Archeologie: Tel Dan (2) Een altaar voor een afgod

Tel Dan Canaanite Gate 1 1 In dit tweede bezoek aan Dan blijkt het water uit de bron van Dan, die de Jordaan voedt, best drinkbaar. En hoe bouw je een stadsmuur van natuursteen zonder het gebruik van cement? En hoe houd je ongewenste personen buiten de stad?

In dit tweede bezoek aan Dan blijkt het water uit de bron van Dan, die de Jordaan voedt, best drinkbaar. En hoe bouw je een stadsmuur van natuursteen zonder het gebruik van cement? En hoe houd je ongewenste personen buiten de stad?

Of actueler: hoe houd je vijanden buiten het land? Vanuit Dan kun je over de grenzen van Syrie en Libanon kijken, met uitzicht op een bunker van Hezbollah. Op de plaats waar koning Jerobeam een gouden kalf als afgod plaatste, zijn de contouren van een altaar zichtbaar gemaakt. Hoe is dat altaar daar gekomen? Er stond toch een Tempel in Jeruzalem?

De aanwezigheid van een levitische priester met een efod en een soort tempel maakte de stad Dan al snel tot een centrum van afgodendienst, hoewel in de tijd van de monarchie van David en Salomo deze afgodendienst hier grotendeels verdween.


Om de Nederlandse ondertiteling in te kunnen schakelen zonder dat hinderlijke ‘Meer video’s’, bekijk de video op de YouTube site

Het belastingbeleid van koning Rehabeam (de zoon en opvolger van Salomo) leidde ertoe dat diens rijk in tweeën werd gesplitst. Rehabeam weigerde het verzoek van het volk, de belastingen en herendiensten te verlichten, waarna de tien noordelijke stammen zich afscheidden en het noordelijke koninkrijk Israël vormden, met Jerobeam als koning. Rehabeam behield de stammen Juda en benjamin en de stad Jeruzalem met de tempel, die het zuidelijke koninkrijk Juda vormden.

Jerobeam was aanvankelijk zeer rechtschapen. Joodse bronnen wijzen erop dat G-d hem niet tot koning over de tien stammen zou hebben gekozen als hij dat niet was. Toch steeg zijn nieuwe macht hem al snel naar het hoofd en nam hij enkele rampzalige beslissingen. Zolang de Tempel daar staat, zijn Joden verplicht om Jeruzalem minstens drie keer per jaar te bezoeken, tijdens Pesach, Sjavoe’ot en Soekot).

Jerobeam was bezorgd dat wanneer zijn onderdanen – die allemaal Israëlieten waren – naar Jeruzalem zouden gaan, hun harten zich naar de koning van Juda zouden keren. Hij dacht dat ze hem zouden gaan zien als een ondergeschikte koning en hem uiteindelijk zouden omverwerpen. Daarom besloot hij twee nieuwe tempels te bouwen, één in Bet-El en de andere in Dan, die beide gouden kalverbeelden bevatten. Naast de tempel bouwde hij ook een altaar. Hij riep zichzelf uit tot priester, waarbij hij wierook brandde voor de kalveren in Bet-El. Hij verzon zelfs een nieuwe feestdag, op een andere datum. Dan werd hierdoor een belangrijke stad in het noorden (1 Koningen 12:26-33).

Zijn misplaatste angsten leidden tot de geestelijke ondergang van het Koninkrijk Israël. De koningen die hem opvolgden gingen in zijn voetsporen verder, en stonden ook open voor buitenlandse afgoden. Volgens joodse bronnen is dit alles de reden waarom het noordelijke koninkrijk 133 jaar eerder in ballingschap ging dan het rechtvaardiger zuidelijke koninkrijk Juda. Uiteindelijk volgden zijn nakomelingen zijn slechte wegen en werden ze van de aardbodem uitgeroeid (1 Koningen 13:33-34), waarbij Jerobeam geen aandeel kreeg in de Komende Wereld.

De stad bereikte haar hoogtepunt met talrijke bouwprojecten onder de beruchte koning Achab, waarvan de overblijfselen hier overal te zien zijn. Het is uit deze periode dat op deze locatie de misschien wel grootste bijbelse archeologische vondst in de geschiedenis werd opgegraven! Daarover volgende week.

Bron o.a.: United with Israel. Zie ook: Biblewhere, Wikipedia, National Parks.

Wees de eerste die reageert op "Archeologie: Tel Dan (2) Een altaar voor een afgod"

Geef een reactie