We maken deze week kennis met de stad Kapernaüm, een vissersstad gelegen aan de noordkant van het Meer van Galilea. Hier woonde en onderwees Jezus, en vanuit deze stad reisde Hij het land door als prediker.
De naam Kapernaüm of Kafarnaum is afgeleid van כְּפַר נַחוּם Kfar Nachoem, dorp van Nachoem of Nahum, hoewel het lang niet zeker is dat hiermee de oudtestamentische profeet Nahum wordt bedoeld.
De plaats zou al vanaf de 13de eeuw v.Chr. enige vorm van bewoning hebben gekend, hoewel de stad pas in de eerste eeuw v.Chr. uitgroeide tot een belangrijke stad in Galilea. Vier factoren hebben hieraan bijgedragen:
– De vruchtbare grond en het gunstige klimaat rond het meer van Galilea. De aanwezigheid van opgegraven zwarte basalt maalstenen en van olijfpersen getuigen hiervan. De zwarte basaltstenen werden ook veel gebruikt als bouwmateriaal.
– De ligging van Kapernaüm aan het Meer van Galilea maakte de stad tot een centrum voor visserij en daarmee verbonden industrie, zoals de bouw en reparatie van vissersboten en netten.
– De stad lag aan de belangrijke internationale route Via Maris, waardoor veel mensen langs de stad reisden en er mogelijk een stop maakten, wat de stad een belangrijk regionaal centrum maakte.
– De stad lag in Jezus’ dagen net binnen de provincie Galilea, bestuurd door Herodes Antipas, terwijl aan de andere kant van de Jordaan de provincie Gaulanitis lag, die bestuurd werd door Herodes Filippus, de broer van Herodes Antipas. Dat maakte Kapernaüm tot een logische plaats voor het heffen van belasting door of namens de Romeinen. Hiervoor was de aanwezigheid van Romeinse soldaten in de stad noodzakelijk, om de heffing van belastingen te kunnen afdwingen.
Dit herkennen we ook in de Evangeliën: een van Jezus discipelen, Matteüs, ook Levi genoemd, werkte in Kapernaum als belastingontvanger voor de Romeinen, voordat Jezus hem riep om Hem te volgen, zoals beschreven in Matteüs 9:9. Verder wordt in Matteüs 8:5 en Lukas 7:2 de Romeinse hoofdman van Kapernaüm vermeld; er was dus een Romeins garnizoen in of bij de stad. Kapernaüm was dus in Jezus’ tijd een belangrijke stad in Galilea. Nadat Jezus was verworpen in zijn vaderstad Nazareth verhuisde Hij naar Kapernaüm, zo blijkt uit Matteüs 4:13 en Markus 1:16-34, waar we lezen dat Jezus daar onderwijs gaf in de synagoge en de schoonmoeder van Simon genas. Hoewel Jezus onderwijs gaf en wonderen deed in de stad, verweet Jezus de inwoners van Kapernaüm en andere steden later dat zij zich niet bekeerden en in Hem gingen geloven.
Na de periode van het Nieuwe Testament bleef de stad in enige vorm bestaan, totdat hij in de tiende eeuw werd verlaten. Sinds 1865 tot op heden zijn er meerdere archeologische onderzoeken en opgravingen uitgevoerd,
De huidige Arabische naam voor de plaats is Talchoem, een naam die wijst op de tal of tel (ruïneheuvel) van Choem, wat een verkorting van Nachoem kan zijn.
Een belangrijke ontwikkeling vond plaats in 1894, toen de Rooms-katholieke Franciscaanse orde het westelijke deel van de site kocht, waarna het oostelijke deel van de site werd aangekocht door de Grieks-orthodoxe kerk.
De twee beroemdste ontdekkingen in Kapernaüm staan in het westelijke deel, het zijn de synagoge en een huis dat bekend staat als het huis van Simon Petrus.
De restanten van een gereconstrueerde witte kalkstenen synagoge, die in 1905 werd opgegraven, dateert uit de derde of vierde eeuw, hoewel in 1968 onder het kalkstenen gebouw resten zijn aangetroffen van een eerdere synagoge uit de eerste eeuw, gebouwd van zwart basaltsteen. Een goede kans dat dit de synagoge is, waarin Jezus heeft gepreekt.
Net ten zuiden van de synagoge staat een gebouw, dat het huis van Petrus wordt genoemd. Over dit gebouw heen is in 1990 een moderne Rooms-katholieke kerk gebouwd, als gebedshuis en om de restanten van het oude huis te beschermen. Deze zijn zichtbaar door een glazen vloer van de kerk.
In een van de kamers van het huis is een duidelijke relatie met het christendom zichtbaar: de naam Jezus Christus, andere christelijke namen en symbolen zijn er afgebeeld. Deze graffiti wordt gedateerd in de eerste of tweede eeuw. Mogelijk is het huis de plaats geweest van een christelijke huisgemeente. Dit werd vermeld door een christelijke pelgrim Ageria die Kapernaüm in de vierde eeuw bezocht tijdens haar reis door het heilige land.
In de vijfde eeuw werd over de site een achthoekige kerk gebouwd om deze te beschermen. Of het werkelijk de restanten van het huis van Simon Petrus zijn, kan niet met zekerheid worden bevestigd, hoewel de vroege en langdurige relatie van dit gebouw met het christendom niet genegeerd kan worden.
In deze video uit de serie ‘De Verkenners’ vertelt Albert Groothedde over de Bijbelse gebeurtenissen die zich in Kapernaüm hebben afgespeeld.
In de volgende afleveringen bezoeken we de synagoge en het ‘huis van Petrus’.


Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Kapernaüm (1) De stad waar Jezus woonde"