Zo kort na de uittocht uit Egypte, na de doortocht door de Schelfzee, gaat het al mis. Maar God laat zich door Moses verbidden en is zijn volk Israël genadig, Hij belooft bij hen te blijven en ontzagwekkende daden te doen.
De Bijbelgedeelten voor de sjabbat van Pesach zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 33:12 – 34:26 en Numeri 28:19-25,
✡ Profetenlezing: Ezechiël 36:37 – 37:14,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: (o.a.) Johannes 11:28-57.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.
Een gedeelte uit de Torahlezing
Toen zei Mozes tegen de HEERE: Zie, U zegt tegen mij: Laat dit volk verder trekken. U echter, U hebt mij niet laten weten wie U met mij meezendt, terwijl U Zelf gezegd hebt: Ik ken u bij (uw) naam, en ook: U hebt genade gevonden in Mijn ogen. Nu dan, als ik dan genade heb gevonden in Uw ogen, maak mij toch Uw weg bekend. Dan zal ik U kennen, opdat ik genade zal vinden in Uw ogen. En zie aan dat deze natie Uw volk is.
En Hij zei: Moet Mijn aangezicht meegaan om u gerust te stellen? Toen zei hij tegen Hem: Als Uw aangezicht niet meegaat, laat ons (dan) van hier niet verder trekken. Want hoe moet het anders bekend worden dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daardoor dat U met ons meegaat? Daardoor zullen wij, ik en Uw volk, afgezonderd zijn van alle volken die er op de aardbodem zijn. Toen zei de HEERE tegen Mozes: Ook dit woord dat u spreekt, zal Ik doen, want u hebt genade gevonden in Mijn ogen en Ik ken u bij uw naam.
In Gods opdracht hakte Mozes opnieuw twee stenen tafelen uit, waarop God de woorden zou schrijven die op de eerste stenen tafelen stonden, en hij klom de berg Sinai op.
Toen daalde de HEERE neer in een wolk, ging daar bij hem staan en riep de Naam van de HEERE uit. Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die (de schuldige) zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde (geslacht).
Toen haastte Mozes zich, knielde ter aarde, boog zich neer en zei: Heere, als ik nu genade in Uw ogen gevonden heb, laat de Heere dan toch in ons midden meegaan. Zeker, het is een halsstarrig volk, maar vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde, en neem ons aan als (Uw) erfelijk bezit.
Toen zei Hij: Zie, Ik sluit een verbond; ten overstaan van heel uw volk zal Ik wonderen doen, zoals die op de hele aarde en onder welk volk ook nog nooit tot stand gebracht zijn. Ja, heel het volk, in het midden waarvan u verkeert, zal de daden van de HEERE zien, want het is ontzagwekkend wat Ik met u ga doen.
Exodus 33:12-17 en 34:5-10 (HSV).
Een gedeelte uit de Profetenlezing
En u, mensenkind, profeteer tegen de bergen van Israël, en zeg: Bergen van Israël, hoor het woord van de HEERE! Zo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand over u gezegd heeft: Haha! Zelfs de eeuwige hoogten zijn ons tot erfelijk bezit geworden, profeteer daarom, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, zodat u een erfelijk bezit werd voor het overblijfsel van de heidenvolken, u over de tong ging en er kwaad gerucht bij het volk was – luister daarom, bergen van Israël, naar het woord van de Heere HEERE. Zo zegt de Heere HEERE tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de waterstromen en tegen de dalen, tegen de verwoeste puinhopen en tegen de verlaten steden, die tot buit en tot een voorwerp van spot geworden zijn voor het overblijfsel van de heidenvolken die rondom u zijn –daarom, zo zegt de Heere HEERE: Voorwaar, in het vuur van Mijn na-ijver heb Ik gesproken tot het overblijfsel van de heidenvolken en tot heel Edom, die zichzelf Mijn land tot erfelijk bezit hebben gegeven met de blijdschap van heel hun hart, met leedvermaak, zodat zijn weidegrond tot buit zou zijn.
Profeteer daarom over het land van Israël, en zeg tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de waterstromen en tegen de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, in Mijn na-ijver en in Mijn grimmigheid heb Ik gesproken, omdat u de smaad van de heidenvolken gedragen hebt. Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ík heb gezworen: Voorwaar, de heidenvolken die rondom u zijn, zullen zelf hun schande dragen! Maar u, bergen van Israël, u zult uw takken weer voortbrengen en uw vruchten voor Mijn volk Israël dragen, want zij komen naderbij. Want zie, Ik kom naar u toe, Ik zal Mij naar u toewenden, en u zult bewerkt en bezaaid worden. Ik zal de mensen op u talrijk maken, heel het huis van Israël, in zijn geheel. De steden zullen bewoond en de puinhopen zullen herbouwd worden. Ik zal mens en dier op u talrijk maken, zij zullen talrijk worden en vruchtbaar zijn. Ik zal u doen bewonen als in uw vroegere tijden, ja, Ik zal u meer goeddoen dan in uw begin. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.
