Sjabbatslezingen: Hoe lang duurt dankbaarheid?

Torahrol Bij het dankoffer gaat het niet om het vragen van vergeving na een begane zonde. Het dankoffer is een uiting van dankbaarheid, of een vrijwillige gave, of het inlossen van een belofte, met daarbij een gezamenlijke maaltijd.

Bij het dankoffer gaat het niet om het vragen van vergeving na een begane zonde. Het dankoffer is een uiting van dankbaarheid, of een vrijwillige gave, of het inlossen van een belofte, met daarbij een gezamenlijke maaltijd.

De Bijbelgedeelten voor de sjabbat Tzav (Gebod) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 6:8 – 8:36,
✡ Profetenlezing: Jeremia 7:21 – 8:13 en 9:23-24,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Hebreeën 9:11-28.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing
Als (iemands) offergave een dankoffer is, als wat hij aanbiedt van de runderen is, of het nu een mannetje of een vrouwtje is: zonder enig gebrek moet hij het voor het aangezicht van de HEERE aanbieden. Dan moet hij zijn hand op de kop van zijn offergave leggen en die slachten (bij) de ingang van de tent van ontmoeting. En de zonen van Aäron, de priesters, moeten het bloed rondom op het altaar sprenkelen. Daarna moet hij van het dankoffer het vet dat de ingewanden bedekt en al het vet dat aan de ingewanden vastzit, als vuuroffer aan de HEERE aanbieden. (Ook een lam of geit mocht worden aangeboden)

Dit nu is de wet voor het dankoffer dat men aan de HEERE moet aanbieden. Als iemand het als lof­offer aanbiedt, dan moet hij naast het lofoffer onge­zuurde koeken aanbie­den, met olie gemengd, onge­zuur­de platte koeken met olie bestre­ken en koeken van door elkaar gemengd meel­bloem met olie gemengd. Bij de koeken moet hij als zijn offer­gave gezuurd brood aan­bie­den, samen met zijn lof- en dank­offer. En van elke offer­gave moet hij één koek als een hef­offer aan de HEERE aanbie­den. Het is voor de priester die het bloed van het dank­offer sprenkelt.
En het vlees van het lof- en dank­offer moet gegeten worden op de dag dat hij het aanbiedt. Men mag niets ervan tot de vol­gen­de morgen over­laten.
Maar als het slachtoffer dat hij aanbiedt, een gelofte­offer of een vrijwil­lige gave is, dan moet dat gege­ten worden op de dag dat hij zijn offer aanbiedt; en wat ervan over­blijft, mag ook de volgen­de dag gege­ten worden. Wat er dan nog van het vlees van het slacht­offer over­ge­ble­ven is, moet op de derde dag in het vuur verbrand worden, want als er op de derde dag ook maar een deel van het vlees van zijn dank­offer gegeten wordt, dan komt het hem die het aan­ge­bo­den heeft, niet ten goede; het wordt hem niet toege­re­kend. Het is onrein vlees: de per­soon die daarvan eet, moet zijn onge­rech­tig­heid dragen.

De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: Wie zijn dank­offer de HEERE aanbiedt, moet een deel van zijn dank­offer als zijn offer­gave aan de HEERE brengen. Eigen­han­dig moet hij de vuur­offers van de HEERE brengen. Het vet aan het borst­stuk moet hij met dat borst­stuk brengen om het als een beweeg­offer voor het aan­ge­zicht van de HEERE te bewegen. De priester moet vervol­gens het vet op het altaar in rook laten opgaan, maar het borststuk is voor Aäron en zijn zonen.
Van uw dankoffers moet u ook de rechter­achter­bout als een hefoffer aan de priester geven. Wie van Aärons zonen het bloed van het dank­offer en het vet aanbiedt, voor hém is de rechter­achter­bout bestemd.

