Sjabbatslezingen: Een profeet uit uw midden

Torahrol 'Een profeet uit uw midden', kondigde Moses aan. God gaf zijn volk een lange reeks profeten, en Hij gaf hen en ons uiteindelijk de grote Profeet, Jezus, die tevens koning, rechter en priester is.

‘Een profeet uit uw midden’, kondigde Moses aan. God gaf zijn volk een lange reeks profeten, en Hij gaf hen en ons uiteindelijk de grote Profeet, Jezus, die tevens koning, rechter en priester is.

De Bijbelgedeelten voor de komende sjabbat Shofetiem (Rechters) zijn:
✡ Torahlezing: Deuteronomium 16:18 – 21:9,
✡ Profetenlezing: Jesaja 51:12 – 52:12,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 3:1-17.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren, overeenkomstig alles wat u van de HEERE, uw God, bij de Horeb gevraagd hebt, op de dag dat u daar bijeenkwam, toen u zei: Ik wil de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en dit grote vuur wil ik niet meer zien, anders zal ik sterven.
Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gespro­ken hebben. Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken. En met de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal het zó zijn: Ík zal reken­schap van hem eisen.
Maar de profeet die over­moedig handelt door een woord in Mijn Naam te spreken dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven. Wanneer u dan in uw hart zegt: Hoe kunnen wij het woord herkennen dat de HEERE niet gesproken heeft? Wanneer die profeet in de Naam van de HEERE spreekt, en het gebeurt niet en het komt niet uit, dan is dat een woord dat de HEERE niet gespro­ken heeft. In over­moed heeft die profeet dat gesproken; wees niet bevreesd voor hem.

Deuteronomium 18:15-22 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Ik, Ik ben het Die u troost. Wie bent u dat u bevreesd bent voor een sterveling, die sterven moet, voor een mensenkind, gras, dat vergaat, en dat u de HEERE vergeet, Die u gemaakt heeft, Die de hemel uitgespannen heeft en de aarde gegrondvest, en dat u voortdurend, de hele dag, angstig bent vanwege de woede van de onder­druk­ker, wanneer hij zich gereedmaakt om u te gronde te richten? Waar is dan de woede van de onderdrukker? De geknevelde zal snel worden losgelaten, hij zal niet sterven in de put van ellende, zijn brood zal hem niet ontbreken.
Want Ik ben de HEERE, uw God, Die de zee opzweept, zodat zijn golven bruisen, HEERE van de legermachten is Zijn Naam. Ik leg Mijn woorden in uw mond, en bedek u onder de schaduw van Mijn hand, om de hemel te planten en de aarde te grond­vesten, om te zeggen tegen Sion: U bent Mijn volk.

Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van hem die het goede boodschapt, die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede, die heil laat horen, die tegen Sion zegt: Uw God is Koning. Een stem, uw wachters verheffen (hun) stem, tezamen juichen zij, want zij zullen (het) zien, oog in oog, als de HEERE terugkeert naar Sion. Breek uit (in gejubel), juich tezamen, puinhopen van Jeruzalem, want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.
De HEERE heeft Zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle heiden­volken; en alle einden der aarde zien het heil van onze God.
Vertrek, vertrek, ga daar weg, raak het onreine niet aan, ga uit haar midden weg, reinig u, u die de (heilige) voor­wer­pen van de HEERE draagt! Maar u zult niet over­haast weggaan, u zult niet als op de vlucht gaan, want de HEERE zal vóór u uit trekken, en de God van Israël zal uw achterhoede zijn.
Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen, Hij zal ver­hoogd worden en verhe­ven, ja, zeer hoog verheven worden. Zoals velen zich over U ontzet hebben – zo geschon­den was Zijn gezicht, meer dan van iemand (anders), en Zijn gestalte, meer dan van (andere) mensen­kinderen – zó zal Hij vele heiden­volken bespren­kelen [NBG: doen opsprin­gen], koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan. Want zij aan wie het niet verteld was, zullen het zien, en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.

Jesaja 51:12-16 en 52:7-15 (HSV)

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea, en zei: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Want deze is het over wie gespro­ken werd door de profeet Jesaja toen hij zei: De stem van iemand die roept in de woes­tijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht. Deze Johannes had kleding van kameel­haar en een leren gordel om zijn middel; zijn voedsel was sprink­hanen en wilde honing.
Toen liep Jeruzalem, heel Judea en heel het land rondom de Jordaan naar hem uit, en zij werden door hem gedoopt in de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden.
Toen hij velen van de Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop zag afkomen, zei hij tegen hen: Adde­ren­ge­broed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn? Breng dan vruchten voort in over­een­stem­ming met de beke­ring, en denk niet dat u bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen voor Abraham kinde­ren kan verwekken. De bijl ligt zelfs al aan de wortel van de bomen; elke boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Zijn wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen en Hij zal het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden.

Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes, om door hem gedoopt te worden. Maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden en zei: Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij? Maar Jezus antwoordde hem en zei: Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerech­tig­heid te vervul­len. Toen liet hij het Hem toe.
En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!

