Een getal in de Bijbel komt zo vaak voor dat het wel de handtekening van Gods handelen lijkt: het getal 40. het volk Israël zwierf 40 jaar door de woestijn, Noach zag het 40 dagen regenen, Jezus werd 40 dagen verzocht door de boze.
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Mattot (Stammen) en Masse (Tochten) zijn:
✡ Torahlezing: Numeri 30-36,
✡ Profetenlezing: Jeremia 1:1 – 2:28, 3:4,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Handelingen 9:1-22 en Jakobus 4:1-12.
Gedeelten uit de Torahlezing
Overeenkomstig het aantal dagen dat u dat land verkend hebt, veertig dagen, voor elke dag een jaar, zult u uw ongerechtigheden dragen, veertig jaar lang, en u zult van Mij tegenstand ondervinden.
Zo deden uw vaderen, toen ik hen van Kades-Barnea eropuit zond om dit land te bezien. Zij trokken op tot aan het dal Eskol, en bezagen het land, maar zij maakten het hart van de Israëlieten onwillig om naar het land te gaan dat de HEERE hun gegeven had.
Op die dag ontbrandde de toorn van de HEERE, en Hij zwoer: De mannen die uit Egypte zijn vertrokken, van twintig jaar en daarboven, zullen het land niet zien dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb te geven! Want zij hebben er niet in volhard Mij na te volgen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, en Jozua, de zoon van Nun, want die hebben er wél in volhard de HEERE na te volgen.
Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël, en Hij liet hen veertig jaar in de woestijn rondzwerven, totdat de hele generatie die gedaan had wat slecht was in de ogen van de HEERE, omgekomen was.
Numeri 14: 34, 32:8-13 (HSV).
De overige lezingen zijn verwerkt in de uitleg, die een samenvatting is van de video.
Veertig, getal van Gods handelen
Er is een getal in de Bijbel, dat het zo vaak voorkomt dat het wel de handtekening van Gods handelen lijkt: het getal 40. Het volk Israël moest 40 jaar zwerven door de woestijn, Noach zag het 40 dagen regenen, Jezus werd 40 dagen verzocht door de boze, en bleef na zijn opstanding uit de dood 40 dagen bij zijn discipelen en onderwees hen.
In veel gebeurtenissen lijkt het getal 40 te staan voor straf en beproeving, en soms heeft het inderdaad die betekenis. 40 is niet het getal van wat God wegneemt, maar van wat Hij tot stand brengt. Wanneer dit getal wordt genoemd, wordt er iets beslist, op de proef gesteld, ontmaskerd, of opnieuw gevormd.
In het Hebreeuws zijn getallen geen willekeurige symbolen. Voor getallen werden de letters van het alfabet gebruikt, die een getalwaarde hebben: 1 t/m 9, 10 t/m 90, 100 t/m 400. Voor het getal 40 gebruikt het Hebreeuws de מ Mem, de 13e letter van het Hebreeuwse alfabet. De oorspronkelijke pictografische vorm van de Mem, lang voordat de letter zijn moderne vierkante vorm aannam, was een afbeelding van golven, van water. Het Hebreeuwse woord voor water is mayim, gespeld met een Mem zowel aan het begin als aan het einde. Water doet in de Schrift twee dingen tegelijk. Het vernietigt en het schenkt leven. Het verdrinkt het leger van de farao en deelt zich zodat Israël op droge grond kan doortrekken. Het overspoelt de aarde als oordeel en trekt zich vervolgens terug om een schoongewassen wereld te onthullen.
Die verbinding tussen 40 en water loopt als een ondergrondse rivier door de hele Bijbel; veel gebeurtenissen waar het getal 40 wordt genoemd, hebben te maken met water. We noemen er een aantal:
• In het zeshonderdste levensjaar van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op die dag zijn alle bronnen van de grote watervloed opengebarsten en de sluizen van de hemel opengezet. En er was regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.Genesis 7:11-12. Veertig dagen regen vernietigden de oude wereld.
• En de ark bleef in de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, vastzitten op het gebergte van Ararat. En gaandeweg werd het water minder, tot aan de tiende maand. In de tiende maand, op de eerste dag van de maand, werden de toppen van de bergen zichtbaar. En het gebeurde na verloop van veertig dagen dat Noach het venster van de ark, dat hij gemaakt had, opendeed. ( Genesis 8:4-6) Nadat Noach land zag, wachtte hij nog 40 dagen. Dit ging vooraf aan de eerste stappen in de nieuwe wereld.
Moses’ leven van 120 jaar is te verdelen in driemaal 40 jaar. Elk deel ontnam hem iets, en bouwde iets nieuws in hem op, als voorbereiding op de volgende taak.
• Veertig jaar als prins in het huis van de farao, waar hij werd onderwezen in de wijsheid van Egypte. Hij had status, middelen en opleiding, maar wist nog niet wie hij was, totdat hij zijn broeders, de Israëlieten, opzocht (Handelingen 7:22-23).
• Na een vlucht uit Egypte 40 jaar als herder van schapen, die zich niets aantrokken van zijn koninklijke opvoeding. In de stilte werd Moses voorbereid om de stem van God te horen en te (h)erkennen als het belangrijkste geluid dat hij ooit had gehoord,
• Moses leidde 40 jaar een volk van voormalige slaven door de woestijn, met al hun geklaag en opstandigheid, terwijl God toch voor hen zorgde en hen leidde. Die veertig jaar waren geen straf. Ze waren een vormingsproces. ‘Ook moet u heel de weg in gedachten houden waarop de HEERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft, opdat Hij u zou verootmoedigen, en u op de proef zou stellen om te weten wat er in uw hart was, of u Zijn geboden in acht zou nemen of niet.’ (Deuteronomium 8:2)
Moses bracht twee perioden van veertig dagen door op de berg Sinaï, in de aanwezigheid van de HEER, om de Wet, gegrift op stenen platen in ontvangst te nemen,
• De heerlijkheid van de HEERE bleef op de berg Sinaï rusten, en de wolk bedekte hem zes dagen. Op de zevende dag riep Hij Moses, vanuit het midden van de wolk (…) Moses ging de wolk binnen en klom de berg (verder) op. En Moses was veertig dagen en veertig nachten op de berg (Exodus 24:16, 18). Moses ontving de woorden die de identiteit van Israël als volk zouden bepalen: de geboden, de voorschriften en de gedetailleerde bouwtekeningen voor de tabernakel, de draagbare verblijplaats waar Gods aanwezigheid onder zijn volk zou wonen. Toen daalde hij af en stond het gouden kalf op hem te wachten…
• Na het debacle met het gouden kalf gaf God opnieuw de Tien Woorden op stenen platen: ‘(Moses) was daar namelijk veertig dagen en veertig nachten bij de HEERE. Hij at geen brood en dronk geen water. En God schreef op de tafelen de woorden van het verbond, de Tien Woorden. En het gebeurde, toen Moses van de berg Sinaï afdaalde (…) dat Moses niet wist dat de huid van zijn gezicht glansde, omdat (de HEERE) met hem gesproken had (Exodus 34:28-29). Toen Mozes de tweede keer naar beneden kwam, straalde zijn gezicht zo fel dat het volk hem niet kon aankijken. Hij was zo doordrongen was van Gods aanwezigheid dat zijn eigen huid die weerspiegelde.
Eeuwen later liep een uitgeputte profeet Elia in 40 dagen naar diezelfde berg. Op de berg Karmel had hij in zijn eentje stand gehouden tegen 450 profeten van Baäl. Op zijn gebed had God vuur uit de hemel laten neerdalen. Hij had gezien hoe God Zijn naam in het bijzijn van een heel volk had gerechtvaardigd. Enkele uren later joeg één enkele dreiging van koningin Izebel hem op de vlucht voor zijn leven: Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een engel raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De engel van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de Horeb. (1 Koningen 19:5-8). Daar verscheen God aan hem – niet in een stormwind, een aardbeving, of een vuur, maar in een zachte stilte, en God gaf hem nieuwe opdrachten.
• De Filistijn Goliath daagde veertig dagen lang Israël uit, het volk van de levende God. (1 Samuel 17).
• Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar de prediking die Ik tot u spreek. Toen stond Jona op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEERE. Ninevé was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee. En Jona begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd! De mensen van Ninevé geloofden in God. Zij riepen een vasten uit en trokken rouwgewaden aan, van de grootste tot de kleinste onder hen. (Jona 3:2-5).
• Na Jezus’ doop in de Jordaan dreef de Geest Hem uit, de woestijn in. En Hij was daar in de woestijn veertig dagen en werd verzocht door de satan; en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem (Markus 1:12-13)
• Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, over alles wat Jezus begonnen is te doen én te onderwijzen, tot op de dag waarop Hij opgenomen is, nadat Hij door de Heilige Geest aan de apostelen, die Hij uitgekozen had, opdrachten had gegeven. Hij heeft Zichzelf, nadat Hij geleden had, ook levend aan hen vertoond, met veel onmiskenbare bewijzen, veertig dagen lang, waarbij Hij door hen gezien werd en over de dingen sprak die het Koninkrijk van God betreffen. (Handelingen 1:1-3).
En hoe is het bij ons? Wat dacht u van onze standaard 40-urige werkweek, en de rond de 40 arbeidzame jaren in een mensenleven?….
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Houd uw (verkiezings)beloften, Numeri 30,
De zonde bleef niet ongestraft, Numeri 31,
Plaats je niet buiten de gemeenschap, Numeri 32,
Verricht de u opgedragen taak, Numeri 32.
Terugblik op de levensreis, Numeri 33.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Veertig, getal van Gods handelen"