Leviticus 3:1-3, 7:11-18 en 28-33 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Vul uw hoorn met olie, en ga (op weg); Ik zend u naar Isaï, de Bethle­he­miet, want Ik heb een koning voor Mij gezien onder zijn zonen. Maar Samuel zei: Hoe kan ik (daar­heen) gaan? Saul zal het horen en mij doden. Toen zei de HEERE: Neem een kalf van de runderen met u mee en zeg: Ik ben geko­men om de HEERE een offer te brengen. Dan moet u Isaï voor het offer uitno­di­gen en zal Ik u te kennen geven wat u doen moet: u moet voor Mij zalven die Ik u zeggen zal.
En Samuel deed wat de HEERE gesproken had en kwam in Bethle­hem. Toen kwamen de oudsten van de stad hem bevend tegemoet en zeiden: Is uw komst met vrede? Hij zei: Met vrede; ik ben gekomen om voor de HEERE een offer te brengen; heilig u en kom met mij naar het offer. Hij heiligde Isaï en zijn zonen en nodigde hen uit voor het offer.

1 Samuel 16:1b-5 (HSV)

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Over de deelname aan het Avondmaal, dat de vorm had van een gemeenschappelijke maaltijd, schreef de apostel Paulus:
De drinkbeker der dankzegging, die wij met dank­zeg­ging zegenen, is die niet de gemeen­schap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeen­schap met het lichaam van Christus? Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood. Let op het Israël naar het vlees: hebben niet zij die de offers eten, gemeen­schap met het altaar?

Want ik heb van de Heere ontvan­gen, wat ik u ook heb over­ge­le­verd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verra­den, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebro­ken wordt. Doe dat tot Mijn gedach­te­nis. Evenzo nam Hij ook de drink­beker, na het gebrui­ken van de maal­tijd, en zei: Deze drink­beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis.
1 Korinthe 10:16-18 en 11:23-25 (HSV)

Hoe lang duurt dankbaarheid?
Tussen de vijf offers in de eerste hoofdstukken van het boek Leviticus staat er een, die niet te maken heeft met het verge­ven van zonden. Het is het vrede-offer, in de HSV-verta­ling weergegeven als dankoffer. Het heeft het karakter van een offer­maal­tijd, waarin iemand zijn dank­baar­heid en hechte ver­bon­den­heid met God wil uiten.

Evenals de andere offers spreekt dit dank­offer of vrede-offer van het werk van Jezus de Messias. Het wijst op de gemeen­schap, vreugde en vrede, die wij mogen genie­ten door zijn offer. Daarbij mogen we ook denken aan het heilig Avond­maal, dat Jezus instelde tijdens zijn laatste Pesach-viering.

Er kunnen verschillende redenen zijn om een vrede-offer te brengen. Dat kan zijn uit dank­baar­heid, als een lofoffer. תּוֹדָה todah staat er in het Hebreeuws, een woord dat in het dagelijks leven ‘dankjewel’ betekent.
Een vrede-offer kan ook worden gebracht om daarmee een gelofte in te lossen, of vrij­wil­lig, uit dank­baar­heid.

Bij het vrede-offer werd een dier geslacht, gebra­den of gekookt, en gege­ten. Het vet van dit dier werd op het altaar verbrand, en een deel van het vlees werd als een beweeg­offer aan de Heer aan­ge­bo­den, en aan de priester gege­ven. Bij het vrede-offer werden ook platte koeken en brood aan­ge­bo­den, waarvan de priester een deel kreeg.

Het vrede-offer besloot met een gezamen­lijke maaltijd. Het vlees en het brood werd door de offe­raars gegeten. Maar dat moest wel binnen twee dagen. (Men had nog geen koel­kast in die dagen). Een dank­offer moest zelfs op dezelf­de dag worden gege­ten – blijk­baar duurt dank­baar­heid niet zo lang.

