die Tempel in het ambt van kohen gadol (Isra’Elitisch hogepriester) dat eertijds door Gods hoogste engel werd vervuld. Als allerhoogste kohen doet Hij dag en nacht niets anders dan offers brengen aan God. Het kan dus niet waar zijn dat de offerdienst in Gods Tempel geen betekenis heeft voor leerlingen van de Here Jezus. Ze hebben immers zelfs ook betekenis voor het van God afgevallen collectief van het volk Isra’El.

    Zonder die voortdurende offers in de hemelse Tempel zou de schepping binnen de kortste keren ophouden te bestaan. Dat was al zo aan het begin van de schepping, maar zeker nadat de schepping gecorrumpeerd is geraakt door satan. Maar de offers zijn ook zeker nodig om al het falen, overtreden en zondigen van Bijbelgelovigen weer recht te trekken voor Gods Aangezicht.

    Laten we ook niet vergeten dat in de Bijbel herhaaldelijk wordt gesteld dat in het komende Messiaanse rijk de Tempel Gods weer op aarde zal herrijzen. Hoe kan het ook anders. Dit is Gods orde: dat hemel en aarde (weer) op één lijn komen. Wordt dus nuchter en onderken wat niet van dingen Gods spreekt en wat wel.

    Groet, M. van Putten

Geef een reactie

Ontdek meer van MessiaNieuws

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder