Wie de geschiedenis van het volk Israël leest, ziet dat het steeds in de steek is gelaten – door Groot-Brittannië, Frankrijk, de EU, en zelfs de VS blijken niet betrouwbaar. Zoals Bileam al zei: Israël is een volk dat alleen woont.
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Choekat (Verordening) en Balak zijn:
✡ Torahlezing: Numeri 19:1 – 25:9,
✡ Profetenlezing: Rechters 11:1-33 en Micha 5:6 – 6:8,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Johannes 3:1-21 en Romeinen 11:25-32.
Gedeelten uit de Torahlezing
Nadat het volk Israël bij zijn intocht in het land Kanaän op tegenstand was gestuit, en de strijd had gewonnen van de Kanaänieten en de Amorieten (Numeri 21), werd de koning van Moab bang. Koning Balak realiseert zich dat hij Israel niet met wapens kan verslaan Hij lijkt in te zien, dat het volk Israel gekenmerkt wordt door leringen, bijeen gehouden door woorden. Daarom kiest hij ervoor, Israel te bestrijden met de kracht van woorden, en niet met zwaarden, en hij vraagt waarzegger (of medium) Bileam om Israel te vervloeken.
Bileam zei tegen Balak: Bouw hier voor mij zeven altaren en bereid hier voor mij zeven jonge stieren en zeven rammen. Balak deed zoals Bileam gesproken had, en Balak en Bileam offerden een jonge stier en een ram, op elk altaar. Toen zei Bileam tegen Balak: Ga bij uw brandoffer staan. Ik zal weggaan, misschien zal de HEERE mij tegemoet komen, en wat Hij mij tonen zal, zal ik u bekend maken. Toen ging hij naar een kale hoogte.
God ontmoette Bileam en die zei tegen Hem: Zeven altaren heb ik opgesteld en ik heb op elk altaar een jonge stier en een ram geofferd. Toen legde de HEERE het woord in de mond van Bileam, en zei: Keer terug naar Balak, en aldus moet u spreken. En hij keerde naar hem terug en zie, hij stond bij zijn brandoffer, hij en al de vorsten van Moab. Toen hief hij zijn spreuk aan en zei: ‘Uit Syrië heeft Balak, de koning van Moab, mij laten halen, vanuit het bergland van het oosten: Kom, vervloek mij Jakob, kom, verwens Israël! Hoe kan ik vervloeken wie God niet vervloekt, hoe kan ik verwensen wie de HEERE niet verwenst? Want vanaf de top van de rotsen zie ik hem, vanaf de heuvels neem ik hem waar; zie, dat volk woont afgezonderd, onder de heidenvolken rekent het zich niet. Wie heeft het stof van Jakob geteld, en het aantal, het vierde deel van Israël? Moge mijn ziel de dood van de oprechten sterven en mijn einde zijn als dat van hem.’
Numeri 23:1-10 (HSV).
Een gedeelte uit de Profetenlezing
Het overblijfsel van Jakob zal zijn te midden van vele volken als dauw van de HEERE, als regendruppels op het gewas, dat niet uitziet naar iemand en niet hoopt op mensenkinderen. Ja, het overblijfsel van Jakob zal onder de heidenvolken zijn, te midden van veel volken, als een leeuw onder de dieren van het woud, als een jonge leeuw onder de schaapskudden, die, wanneer hij er doorheen trekt, vertrapt en verscheurt, en er is niemand die redt. Uw hand zal verhoogd zijn boven uw tegenstanders en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden.
Micha 5:6-8 (HSV).
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen. Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen. Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.
Zoals ook u immers voorheen God ongehoorzaam was, maar nu ontferming verkregen hebt door hun ongehoorzaamheid, zo zijn ook zij nu ongehoorzaam geworden, opdat ook zij door de ontferming die u bewezen is, ontferming zouden verkrijgen. Want God heeft hen allen in hun ongehoorzaamheid opgesloten om Zich over allen te ontfermen.
Romeinen 11:25-32 (HSV)
Israël, een volk dat alleen woont
De heidense profeet Bileam voorzegde het, en we lezen het bijna dagelijks in de krant en zien het in het TV-journaal: Israël is een volk ’dat afgezonderd woont, zich niet rekent onder de heidenvolken’. Israël heeft bevriende landen – voor zolang het duurt, zo leert de geschiedenis ons.
Genoeg politiek. We gaan kijken wat de Britse opperrabbijn Lord Jonathan Sacks (z”l) hierover heeft geschreven:
Een volk dat alleen woont, is een van de meest diepgaande en meest invloedrijke opmerkingen, die ooit over de Joodse lotsbestemming zijn geuit.
Voor velen – zowel Joden als niet-Joden, bewonderaars en critici – lijkt dat de Joodse situatie te kenschetsen: een volk dat staat buiten de geschiedenis en de normale wetten die het lot van naties beheersen. Voor Joden was het een bron van trots. Voor niet-Joden was het maar al te vaak een bron van wrok en haat. Eeuwenlang werden Joden in christelijk Europa behandeld als een ‘paria-volk’. Iedereen was het er echter over eens dat de Joden anders waren. De vraag is: hoe en waarom? Het Bijbelse antwoord is verrassend en diepgaand.