Ezechiël 36:1-11 (HSV).
Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Bij de geboorte van Johannes sprak zijn vader Zacharias deze profetische lofzang over Israël uit:
Geprezen zij de Heere, de God van Israël, want Hij heeft naar Zijn volk omgezien en er verlossing voor tot stand gebracht. En Hij heeft een hoorn van zaligheid voor ons opgericht in het huis van David, Zijn knecht, zoals Hij gesproken had bij monde van Zijn heilige profeten, die er door de eeuwen heen geweest zijn, namelijk verlossing van onze vijanden en bevrijding uit de hand van allen die ons haten, om barmhartigheid te bewijzen aan onze vaderen en te denken aan Zijn heilig verbond, de eed die Hij aan Abraham, onze vader, gezworen heeft om ons te geven, dat wij, verlost uit de hand van onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid voor Hem alle dagen van ons leven.
Lukas 1:68-75 (HSV)
‘Zie aan dat deze natie Uw volk is’
Het volk Israël had gezondigd door een gouden kalf te maken en te aanbidden. Ze hadden beeld vereerd, zoals ze dat hadden gezien in Egypte. Ze hadden door hun daad Gods onderwijs kapot gegooid, zoals Moses letterlijk deed met de twee stenen platen, waarop Gods Wet, Gods onderwijs, was gegrift! Hadden ze dan door de tien plagen, die over Egypte waren gekomen, nog niet geleerd dat andere goden dan de HEERE waardeloos zijn?
Dan bidt Moses voor het volk, ’Zie aan dat deze natie Uw volk is’. Met deze woorden herinnert Moses God aan zijn beloften en zijn eigen daden, dat Hij Israël tot zijn volk heeft uitgekozen en gemaakt, door het na grote wonderen uit Egypte te leiden.
En God laat zich verbidden. Moses mag nieuwe stenen tafelen uithakken, God geeft opnieuw zijn tien leefregels en belooft met het volk mee te gaan, in hun midden, als de God die wonderen doet.
God laat zijn volk niet in de steek. Beloofd is beloofd. Dat schreef ook de profeet Ezechiël, in de tijd van de Babylonische overheersing en de Judeese ballingschap. In zijn dagen was een deel van de bevolking weggevoerd naar Babel, en andere volken waren in het gebied van Israël gaan wonen. Dan schrijft de profeet Ezechiel: ‘Ik zal de mensen op u talrijk maken, heel het huis van Israël, in zijn geheel. De steden zullen bewoond en de puinhopen zullen herbouwd worden.’ En Gods belofte is werkelijkheid geworden: door een besluit van de Perzische koning Kores mochten de ballingen van Israël (en van andere overwonnen volken) terugkeren naar hun thuisland.
Zacharias dankte God na de geboorte van zijn zoon Johannes, God had immers naar zijn volk omgezien. Na de ballingschap was het grootste deel van de Joden teruggekeerd naar hun vaderland, en zij hadden er (onder Romeins toezicht) vrijheid om God te dienen. En nu is de Heer bezig zijn belofte uit te voeren, het zenden van de Verlosser, waarvan Johannes de heraut mag worden.
God wil graag dat wij Hem herinneren aan zijn woorden en daarop pleiten in onze gebeden. Wij mogen bidden voor Gods volk, dat in deze tijd van vier kanten wordt belaagd door vijanden, die grote schade aanrichten.
Op uw muren, Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld. Nooit zullen zij zwijgen, heel de dag en heel de nacht niet. U die het volk aan de HEERE doet denken, gun u geen rust. Ja, geef Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem gegrondvest heeft en gesteld heeft tot een lof op aarde. (Jesaja 62:6-7)
Zie ook deze Sjabbatslezingen:
Want ook ons Paaslam is geslacht, Exodus 12,
Pesach, teken van Gods Koninkrijk, Exodus 12,
Uit de dood tot het leven geroepen, Exodus 13,
Door een verheven hand geleid, Exodus 13 en 14
Dankliederen van bevrijding, Exodus 15,
God maakt een nieuw begin, Exodus 34,
Gedenk uw verlossing, Deuteronomium 16.


Wees de eerste die reageert op "Sjabbatslezingen: ‘Zie aan dat deze natie Uw volk is’"