Matteüs 3:1-17 (HSV)

Een profeet uit uw midden
Zomaar midden tussen diverse voorschriften over de rechtspraak en rechters, de plichten van een koning, het toetsen van een profeet en de rechten van priesters, staat het gedeelte over de Profeet zoals Mozes, die de HEERE zal doen opstaan. Eeuwenlang stuurde God zijn richters en profeten naar Israël. Na zo’n 400 jaar zonder profeet leefden de Joden in de eerste eeuw met een sterke verwachting van een laatste grote profeet, die het volk verlossing zou brengen. Jezus bracht verlossing – niet van de Romeinse overheersing, zoals velen hoopten, maar van de zonden, door de band met God te herstellen.

Er zijn veel overeenkomsten tussen Mozes en Jezus:
– Mozes is uit het water getrokken en apart gezet, speciaal opgeleid, voor zijn taak van bevrijding. Jezus is door God apart gezet, gezalfd (Messias, Mashiach, betekent gezalfde) en opgeleid om Gods werk te doen, Gods woorden te spreken in Gods kracht,
– Mozes en Jezus zijn beiden geboren in een tijd dat het volk Israël onder een buitenlandse bezetter leefde,
– Beiden hadden een hoge functie, de een in Egypte en de ander in de hemel,
– Beiden treden op als herder en verlosser nadat Israël generaties lang op verlossing wacht,
– Beiden verrichten ongeëvenaarde tekenen en wonderen om de geldigheid van hun bediening aan te tonen,
– Beiden treden op als wetgever en gezaghebbende inzake de Torah,
– Beiden ervaren verwerping,
– Beiden vervullen de rol van bemiddelaar tussen God en het volk,
– Beiden doen voorbede bij God voor Israël en brengen verzoening toen het verbond verbroken was,
– Beiden leiden anderen uit de slavernij naar verlossing, Mozes naar het land Kanaän, of Israël, en Jezus naar de hemel,
– Beiden sterven voordat ze aankomen op de bestemming, waar ze anderen heen hebben geleid.

In deze sidra wordt enkele malen de stijlfiguur van het chiasme toegepast: enkele teksten die met elkaar te maken hebben, worden geschei­den door een belang­rijke centrale tekst, de kern waarom het draait. Verge­lijk het met een groeps­foto: de belang­rijkste personen (ouders of groot­ouders) staan in het midden, alle ande­ren staan of zitten er omheen.
Zo gaan grote delen van deze sidra over de recht­spraak, over wetten en de instel­ling van vrij­steden, met daar tussenin gedrags­regels voor een toekom­stige koning, de rechten van priesters, en als belang­rijkste de belofte van een lijn van profeten, die net zoals Moses de woorden van God zullen spreken.
Dat betekent, dat deze onderwerpen met elkaar te maken hebben. Wij verwachten de grote Profeet, Jezus, tevens terug op aarde als Rechter (Deut 16:18), Koning (Deut. 17:14-15) en Priester (Deut. 18).

Kom, Heer Jezus, spoedig terug naar deze aarde.
Kom als Profeet, Gods boodschapper, die ons naar God terug roept.
Kom als Rechter, die gerechtigheid brengt op deze aarde.
Kom als Priester, die onze zonden vergeeft en ons verzoent met God,
Kom als Koning, die ons verenigt en strijdt tegen Gods vijanden.

Bronnen/Lees ook: Jair Bijbelstudies, Tony Robinson, Marcel Achten

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Rechtspreken ondanks politieke druk, Deuteronomium 16 en 17,
Wat zijn onze afgoden?, Deuteronomium 16,17, 18,
Israël, strijder van en met God, Deuteronomium 20,
Ontheilig het land niet, Deuteronomium 21,
Ik was mijn handen in onschuld, Deuteronomium 21,

3 Reactiesop"Sjabbatslezingen: Een profeet uit uw midden"

  1. Beste Floor,

    Bedankt voor het aanpassen van de tekst van jouw artikel, zodat eventuele onduidelijkheid genoemd in mijn eerste reactie is weggenomen. Voor wat betreft de Here Jezus geldt overigens de tegenwoordige tijd in plaats van verleden tijd: heeft ipv had.

    Groet, Marco van Putten

  2. Moses werd aan het hof opgevoed, en is (volgens de traditie – of volgens de film?) ook legeraanvoerder geweest. Jezus kwam uit de hemel als Gods Zoon. Met Hem heeft God alles geschapen. (‘In het begin’ mag je ook lezen als ‘Met de eersteling’). Hebreeën hoofdstuk 1 schrijft hier prachtig over.
    Floor.

  3. Beste Floor,

    Ik begrijp de stelling “Beiden [Mosjéh en Adonaj Jesjoea’) hadden een hoge functie, in Egypte en in de hemel” niet. De Here Jezus was slechts kort als baby in Egypte en is er nooit meer teruggekeerd en Mosjéh is nooit in de hemel geweest.

    Kun je jouw stelling dat uitleggen?

    Groet, Marco van Putten

Geef een reactie