Het is niet zo dat alleen de Joden G-d kenden. Denk aan Bileam, Melchizedek, en Salomo’s gebed, dat God ook naar het gebed van buitenlanders hoort.
Ook zagen de belangrijkste elementen van het Joodse denken de Joodse uitverkiezing nooit als een voorrecht. Het was en is een verantwoordelijkheid. Het sleutelvers hier is de beroemde profetie van Amos: Alleen jullie heb Ik uitgekozen van alle families op de aarde – Daarom zal Ik jullie ter verantwoording roepen voor al jullie ongerechtigheden. (Amos 3:2)
Waarin lag dan de Joodse bijzonderheid? De aanwijzing hiervoor ligt in Bil’ams zegen: ‘Zie, het is een volk dat alleen woont.’ Want het was als volk dat G-d de nakomelingen van Awraham koos; als volk dat Hij met hen een verbond sloot op de berg Sinaï; als een volk dat Hij hen uit Egypte redde, hun wetten gaf en hun geschiedenis binnenging. Bij de Sinaï zei Hij, ‘Jullie zullen voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilige natie zijn’. Het Jodendom is de enige religie die G-d centraal stelt in zijn zelfdefinitie als natie. Joden zijn het enige volk wiens identiteit geheel in religieuze termen wordt gedefinieerd.
Sachs citeert de historicus Barbara Tuchman: ‘De geschiedenis van de Joden is (…) bijzonder eigenaardig vanwege het feit dat deze de westerse wereld haar concept van oorsprong en monotheïsme, haar ethische tradities en de grondlegger van haar heersende religie heeft gegeven, maar toch onderhevig was aan verstrooiing, staatloosheid en onophoudelijke vervolging, en ten slotte in onze tijd van een bijna succesvolle genocide, dramatisch gevolgd door de vervulling van de nooit opgegeven droom van terugkeer naar hun thuisland.
Als we deze vreemde en bijzondere geschiedenis bekijken, kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat dit een speciale betekenis moet hebben voor de geschiedenis van de mensheid, dat op een of andere manier, of men nu gelooft in een G-ddelijk doel of een ondoorgrondelijke omstandigheid, de Joden zijn uitgekozen om het verhaal van het menselijk lot te dragen.’
Waarom zou Hij, als G-d de G-d van het universum is, toegankelijk voor ieder mens, één natie kiezen om te getuigen van Zijn aanwezigheid in de menselijke arena? Dit is een diepgaande vraag. Er is geen kort antwoord. Maar volgens mij is dit tenminste een deel van het antwoord. G-d is geheel de Andere. Daarom koos Hij een volk dat de ‘andere’ van de mensheid zou zijn. Dat is wat de Joden waren – buitenstaanders, anders, onderscheidend, een volk dat tegen de stroom inzwom en de afgoden van die tijd uitdaagde. Het Jodendom is de tegenstem in het gesprek van de mensheid.
Tijdens de tweeduizend jaar van verstrooiing waren Joden de enige mensen die als groep weigerden zich te assimileren aan de dominante cultuur of zich te bekeren tot het dominante geloof. Ze leden dientengevolge – maar wat hun werd geleerd was niet alleen voor henzelf. Ze hebben laten zien dat een natie niet machtig of groot hoeft te zijn om G-ds gunst te winnen. Ze hebben aangetoond dat een natie al het andere kan verliezen – land, macht, rechten, een thuis – en toch de hoop niet verliest. Ze lieten zien dat G-d niet noodzakelijkerwijs aan de kant staat van grote rijken of grote bataljons. Ze hebben laten zien dat een natie gehaat, vervolgd, beschimpt en nog steeds door G-d bemind kan zijn. Ze hebben aangetoond dat er voor elke wet in de geschiedenis een uitzondering is en dat wat de meerderheid op een bepaald moment gelooft niet noodzakelijkerwijs waar is. Het Jodendom is G-ds vraagteken tegen de conventionele wijsheid van de eeuw.
Het is niet een gemakkelijk en ook geen prettig lot om ‘een volk te zijn dat alleen woont’, maar het is een uitdaging en inspirerend.
Toen zei Haman tegen koning Ahasveros: Eén volk is er dat verstrooid en verspreid is onder de volken in alle gewesten van uw koninkrijk. Hun wetten zijn anders dan die van alle volken en er is niemand die de wetten van de koning uitvoert. Het past de koning niet hen met rust te laten. (Esther 3:8)
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Het sacrament van de rode koe, Numeri 19,
God is streeng voor wie Hem dient, Numeri 20,
Heilig God in je woorden en daden, Numeri 20,
Een taak duurt niet eeuwig, Numeri 20,
Een geweigerde vriendschapsband, Numeri 20 en 21,
Spreek alleen de woorden van God, Numeri 22,
Profetische woorden van een heidense profeet, Numeri 23,
Een ster zal uit Jakob voortkomen, Numeri 24,
Leid ons niet in verzoekiing, Numeri 25.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: Israël, een volk dat alleen woont"