Jezus klaagde ook over de korte duur van dank­baar­heid. Toen Jezus onder­weg naar Jeruzalem tien melaat­se mannen genas, gingen zij naar de priesters voor een medische controle. Maar slechts een – en nog wel een Sama­ri­taan – keerde terug ‘terwijl hij met luide stem God ver­heer­lijk­te. (…) Toen antwoordde Jezus en zei: “Zijn niet de tien gerei­nigd? Waar zijn dan de negen (ande­ren)? Zijn er dan geen (ande­ren) gevon­den die terug­ke­ren om God de eer te geven dan deze vreem­de­ling?’ (Lukas 17:11-19)

Hoe lang duurt onze dankbaarheid?

Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Zorgvuldig omgaan met zondaren, Leviticus 4 en 6,
Zorgvuldig omgaan met zondaren, Leviticus 6,
We hoeven God niet gunstig te stemmen, Leviticus 6,
Het vuur moet blijven branden, Leviticus 6,
God denk ook aan onze gezondheid, Leviticus 7.
Lees ook: Jair Bijbelstudies parasha Tzav.

1 reactieop"Sjabbatslezingen: Hoe lang duurt dankbaarheid?"

  1. De vertaling vredeoffer die in bovenstaande artikel wordt opgevoerd en besproken is nogal dubieus. Zeker als de betekenis ‘dankoffer’ eraan gegeven wordt. In de Hebreeuwse grondtekst staat zevach sjelamiem – slachtoffer/offerdier (om) vrede (te brengen). Letterlijk en onwetend gedacht wordt dan de conclusie getrokken dat het om een ‘vredeoffer’ zou gaan.

    Zevach sjelamiem moet dus echt anders opgevat worden. Logischer is het op te vatten als:

    een slachtdier bedoeld om Gods toorn te stillen/verkoelen

    In de Tempel komen betekent immers om als zondig mens bij de Heilige te naderen. Dit is iets wat mensen tegenwoordig zich amper nog kunnen indenken. In Nederland wordt immers alles al veel te lang wat verboden is of wat ontzag zou moeten afdwingen toch gedoogd. Noem het decadent liberalisme.

    Om de betekenis van de Tempeldienst en diens offeren te begrijpen moet diep begrip worden verkregen van waarom en hoe God er gediend wordt. De Misjnah bevat belangrijke informatie over de Tempeldienst in de eerste eeuw.

    Natuurlijk kan iemand zeggen: verkoelen van Gods toorn is toch juist iets uit het heidendom die met hun offers aan hun afgoden hen gunstig wilde stemmen? Maar waren de heidenen dan helemaal achterlijk met hun religies en kan het niet zijn dat zij dat deden wat hen overgeleverd was vanuit de eerste generaties? Ook hebben heidenen door de eeuwen contact met ware gelovigen. Ze kijken het af.

    Maar Bijbelse godsdienst is echt wat anders dan heidendom. Het gaat immers om de Enige en Ware God Die Leeft. Hij is Vader van Zijn Verbondsvolk. Wie Hem kent weet van Zijn goedheid en dat Hij werkt.

    Kortom, er is alle reden om te vrezen voor Gods toorn en als die gestild is te vrezen voor Zijn ontzagwekkendheid, macht en heiligheid. Het feit dat Isra’Eliem die sjevach sjelamiem offerden ervan mochten eten bewijst dat Hij hun deelgenoot van wat Hij vertegenwoordigt wilde maken. Het is dan ook allerheiligst. Dat is wat Hij verlangt.

    Het is dan ook logisch dat in bovenstaande artikel een verband wordt gelegd met dit offer met het Heilige Avondmaal. Maar helaas, er is geen verband. Het Heilige Avondmaal werd ingesteld tijdens de Pésachmaaltijd.

    Die maaltijd ging om te gedenken dat God de Isra’Eliem bevrijdde uit de macht van farao, waardoor ze eindelijk naar het beloofde Land konden trekken en de belofte van de patriarchen konden ontvangen. Maar Pésach werd ingesteld voordat er een geregelde eredienst, zoals de Tempeldienst, aan God bestond.

    Het is logisch dat Pésach de hoofdrol heeft in de Bijbelse godsdienst. Daarom: Pésach sameach.

    Groet, M. van Putten

Geef een reactie